Vissen in Britse wateren

Op 24 december 2020 werd er een handels- en samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Voor visserij is er een transitieperiode van 5,5 jaar voorzien waarbij de toegang tot de 12-mijlszone en 200-mijlszone verzekerd zijn, in ruil voor een quota transfer dat geleidelijk aan wordt ingevoerd tot 2026. Nadien volgen jaarlijkse onderhandelingen over toegang, maar heeft de EU hiervoor wel enkele hefbomen voorzien. Het akkoord voorziet ook een gelijk speelveld: een Partij mag enkel maatregelen toepassen op vaartuigen van een andere Partij in haar wateren, indien ze dezelfde maatregelen ook toepast op haar eigen vaartuigen. Het akkoord gaat vrij gedetailleerd in op de te volgen procedure voor de jaarlijkse vastlegging van de TAC’s, en voorziet ook een geschillenbeslechting indien beide partijen niet overeenkomen. Het akkoord is momenteel voorlopig in werking getreden, totdat beiden Partijen de officiële ratificatie rond hebben.

U vindt meer informatie bij 

De meest ingrijpende verandering met een directe impact, is het feit dat de Europese vaartuigen die vissen in Britse wateren, op grond van artikel 16 van Fisheries Act 2020, verplicht zijn om aan boord een Britse licentie te hebben die verschillende licentievoorwaarden bevat. Interne wetgeving en andere lokale maatregelen zullen van toepassing zijn op zowel Britse als Europese vaartuigen. Het is de verantwoordelijkheid van de schipper, eigenaar en huurders (indien van toepassing) om op de hoogte te zijn van de specifieke regelgeving en voorschriften om te voldoen aan de Britse wetgeving en het licentiesysteem. Direct toepasbare EU-regelgeving, die werd goedgekeurd onder het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), zal een deel uitmaken van het VK statuten boek als “behouden EU wetgeving”, zoals vermeld onder het Europese terugtrekakkoord van 2018.

Britse wetgeving

Over het algemeen werden volgende wijzigingen doorgevoerd in de bijkomende wetgeving:

  • Gewijzigde bepalingen die verwijzen naar EU-vaartuigen zodat ze waar nodig verwijzen naar Britse vissersboten en ingetrokken bepalingen die niet meer relevant zijn buiten de context van het EU-lidmaatschap;
  • Verwijzingen naar lidstaten vervangen door verwijzingen naar het VK of de relevante regelgevende instantie;
  • Verwijzingen naar de Commissie vervangen door verwijzingen naar het VK of de relevante regelgevende instantie;
  • Alle vereisten voor het VK om verslag uit te brengen naar of het raadplegen van de Commissie of andere EU-instellingen te raadplegen werden geschrapt.

Er zijn wel bepalingen opgenomen in de Fisheries Act 2020 (“de Act”) die op vlak van beleid aanzienlijk verschillen van de behouden EU-wetgeving:

