Berekening irrigatiebehoefte per seizoen

Op deze pagina:

Welke factoren bepalen de vochtbehoefte van de plant?

De verdamping via het gewas (transpiratie) en de verdamping via het bodemoppervlak (evaporatie) worden samen genomen in de term evapotranspiratie omdat in een gesloten gewas niet kan worden uitgemaakt wat de exacte verhouding is tussen de transpiratie en de evaporatie. De grootteorde van de evapotranspiratie wordt bepaald door de hoeveelheid zon, de luchtvochtigheid, de temperatuur en de wind. Evapotranspiratie wordt uitgedrukt in mm per dag. De FAO, de wereldvoedselorganisatie, heeft een gestandaardiseerde methode voorgeschreven voor de berekening van de referentie evapotranspiratie of de ETo (Allen, R.G., Pereira, L.S., Raes, D., Smith, M., (1998). Crop evapotranspiration. Guidelines for computing crop water requirements. FAO Irrigation and drainage paper. FAO, Rome, Italy). De referentie gewasverdamping ETo is de hoeveelheid water die een referentiegewas, een grasmat met een hoogte van 12 cm, verdampt, uitgedrukt in l/m² of in mm.

Onderstaande figuur toont dat tijdens de zomer op tien dagen tijd de ETo 10 mm hoger is dan de neerslag. Dit tekort moet worden aangevuld om uitputting van de vochtvoorraad te voorkomen. De figuur toont de gemiddelde waarnemingen. Maar tijdens een warme en droge periode kan het vochttekort oplopen tot 50 mm per tien dagen. Omgekeerd is er in natte periodes een neerslagoverschot in plaats van een tekort.

Gemiddelde neerslag en verdamping (ETo) voor een periode van 10 dagen tussen 31/8 en 28/8 in het centrum van het land sinds 1959.

 Figuur: Gemiddelde neerslag en verdamping (ETo) voor een periode van 10 dagen tussen 31/8 en 28/8 in het centrum van het land sinds 1959 (Bodemkundige Dienst van België vzw, KMI)

Bron: Bodemkundige Dienst van België vzw, KMI

Hoe kan ik de benodigde hoeveelheid irrigatiewater voor een teeltseizoen berekenen?

Als voorbeeld wordt berekend hoeveel mm irrigatiewater een perceel bloemkool nodig heeft tijdens een gemiddeld seizoen. Hierbij is 1 mm is gelijk aan 1 l/m² of ook 10 m³ per ha.

Start planten: 10 april
Oogst: 20 juni
Gemiddelde ETo (10/4-20/6) : 205 mm

In de laatste weken voor de oogst verdampen de bloemkolen meer dan de referentie grasmat of ETo, namelijk tot 1,4 keer zo veel. Maar bij de start van het groeiseizoen zijn de plantjes nog klein en verdampen ze slechts één vierde van de ETo. Voor deze berekening veronderstellen we dat de verdamping van de bloemkolen gelijk is aan de ETo.

Gemiddelde neerslag (10/4-20/6): 170 mm

Deze hoeveelheid neerslag is nooit 100% efficiënt. Bij zwaar onweer zal een deel van het water wegstromen van het perceel of onmiddellijk doorspoelen naar de diepere ondergrond. In de berekening wordt een efficiëntie van 70% aangenomen.

Effectieve neerslag: 0,7 * 170 mm = 120 mm
Neerslagtekort: 205 mm – 120 mm = 85 mm

Omdat in deze berekening de bloemkolen begin april geplant worden moet ook rekening gehouden worden met de vochtvoorraad in de bodem bij de start van de teelt. Op een kleibodem kan die 40 mm bedragen terwijl op een zandbodem maar 10 mm. In de berekening wordt aangenomen dat de vochtvoorraad in de bodem 20 mm bedraagt. Bij een eventuele tweede planting in het najaar zal de plant niet meer kunnen profiteren van die vochtreserve omdat die tijdens het groeiseizoen niet wordt aangevuld.

Hoeveelheid irrigatiewater noodzakelijk: 85 mm – 20 mm = 65 mm