Belang van duurzaam watergebruik in de land- en tuinbouw

Op deze pagina:

Op heel wat land- en tuinbouwbedrijven gebeurt de watervoorziening via de winning van grondwater en in geringe mate via de winning van oppervlaktewater uit de waterlopen. Toch kan de fysische en chemische toestand van de watervoerende lagen een beperkende factor zijn.

Waarom moet ik zuinig omspringen met diep grondwater?

Wist u dat bijna de helft van het water dat gebruikt wordt in de land- en tuinbouw, diep grondwater is?

Grondwater uit diepere lagen heeft meestal een goede kwaliteit en een constante samenstelling. Deze lagen liggen meestal op een diepte van meer dan honderd meter en zijn zo op een natuurlijke wijze afgeschermd van de oppervlakte. Door zijn natuurlijke kwaliteit is dit water bijzonder geschikt voor specifieke hoogwaardige toepassingen.

Maar bij het voortgezet intensief oppompen van diep grondwater daalt het peil in de grondwaterlagen. Hierbij slinkt de watervoorraad in sommige watervoerende lagen sneller dan dat ze wordt aangevuld. De putten zullen bijgevolg minder debiet geven.

Een ander belangrijk bijkomend probleem is de verandering van de kwaliteit van het grondwater, bijvoorbeeld in het Sokkelsysteem in Oost- en West-Vlaanderen. Daardoor is het grondwater niet langer voor alle doeleinden geschikt.

De belangrijkste maatstaven van een kwaliteitsverstoring zijn:

  • verhoogd ijzergehalte,
  • verhoogd chloride- en sulfaatgehalte,
  • hogere geleidbaarheid,
  • hogere hardheid.

Op verschillende plaatsen worden een recente verzilting (stijgend chloridegehalte) en lokale verhogingen van fluoride-, ijzer- en sulfaatconcentraties vastgesteld.

Iedereen heeft er dus alle belang bij om zuinig om te springen met hoogwaardig diep grondwater. Op die manier kan de beschikbaarheid op lange termijn veilig gesteld worden.

De daling van het grondwaterpeil in bepaalde streken in Vlaanderen zorgt ervoor dat sommige Vlaamse land- en tuinbouwers nu al op zoek moeten naar alternatieven.

Meer informatie over de oorzaak van de kwaliteitswijziging, vindt u op de pagina van de Vlaamse grondwaterproblematiek.

Waarom moet ik zuinig omspringen met ondiep grondwater?

Door de overmatige winning van water uit de ondiepe grondwaterlaag ontstaat er rond de pompput een depressiekegel. Door deze lokale daling van de grondwatertafel kan lokaal:

  • verdroging en verminderde waterbeschikbaarheid voor planten en gewassen ontstaan;
  • verzilting optreden;
  • verspreiding van verontreiniging plaatsvinden;
  • scheuren in muren van gebouwen optreden.

Het is aangewezen om ondiep water enkel in te zetten op die plaatsen waar er voldoende ondiep grondwater voorradig is en waar de aanvulling voldoende snel kan gebeuren.

Waarom moet ik zuinig omspringen met het beschikbare oppervlaktewater?

De vraag naar oppervlaktewater voor land- en tuinbouw volgt de vraag naar water van gewassen tijdens het groeiseizoen en is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.
In extreem droge periodes kan de vraag voor de beregening van gewassen boven de capaciteit van het wateraanbod uitstijgen. In dat geval kan de waterbeheerder het gebruik van het oppervlaktewater uit de waterlopen beperken of tijdelijk verbieden.

Dus ook wanneer u oppervlaktewater inzet, heeft u er belang bij de watergift af te stemmen op de waterbehoefte van de plant. Op die manier kunt u water besparen.

Meer informatie over de beschikbare watervoorraden in Vlaanderen: cijfers en beleid