Biorotor

Een biorotor is een slib-op-drager-systeem waarbij het dragermateriaal (gegolfde schijven met een hoog specifiek oppervlak) rond een roterende as is bevestigd. Een andere uitvoeringsvorm is deze waarbij de rotor bestaat uit een trommel, die gevuld is met pakkingmateriaal met een hoog specifiek oppervlak. Dit aërobe systeem omvat drie stappen: voorbehandeling, biologische zuivering en nabehandeling.

De biorotor opgebouwd uit een voorbezinking, een biologie en een nabezinking
biorotor opgebouwd uit een voorbezinking, een biologie en een nabezinking

Bron: Waterwegwijzer, foto: Danni Elskens, Koloriet

De rotor wordt voor 40% ondergedompeld in voorbezonken afvalwater en draait continu rond aan een lage snelheid. Door de rotatie wordt de biofilm afwisselend met het afvalwater en met de zuurstof in de lucht in contact gebracht. Als de biofilm op de drager te dik wordt, schuift het slib gedeeltelijk af en komen slibvlokken in het afvalwater terecht. Deze vlokken worden verwijderd in een nabezinktank en naar een slibstockage verpompt. De waterfilm die over de biofilm getrokken wordt tijdens de rotatie is zeer dun. Dit bevordert een goede zuurstofoverdracht. Biorotoren zijn ook geschikt voor nutriëntverwijdering, mits een aangepaste opbouw en een goed gebruik van het systeem.

De reactorruimte kan uit één of meerdere compartimenten bestaan. Het dragermateriaal moet voldoende stijf zijn om vervormingen te voorkomen, het moet een hoog specifiek oppervlak hebben en een goede hechting geven aan micro-organismen. De rotatie van de drager zorgt voor de nodige turbulentie en dus voor een goede menging met het afvalwater.