  • De doelstellingen van het GVB in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 (“de Basisverordening ”) zullen worden vervangen en aangevuld door de visserijdoelstellingen van het VK, beschreven in deel 1 van de Fisheries Act.
  • Artikel 5 en bijlage 1 van de Basisverordening over het recht tot gelijke toegang worden ingetrokken. Sectie 16 van de Fisheries Act voorziet dat vreemde vissersboten een vergunning nodig hebben om in VK-wateren te vissen.
  • Artikel 9 en 10 van de Basisverordening over de meerjarenplannen worden ingetrokken en in plaats daarvan zal het VK visserij beheersplannen opstellen (Fisheries Management Plans). Dit sluit de mogelijkheid niet uit om plannen te ontwikkelen voor gezamenlijk beheerde bestanden. In bijlage 11 worden wijzigingen gemaakt aan bestaande meerjarenplannen (MAP) zodat ze verder kunnen blijven werken binnen het kader dat wordt ingevoerd door de Act (bijvoorbeeld door te verwijzen naar sectie 1 ‘visserij doelstellingen’ in plaats van artikel 2 van de Basisverordening).
  • Onder de weerhouden EU-wetgeving zal de aanlandingsverplichting verder gelden in de VK-wateren vanaf 1 januari 2021. Het is nochtans belangrijk om te vermelden dat de uitzonderingen op de aanlandingsverplichting die momenteel van toepassing zijn in de EU-wateren, niet automatisch gelden voor de wateren van het VK. De vaartuigen moeten ervoor zorgen dat ze duidelijk weten welke vrijstellingen er gelden vooraleer er gebruik van te maken. Momenteel worden de meeste uitzonderingen op de teruggooi in de teruggooiplannen van de Noordzee en de Noordwestelijke wateren verder gezet zoals bepaald in de EU-wetgeving. Nochtans zijn er een aantal bijkomende wijzigingen via bijlage 11 gemaakt voor de Fisheries Act en andere regelgeving:
  • Verwijderd:
    • Uitzondering op teruggooi volledig in EU-wateren;
    • De geldende hoge overlevingsuitzondering voor Nephrops in de Noordzee door een gebrek aan ondersteunende wetenschappelijke data. Deze uitzondering wordt vervangen door een nieuwe de minimis uitzondering voor te kleine Noordzee Nephrops die worden gevangen door boomkorvaartuigen met een maaswijdten van 80-99 mm.  De de minimis uitzondering geldt enkel in de VK wateren van ICES-gebieden 2a en 4
  • Geamendeerd:
    • De uitzondering voor pladijs in ICES gebied 4, zodat ook maaswijdtes van 100-119 mm in aanmerking komen (wijziging wordt gemaakt via de Act). Deze wijziging wordt ook doorgevoerd in de versie 2021-2023 van het EU Noordzee teruggooiplan.
  • Artikel 16 van de Basisverordening over de verdeling van de vangstmogelijkheden door de Raad wordt ingetrokken. Het VK wil in de plaats TAC bepalingen publiceren die aan het Britse Parlement worden voorgelegd.
  • Artikel 17 van de Basisverordening over de toewijzing van visserijmogelijkheden door de lidstaten wordt ingetrokken, met gelijkwaardige criteria vastgesteld in sectie 25 van de Fisheries Act;
  • Verordening (EU) 2017/2403 over het duurzaam beheer van buitenlandse visserij vloten wordt ingetrokken. Zoals reeds aangegeven wordt de visserijactiviteit in het VK door buitenlandse vaartuigen beheerd via visvergunningen.
  • Artikel 14, leden 2 tot 5, van de Raadsverordening (EU) nr. 2020/123 van 27 januari 2020 tot vaststelling voor 2020 van de visserijmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen van visbestanden in wateren van de EU en voor vaartuigen van de EU, in bepaalde gebieden buiten de EU, worden ingetrokken. Het VK zal maatregelen voor kabeljauw invoeren welke van toepassing zijn op alle vaartuigen in VK wateren.

Andere vereisten onder VK wetgeving van toepassing op EU vaartuigen

Zoals aangegeven heeft het VK bepaalde bijkomende technische wetgeving voor de eigen vaartuigen, aanvullend op de GVB regels. Relevante bijkomende wetgeving zal worden uitgebreid naar buitenlandse vaartuigen vissend in VK wateren. Deze bijkomende wetgeving is opgesomd in bijlage 2 van de Fisheries Act

