Ontsmetten van recirculatiewater

Op deze pagina:

Waarom is ontsmetten van recirculatiewater bij hergebruik belangrijk?

In vergelijking met een open teeltsysteem bestaat bij recirculatie van het voedingswater een verhoogde kans op de verspreiding van ziekteverwekkende micro-organismen.

Een besmetting gebeurt op allerlei manieren, bijvoorbeeld via besmet hemel- of oppervlaktewater of
via geïnfecteerd plantenmateriaal.

Voornamelijk wortelziekten geven problemen in de substraatteelt, in het bijzonder ziekten veroorzaakt door Pythium of Phytophthora. Die micro-organismen produceren zwemsporen die zeer goed aangepast zijn voor verspreiding in het water in een gesloten teeltsysteem. Ook andere schimmels die geen zwemsporen vormen, zoals Fusarium, en bacteriën, virussen en nematoden kunnen zich bij hergebruik van het drainwater verspreiden over het bedrijf.

Om een massale verspreiding van ziekteverwekkers op het tuinbouwbedrijf te voorkomen is het aanbevolen om, behalve preventief een algemene goede bedrijfshygiëne toe te passen , het recirculatiewater te ontsmetten.

Welke ontsmettingssystemen kunnen gebruikt worden?

De keuze voor een ontsmettingssysteem wordt bepaald door de benodigde capaciteit, de kostprijs en de beschikbare ruimte.

Langzame zandfiltratie

Langzame zandfiltratie is één van de oudste waterzuiveringsmethoden en een goedkope manier om water te ontsmetten.

Werking

 Een langzame zandfilter heeft behalve de fysische werking, een biologische werking. Als het water door de zandfilter stroomt, wordt een biologisch actieve slijmlaag afgezet. Aan de zandkorrels en de slijmlaag worden organische stoffen geadsorbeerd die via oxidatie afgebroken worden. De antimicrobiële werking bestaat erin dat bacteriën en andere micro-organismen worden geadsorbeerd. Ze zijn een voedingsbron voor nuttige micro-organismen die in de bovenste lagen van het filtermedium voorkomen. Dit nuttige biologische leven produceert antagonistische stoffen zoals antibiotica die dodelijk zijn voor de pathogenen. Sporen van plantpathogenen bijvoorbeeld worden geadsorbeerd aan de zandkorrels en dan onder invloed van micro-organismen afgebroken.

De efficiëntie van een langzame zandfilter wordt bepaald door de korreldiameter van het zand en de doorstroomsnelheid.

Voordelen

  • eenvoudige techniek, de installatie kan zelf gebouwd worden;
  • lage kostprijs;
  • water wordt gezuiverd van organisch materiaal, troebelheid en zwevende deeltjes;
  • veel ziekteverwekkers worden verwijderd (schimmels en bacteriën);
  • nuttige microflora overleven.

Nadelen

  • volumineus, maar anderzijds dient het ook voor de wateropslag;
  • de werking is temperatuurafhankelijk;
  • niet alle ziekteverwekkers worden tegengehouden.

Foto langzame zandfilter

Langzame zandfilter
Bron: PCS

UV-ontsmetting

Werking

Bij uv-ontsmetting worden pathogenen afgedood door uv-bestraling. UV-stralen hebben een golflengte van 100 tot 400 nm. De uv-stralen, met een golflengte tussen 200 en 280 nm, hebben een kiemdodende werking. Zij beschadigen de DNA-structuur van de micro-organismen zodat de cellen afsterven of minstens hun functie verliezen. DNA wordt het meest efficiënt afgebroken bij een golflengte van 265 nm.

De efficiëntie van de uv-ontsmetter wordt enerzijds bepaald door de dosis uv-straling en anderzijds door de transmissie van het water.

Voordelen

  • minder volumineus dan een langzame zandfilter;
  • volledige ontsmetting mogelijk: bacteriën, schimmels, nematoden en virussen worden uitgeschakeld met een uv-C-dosis van 250 mJ/cm²;
  • werking is controleerbaar.

Nadelen

  • hoge kostprijs van de installatie;
  • hoge energiekosten;
  • transmissies belangrijk;
  • afbraak van ijzerchelaten;
  • regelmatige vervanging van de lampen.

Foto hogedruk uv-installatie

hogedruk uv-installatie
Bron: PCS

Foto lagedruk uv-installatie

lagedruk uv-installatie
Bron: PCS

Efficiëntiecontrole van ontsmetting met pathogenen

Het is belangrijk om de werking van de ontsmettingsinstallatie regelmatig te laten controleren door het water voor en na ontsmetting te laten onderzoeken op de aanwezigheid van belangrijke plantpathogene micro-organismen. Bepaalde schimmels zoals Phytophthora en Pythium behoren tot de groep van de Oömyceten en kunnen zich in het water voortplanten. Door de efficiëntie te controleren waarmee micro-organismen door de ontsmetter worden afgedood, kunnen eventuele problemen met de ontsmettingsinstallatie worden opgespoord.

Via de biotoets met de Rhododendron-blaadjes kan hun aanwezigheid worden nagegaan. Blaadjes van Rhododendron hybride ‘Cunningham’s White’ worden in een netje gebracht en gedurende een 4-tal dagen in de waterbassin gelegd, ± 20 cm onder het wateroppervlak. De blaadjes trekken zwemsporen van Phytophthora en Pythium aan. Deze sporen infecteren de blaadjes en vormen lesies (bruine vlekjes). In het labo worden eventuele bladvlekken na uitplating op een selectieve voedingsbodem geanalyseerd via microscopische analyse. Het resultaat van deze uitplating geeft geen exacte aantallen weer maar eerder een kwantitatieve aanduiding (lage/hoge infectiedruk). Bij de uitvoering van deze bladloktoets worden grote hoeveelheden water bemonsterd en is er een lage detectielimiet voor Phytophthora.

Voor meer informatie kunt u terecht in het Proefcentrum voor de Sierteelt (PCS) in Destelbergen en in het Diagnosecentrum voor planten van het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) in Merelbeke.