Voorlegging vangstcertificaat

Voorlegging van een vangstcertificaat (bij invoer van vis en visserijproducten)

De invoerders van visserijproducten moeten bij de autoriteiten van de lidstaat van invoer een vangstcertificaat voorleggen, eventueel vergezeld van andere documenten als het om een onrechtstreekse invoer gaat na transshipment, transit of verwerking van de producten in een ander derde land.

In de regel moeten vangstcertificaten minstens drie werkdagen op voorhand bij de autoriteiten worden ingediend. Voor bepaalde transportmethoden, zoals luchtvracht en spoorvervoer, is de termijn herleid tot 4 uur of zelfs 2 uur voor wegvervoer (zie bijlage VI van Commissieverordening (EG) nr. 1010/2009).

Deze termijnen zijn vastgelegd om de  autoriteiten toe te laten om enerzijds de nodige controles en verificaties uit te voeren en anderzijds de normale handelsverrichtingen niet onnodig te belemmeren.

Volgens de reglementering kunnen de vangstcertificaten voorgelegd worden  op de plaats van binnenkomst in de Unie of op de plaats van bestemming. Voor operatoren die het statuut hebben van erkende marktdeelnemer (APEO – Approved Economic Operator, zie verder), is er een vereenvoudigde procedure.

Wanneer visserijproducten op de plaats van binnenkomst op het grondgebied van de Europese Unie onder een regeling inzake douanevervoer worden geplaatst en de visserijproducten worden naar een andere lidstaat vervoerd waar ze onder een andere douaneregeling zullen worden geplaatst, worden in die lidstaat de bepalingen van de artikelen 17 (verificatie) en 18 (weigering van invoer) van verordening (EG) nr. 1005/2008 toegepast.

Wanneer visserijproducten op de plaats van binnenkomst op het grondgebied van de Europese Unie onder een regeling inzake douanevervoer worden geplaatst en de visserijproducten worden naar een andere plaats in dezelfde lidstaat vervoerd waar ze onder een andere douaneregeling zullen worden geplaatst, kan de lidstaat de bepalingen van de artikelen 16 (controle), 17 (verificatie) en 18 (weigering van invoer) van verordening (EG) nr. 1005/2008 toepassen op de plaats van binnenkomst of op de plaats van bestemming.

Voor Vlaanderen werd het Departement Landbouw en Visserij aangeduid als controlerende en verifiërende overheid in uitvoering van art.17 (8) van verordening (EG) nr. 1005/2008.

Voor containertransporten van bevroren vis wordt een 100% documentaire controle nagestreefd. De controles van partijen verse vis die met luchtvracht, het spoor of over de weg worden ingevoerd, zullen gebaseerd zijn op een risicoanalyse, gezien de korte notificatietermijnen die de reglementering voorziet voor de voorlegging van documenten.

Voor Vlaanderen moeten de vangstcertificaten elektronisch worden ingediend op het adres IUU@lv.vlaanderen.be

Na controle, verificatie en goedkeuring wordt het eerste deel van sectie 12 van het document afgestempeld en wordt het certificaat per mail naar de importeur teruggestuurd. Dit document moet dan bij de douaneverklaring ten invoer gevoegd worden.

Het afgestempelde document moet drie jaar bij de importeur bewaard worden.

In België geldt dat de douane de aanwezigheid van een (of meerdere) gevalideerd vangstcertificaat zal verifiëren bij de afhandeling van de douaneaangifte Enig document, indien in vak 44 van de aangifte de code ‘C673 Vangstcertificaat’ is opgenomen.

Bij documentaire verificatie moet het vangstcertificaat voorgelegd worden aan de douane die de overeenstemming tussen bepaalde gegevens van het vangstcertificaat (voornamelijk de gegevens van vak 3) en de gegevens van de douaneaangifte controleert. Bij fysieke verificatie controleert de douane de overeenstemming van de gegevens op het vangstcertificaat en de aard van de goederen. Bij documentaire en/of fysieke verificatie vult de douane het tweede deel van vak 12 aan.

In het geval van nood aan bijstand zal de douane het Departement Landbouw en Visserij contacteren..