  • Het VK zal niet langer vergunningen afleveren aan pulsvissers van niet-VK vaartuigen vanaf 1 januari 2021. De MMO (Marine Management Organisation / Britse Overheid) heeft de Engelse geregistreerde puls trawlers meegedeeld dat hun vergunning vanaf dezelfde datum zal worden ingetrokken.
  • Vanaf 23:01 GMT op 31 december 2020 moeten de basislijnen zoals aangegeven in de Territorial Sea (Baselines) Order 2014 gebruikt worden om de 6-12 nautische mijlszone van het VK te meten bij elke toegang die werd verleend aan buitenlandse vaartuigen. Deze wetgeving werd opgesteld in overeenstemming met relevante voorzieningen van de UNCLOS (United Nations Convention on the Law of the Sea). Dit houdt wijzigingen in betreffende de 6-12 nm limieten in 3 gebieden. Alle toegang onder de EU/VK visserij overeenkomst zal onder de nieuwe basislijnen gebeuren. Tijdens de periode waarin zal worden nagegaan welke vaartuigen mogelijk in aanmerking komen om in de 6-12 nm zone te vissen op basis van hun historische ‘track records’ in het gebied zullen nog de oude basislijnen worden gebruikt.

Toegang tot Britse wateren voor Belgische vissersvaartuigen

Vismachtigingen (fishing autorisations)

Vismachtigingen Britse exclusief economische zone

Sinds 01/01/2021 heeft u een specifieke vismachtiging nodig om te mogen vissen in de exclusief economische zone van de Britse wateren. Deze vismachtiging wordt via de dienst Visserij en de Europese Commissie aangevraagd bij de Britse overheid. Vismachtigingen worden gepubliceerd op de website van de Britse Overheid. In de eerste drie weken wordt met een voorlopige vismachtiging, te raadplegen op de website, gewerkt. Sinds 21 januari hebben de Belgische vissersvaartuigen hun volledige vismachtiging voor de exclusief economische zone ontvangen. 

Indien uw vaartuig niet over een tijdelijke of volledige vismachtiging beschikt, heeft het geen autorisatie om in de Britse wateren actief te zijn. Aan een dergelijke vismachtiging is regelgeving verbonden, die terug te vinden is op de website van de Britse overheid. In de toekomst zal onmiddellijk met volledige vismachtigingen worden gewerkt en wordt het systeem van tijdelijke vismachtigingen verlaten. Indien u bij de dienst Visserij een nieuwe of een aanpassing van een bestaande visvergunning vraagt, zal onmiddellijk een vismachtiging voor de Britse exclusief economische zone worden aangevraagd. 

Vismachtigingen Britse territoriale wateren

Binnen het Brexit-akkoord is bepaald dat voor ‘gekwalificeerde vaartuigen’ een vismachtiging voor de 6- tot 12-mijlszone, de Britse territoriale wateren, wordt uitgereikt. Gekwalificeerde vaartuigen zijn die vaartuigen, of hun onmiddellijke opvolger, die een historische aanwezigheid in de 12-mijls zone kunnen aantonen gedurende 4 jaar tussen 2012-2016.

Technische Maatregelen

Op dit ogenblik zijn er geen specifieke technische maatregelen binnen de Britse wateren. In de toekomst kan dit wel worden opgelegd.

Het is wel zo dat de maatregelen die opgelegd worden aan EU vaartuigen niet verschillen van de maatregelen die opgelegd worden aan Britse vaartuigen en vice versa.

Aanlanding in de Britse havens

Een belangrijk gevolg van de Brexit is dat de aanlanding en doorvoer van door Belgische vaartuigen gevangen visserijproducten, strikter wordt geregeld in de zin dat er meer formaliteiten bij komen kijken. Zo is het bepaald dat vis enkel aan land kan worden gebracht in daartoe aangewezen havens. De Britse Overheid spreekt van ‘designated ports’.

Aangewezen havens (designated ports)

Voor het aanlanden in Britse havens zijn er twee afzonderlijke regelgevingen die beiden van kracht zijn, en met betrekking waartoe specifieke formaliteiten moeten worden vervuld:

  • de IUU-regelgeving (zie punt 3 ‘IUU’), die door de Britse overheid werd overgenomen, en;
  • de NEAFC-regelgeving, verbonden aan het feit dat zowel de EU als het Verenigd Koninkrijk NEAFC Verdragspartners zijn (Zie punt 4 ‘NEAFC’).

