Voeding van runderen van het Belgisch Witblauwe ras (versie 2014)

Op een vleesveebedrijf gaat heel wat aandacht van de veehouder uit naar de voeding van de dieren. Hij wenst immers een maximale groei en prestaties bij de dieren te realiseren. Bovendien stelt hij alles in het werk om gezond en smakelijk vlees te produceren naar de wensen van de consument.

Voor een rendabele bedrijfsvoering is het ook belangrijk de voederkosten zo veel als mogelijk te drukken. Ze maken immers een belangrijk deel, zo niet het belangrijkste deel uit van de totale kosten op een vleesveebedrijf. Bovendien is het aanbod van diverse voedermiddelen sterk afhankelijk van de klimaatomstandigheden, de evolutie van de bio-energieproductie, de markten,… Dit heeft een grote weerslag op de kostprijs van deze voedermiddelen.

Natuurlijk mag men bij het streven naar een goedkoop rantsoen noch de groei, noch andere zoötechnische resultaten van de dieren uit het oog verliezen. Men moet een evenwicht zoeken tussen de voederkosten en de prestaties van de dieren. De vleesveehouder heeft er dus alle baat bij om zijn dieren te voederen volgens hun behoeften en de rantsoenen samen te stellen op basis van de kwaliteit en de kostprijs van de voedermiddelen. Hiervoor is een degelijke kennis nodig van de werking van het magencomplex van het rund, de voederbehoeftenormen van de verschillende diercategorieën en de voedermiddelen.

In deze brochure wordt getracht om de belangrijkste aandachtspunten bij voeding van vleesvee samen te brengen. In een eerste hoofdstuk wordt de werking van het magencomplex van het rund beschreven. Op dit vlak worden weinig verschillen gevonden tussen vleesvee en melkvee. In de volgende vier hoofdstukken wordt de voeding per diercategorie besproken. Door zijn specifieke bouw en eigenschappen enerzijds en omwille van de vleesproductie anderzijds vergt het Belgisch Witblauwe ras een ander rantsoen dan melkvee en zelfs andere vleesveerassen. Het zesde hoofdstuk geeft uitleg bij de verschillende parameters die de voederwaarde en de samenstelling van een voedermiddel bepalen en beschrijft enkele veel voorkomende voedermiddelen in de vleesveehouderij. Het laatste hoofdstuk gaat tenslotte dieper in op de graslanduitbating op vleesveebedrijven. Dit vereist namelijk een andere aanpak dan op melkveebedrijven en verdient ook op vleesveebedrijven de nodige aandacht.

Deze brochure is te downloaden via het bestelloket van Vlaanderen.

 

Informatie over de inhoud van de brochure kan worden verkregen bij Laurence Hubrecht: Tel. 09 276 28 44 -
laurence.hubrecht@lv.vlaanderen.be