UV-ontsmetter

Op deze pagina:

Opbouw

Ontsmetting met uv-bestraling gebeurt in een buisreactor met centraal een uv-lamp met lage of hoge kwikdampdruk beschermd door een kwartsbuis. De voedingsoplossing stroomt tussen de kwartsbuis en de buitenwand van de reactor.

Volgende tabel vergelijkt de eigenschappen van een hogedruk uv-ontsmetting met een lagedruk uv-ontsmetting. De vermelde gegevens zijn richtwaarden. De reële waarden zijn afhankelijk van de uv-installatie. Voor meer gedetailleerde informatie neemt u best contact op met een installateur van uv-ontsmetters.

Eigenschappen van lagedruk en hogedruk uv-ontsmetting

-

Lagedruk uv

Hogedruk uv

Spectrum

Monochromatisch licht (253,7 nm)

uv-stralen (200-280 nm)

Vermogen per lamp

Tot 500 W (200-300 W standaard)

8 cm kamer = 4,5 à 8,5 kW tot 11cm kamer = 7 à 11,7 kW

Debiet per lamp

0,05 m³/h – 10 m³/h

1,5 m³/h – 40 m³/h

Ruimtebezetting

Installatie wordt groter naarmate het debiet groter wordt (meer lampen)

Slechts één lamp (compactere installatie)

Energieopwekking

40% uv-C

10% uv-C

Levensduur

12.000 tot 16.000 uren

5.000 uren

Kostprijs lampen

Hoog bij veel lampen (200– 300 euro per lamp)

Lagere kostprijs (één lamp) : richtprijs 700 euro

Regelen stralingsdosis

Automatisch op basis van kwaliteit transmissie van het hemelwater

Gebruiker kan zelf niveau van ontsmetting bijregelen

Omschakeling van selectieve naar totale ontsmetting (drain- en hemelwater)

Voor volledige ontsmetting meer energie dus meer lampen

Geen noemenswaardige meerkost

Aankoopprijs

Lager

Bij kleine debieten hogere kostprijs dan lagedruk uv

Belangrijk bij uv-ontsmetters is de controle van de transmissie. De transmissie van het te ontsmetten drainwater is het percentage kiemdodend uv-licht dat nog over is nadat het licht doorheen een waterlaag van 10 mm gegaan is. De transmissiewaarde is ook mee bepalend voor de berekening van de ontsmettingsdosis. Een te lage transmissie kan een negatieve invloed hebben op de ontsmettende werking van de installatie. De transmissiewaarde van drainwater afkomstig van teelten op inert substraat, bijvoorbeeld steenwol, ligt meestal tussen 20 en 40%; de waarden bij teelten op organische substraten liggen meestal lager. Organische stoffen en ijzerverbindingen verminderen de transmissie van de voedingsoplossing. Tijdens de uv-behandeling worden ijzerchelaten gedeeltelijk afgebroken. De transmissie van het te ontsmetten water kan verhoogd worden door de bijmenging van zuiver water en/of door voorfiltratie met een multimediafilter (snelle zandfilter) of een langzame zandfilter.

Ook belangrijk is de regelmatige reiniging van de kwartsbuizen omdat vuil op de kwartsbuis het uv-licht tegenhoudt en een goede ontsmetting onmogelijk maakt. Na verloop van tijd neemt het vermogen van de lampen af, wat kan leiden tot een slechte ontsmetting. Daarom is het nodig de lampen tijdig te vervangen.

 

Efficiëntie

De efficiëntie van de uv-ontsmetter wordt enerzijds bepaald door de dosis uv-straling en anderzijds door de transmissie van het water. Hoe lager de transmissie, hoe hoger de benodigde dosis om het gewenste effect te behalen. De stralingsdosis is afhankelijk van de stralingsintensiteit (mW/cm²), de doorstroomsnelheid of dus de contacttijd met de ziektekiemen, en het type af te doden pathogeen. Voor de bestrijding van schimmels en bacteriën wordt een dosis van 170 mJ/cm² aangeraden. Voor een volledige ontsmetting waarbij ook virussen worden uitgeschakeld, is een dosis van 250 mJ/cm² aangewezen.