Beide processen hebben specifiek aangewezen havens. Voor volgende havens geldt dat zij voor beide processen als aangewezen haven zijn aangeduid: Brixham (1), Grimsby, Holyhead (1), Milford Haven (1), Newlyn (1), Padstow, Plymouth (1), Shoreham (1).

In havens aangeduid met een (1) is er geen veterinaire “Border Inspection Post” (BIP) aanwezig, dit is irrelevant bij aanlandingen van verse vis, maar houdt beperkingen in bij aanlandingen van bevroren vis of bij overladingen.

Er wordt met de Europese commissie en de Britse overheid overlegd om ook Liverpool en Birkenhead aan deze lijst toe te voegen.

De lijst van NEAFC aangewezen havens wordt in het kader van het Brexit-akkoord frequent bijgewerkt. De meest recente lijst kan u hier vinden.

Aanmeldingstermijnen

Voor men kan aanlanden in Britse havens, moet men de nodige formaliteiten in orde te brengen. Het is van belang dat de levende gewichten die in documenten en systemen ten gevolge van Europese regelgeving (ERS en PNO), IUU regelgeving en NEAFC aanmelding gelijk moeten zijn. 

Zowel het elektronisch logboek, de IUU regelgeving als de NEAFC –havens hebben hun eigen afspraken rond de termijnen waarbinnen de gegevens doorgestuurd en gevalideerd moeten zijn.  Voor een PNO bericht is de regel dat dit vier uur voor aanlanding moet zijn opgemaakt, in het kader van IUU regelgeving moet het vier uur op voorhand de Britse Overheid bereiken en in het kader van NEAFC hanteert elke haven zijn eigen termijnen, terug te vinden op de NEAFC website.  

De aanmeldingen in de diverse systemen moeten zowel door de Belgische als de Britse overheid worden gevalideerd. Daarom moet men minstens 12 uur voorafgaand effectieve aanlanding op weekdagen de aanmelding in het NEAFC-portaal en de benodigde certificaten in het kader van de IUU-regelgeving overmaken. Alleen dan kan een tijdige afhandeling gegarandeerd worden.

De bevoegde overheidsdiensten bekijken de mogelijkheden om de aanmeldingstermijnen in de toekomst nog beter op de noden van de sector af te stemmen en ook buiten de kantooruren de nodige validatie te kunnen voorzien.

Import van vis en verwerkte visserijproducten uit het Verenigd Koninkrijk

Wilt u vis of visproducten uit het Verenigd Koninkrijk importeren? Dan gelden met ingang van 1 januari 2021 een aantal regels. Dit doordat het Verenigd Koninkrijk als een derde land moet worden beschouwd. Deze regels zijn van toepassing op vis gevangen door Britse vaartuigen.

Visserijproducten, met uitzondering van aquacultuurproducten en zoetwatervis (en bijkomende uitzonderingen zoals opgenomen in Raadsverordening (EG) nr. 1005/2008), uit het VK moeten voorzien zijn van de volgende documenten:

  • Een vangstcertificaat gevalideerd door de Britse IOO-autoriteit of indien het om verwerkte visserijproducten gaat uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig van een EU lidstaat of een ander derde land, een gevalideerd vangstcertificaat van het desbetreffende land;
  • Bijbehorende vereiste documentatie, zoals het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst en de transportdetails;
  • Indien van toepassing, annex IV-certificaat voor verwerkte visserijproducten.

Naast de vereiste douaneformaliteiten zoals bepaald door FOD Douane en Accijnzen en het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen) dient de dienst Visserij van de importeur of zijn vertegenwoordiger binnen volgende vastgestelde termijnen het gevalideerde vangstcertificaat en indien van toepassing het annex-IV certificaat te ontvangen voor controle.

  • Voor diepgevroren visserijproducten per container moet dit ten minste drie werkdagen vóór de geschatte tijd van aankomst op de plaats van binnenkomst op het grondgebied van de Gemeenschap ingediend te worden.
  • Voor een directe aanlanding van verse zeevisserijproducten, moet men zowel de voorafgaande kennisgeving als het gevalideerd vangstcertificaat bij de dienst Visserij aanleveren, en dit ten minste vier uur voor geschatte tijd van binnenkomst in een aangewezen haven (Oostende) van de Gemeenschap. We vragen u dit 12u vóór de geschatte tijd van binnenkomst aan te melden. Alleen dan kan een tijdige afhandeling gegarandeerd worden. 
  • Ook moet de kapitein of zijn vertegenwoordiger ten minste 24 uur voor geschatte binnenkomst in de haven het North East Atlantic Fisheries Commission (NEAFC) PSC-1 formulier indienen.

Export van vis en verwerkte visserijproducten naar het Verenigd Koninkrijk: directe aanlandingen van Belgische vissersvaartuig in het Verenigd Koninkrijk

Alle aanlandingen moeten gebeuren in een North East Atlantic Fisheries Commission (NEAFC) aangewezen haven, zelfs wanneer deze afkomstig zijn van buiten de NEAFC conventie zone. Bij vangsten afkomstig van Belgische vissersvaartuigen uit de NEAFC conventie zone en direct aangeland in een Britse aangewezen haven moet de kapitein of zijn vertegenwoordiger een NEAFC Port State Control formulier (PSC-1) indienen voor aanlanding.

Daarnaast moet de kapitein of zijn vertegenwoordiger volgende gegevens overmaken:

  • Voorafgaande kennisgeving: Alle Belgische vissersvaartuigen moeten hun voorafgaande kennisgeving via het elektronisch logboek registreren en dit ten minste 4 uur voor verwachte binnenkomst in de aangewezen haven over maken;
  • Tijd van binnenkomst in de haven (RTP);
  • Gevalideerd IOO (IUU) vangstcertificaat: Alle Belgische vissersvaartuigen moeten ten minste 4 uur voor verwachte binnenkomst in de aangewezen haven een vangstcertificaat, gevalideerd door de Dienst Visserij van het Departement Landbouw en Visserij, voor leggen aan de Britse autoriteiten. We vragen u dit 12u vóór de geschatte tijd van binnenkomst aan te melden. Alleen dan kan een tijdige afhandeling gegarandeerd worden. 

Bij aanlanding kan er een inspectie plaatsvinden vanwege de Britse autoriteiten.

Vangsten afkomstig van buiten de NEAFC conventie zone maken onderdeel uit van de IOO (IUU) controles in de aangewezen havens, dit naar aanleiding van de FAO ‘Port State Measures Agreement’ (PSMA).

IUU

De handel in vis en visserijproducten die afkomstig zijn van IUU-visserij is binnen de EU verboden. Daarom worden de vaartuigen van derde landen die vis aanlanden in de EU, gevraagd een vangstcertificaat voor te leggen. Zo is er in het bijzonder een vangstcertificatieschema waarmee de autoriteiten van de vlaggenstaat moeten certifiëren dat de partijen vis die verhandeld worden, afkomstig zijn van legale visserijactiviteiten.

De Britse overheid heeft een vergelijkbare wetgeving aangenomen voor partijen vis die binnen het Verenigd Koninkrijk worden aangeland en waaraan de EU-vaartuigen moeten voldoen. In verband met deze wetgeving wordt met aangewezen havens gewerkt (zie ‘1) Aangewezen havens (designated ports)’).

Deze IUU regelgeving is van toepassing op Belgische vissersvaartuigen die in het VK wensen aan te landen maar ook op Europese vaartuigen die naar het VK wensen te exporteren. Volgende scenario’s zijn mogelijk:

Directe invoer in het Verenigd Koninkrijk bestemd voor verkoop in het Verenigd Koninkrijk

Dit scenario is van toepassing wanneer een Belgische vissersvaartuig zijn vangst aanlandt voor invoer in het Verenigd Koninkrijk. Dit zou betekenen dat de eerste verkoop plaatsvindt op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk. Het gevalideerde vangstcertificaat van de autoriteit van de vlaggenlidstaat is verplicht door de implementatie van Britse IUU-regelgeving. 

Dergelijke aanlanding mag enkel plaatsvinden in Britse aangewezen havens. In overeenstemming met artikel 12 van de IUU-Verordening moet er per goederenzending (bv. container) een vangstcertificaat opgesteld te worden.

In dit geval is er een gevalideerd vangstcertificaat van de Dienst Visserij van het Departement Landbouw en Visserij vereist, in overeenstemming met de Britse IUU-regelgeving:

Directe invoer in het Verenigd Koninkrijk bestemd voor verkoop in Europese Unie

Dit scenario is van toepassing wanneer een Belgisch vissersvaartuig zijn vangst aanlandt via een haven op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, bestemd voor eerste verkoop op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk zal deze eerste verkoop voornamelijk via de Vlaamse Visveiling nv. zijn. Aangezien het Verenigd Koninkrijk een eigen IUU-wetgeving heeft geïmplementeerd, hoort het Verenigd Koninkrijk bij de landen zoals opgenomen in artikel 15 van de IUU-verordening. Door deze bepalingen, zoals opgenomen in de IUU-verordening, moeten de Britse autoriteiten kunnen beschikken over een gevalideerd vangstcertificaat afkomstig van de autoriteit van de vlaggenstaat van het betrokken vissersvaartuig. Kortom, hoewel deze vangsten afkomstig zijn van een EU-vissersvaartuig bestemd voor eerste verkoop binnen de Europese Unie, is een gevalideerd vangstcertificaat vereist naar aanleiding van de bepalingen zoals opgenomen in Britse IUU-regelgeving met betrekking tot de aanlandig van visserijproducten op Brits grondgebied.

Dergelijke aanlanding mag enkel plaatsvinden in Britse aangewezen havens. In overeenstemming met artikel 12 van de IUU-Verordening dient er per goederenzending (bv. container) een vangstcertificaat opgesteld te worden.

In dit geval is er een gevalideerd vangstcertificaat van de Dienst Visserij van het Departement Landbouw en Visserij vereist, in overeenstemming met de Britse IUU-regelgeving:

Indirecte invoer in het Verenigd Koninkrijk

De volledige vangst van een Belgisch (of bij uitbreiding Europees) vissersvaartuig wordt aangeland in een haven van de Europese Unie. Volgens dit scenario wordt deze vangst of een gedeelte van de vangst (al dan niet reeds verwerkt) geëxporteerd naar het Verenigd Koninkrijk. In dit geval is er een gevalideerd vangstcertificaat vereist in overeenstemming met de Britse IUU-regelgeving.

In overeenstemming met artikel 12 van de IUU-Verordening dient er per goederenzending (bv. container) een vangstcertificaat opgesteld te worden.

In dit geval is er een gevalideerd vangstcertificaat van de Dienst Visserij van het Departement Landbouw en Visserij vereist, in overeenstemming met de Britse IUU-regelgeving:

Directe invoer in de Europese Unie bestemd voor verkoop in de Europese Unie

Dit scenario is van toepassing wanneer een Brits vissersvaartuig een Belgische haven binnenvaart voor het aanlanden van zijn vangst. Na aanlanding wordt deze vangst verkocht binnen de douane-unie. Meer informatie met betrekking tot de directe invoer vind je hier (hier verwijzen naar punt : Import van vis en verwerkte visserijproducten uit het Verenigd Koninkrijk).

Directe invoer in de Europese Unie bestemd voor verkoop in het Verenigd Koninkrijk

Wanneer een Brits vissersvaartuig zijn vangst aanlandt via een Belgische haven, bestemd voor eerste verkoop in het Verenigd Koninkrijk, dient er een gevalideerd vangstcertificaat afkomstig van de Britse autoriteiten voorgelegd te worden aan de Belgische IOO-autoriteiten. Meer informatie met betrekking tot de directe invoer vind je hier (hier verwijzen naar punt : Import van vis en verwerkte visserijproducten uit het Verenigd Koninkrijk).

Indirecte invoer in de Europese Unie

Visserijproducten (al dan niet verwerkt) afkomstig van Britse vissersvaartuigen en aangeland in het Verenigd Koninkrijk of een ander derde land en die worden geëxporteerd naar België, moeten vergezeld zijn van een gevalideerd vangstcertificaat afkomstig van de Britse IUU-autoriteit. Meer informatie met betrekking tot de directe invoer vind je hier (hier verwijzen naar punt : Import van vis en verwerkte visserijproducten uit het Verenigd Koninkrijk).

NEAFC Port State Control (PSC)

Zowel de EU als het VK zijn NEAFC-verdragspartners en dit heeft diverse gevolgen voor de Belgische visserijsector.

Voor Belgische vissersvaartuigen die vis wensen aan te landen in het Verenigd Koninkrijk betekent dit dat zij hiervoor vanaf 1 januari 2021 enkel nog gebruik kunnen maken van NEAFC-aangewezen havens (Ver. (EU) Nr. 1236/2010, art. 23)  (Zie ‘1) Aangewezen havens’).

Voor Europese vissersvaartuigen is in dit kader volgende regelgeving van kracht: Verordening (EU) Nr. 1236/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt en de hierbij horende Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 433/2012 van de Europese Commissie.

Deze verordeningen betreffen het gebruik van havens van NEAFC-verdragspartners door vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere (NEAFC-)verdragspartner varen en vis wensen aan te landen die in het verdragsgebied werd gevangen en nog niet eerder in een haven werd aangevoerd of overgeladen (Ver. (EU) Nr. 1236/2010, art. 22).

Het zogenaamde ‘verdragsgebied’ betreft het gebied zoals gedefinieerd in art. 1, lid 1, van het Verdrag van 12 augustus 1981 inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en waar zowel de Europese alsook de Britse visserijzones toe behoren.

Een lijst met actuele behoudsmaatregelen binnen NEAFC.

Naast de nu geldende IUU-bepalingen overeenkomstig art. 6 van Ver. (EG) nr. 1005/2008 moet de aanlanding van vangsten in het Verenigd Koninkrijk ook elektronisch gemeld op de server van NEAFC en dit door middel van een elektronische PSC-notificatie.

Om deze PSC-notificatie aan te maken moet men eerst over een NEAFC-account beschikken. In deze Nederlandstalig handleiding kan men de nodige richtlijnen vinden om een account en PSC-notificaties aan te maken.

Voor meer informatie kan men ook rechtstreeks de website van NEAFC consulteren. Een Engelstalige handleiding en de codes voor het invoeren van gegevens zijn beschikbaar.

De aanmeldtermijn voor het aanlanden van verse vis in het kader van de NEAFC-regelgeving is minimaal 4 uur, hoewel sommige havens andere termijnen hanteren. Aangezien deze termijn in de praktijk niet haalbaar is, moet men echter minimaal 12 uur voorafgaand aanlanding de aanmelding en de benodigde certificaten in het kader van de IUU-regelgeving door geven. Enkel dan kan een tijdige afhandeling worden gegarandeerd. Een aanmelding moet namelijk zowel door de Belgische als de Britse overheid worden gevalideerd.

De bevoegde overheidsdiensten bekijken de mogelijkheden om de aanmeldingstermijnen in de toekomst nog beter op de noden van de sector af te stemmen.

Bijkomende informatie over de NEAFC-regelgeving en aangewezen havens kan men vinden op: