Afvalwaterzuivering

Op deze pagina:

Wat wordt verwacht van een goed afvalwaterzuiveringssysteem?

Van een goede afvalwaterzuiveringsinstallatie wordt verwacht dat:

  • er voldoende reductie is van de vuilvracht zodat de opgelegde lozingsnormen gehaald worden. Op melkveebedrijven moet vooral extra aandacht geschonken worden aan de verwijdering van stikstof en fosfor;
  • er een zeer geringe gevoeligheid is voor variaties in vuilvracht van het afvalwater;
  • het systeem goed presteert onder alle omstandigheden;
  • het systeem een grote bedrijfszekerheid kent en autonoom kan functioneren zonder veel opvolging en bijsturing door de exploitant;
  • ze een eenvoudige bedrijfsvoering heeft;
  • de installatie-, werking- en onderhoudskosten zo laag mogelijk zijn.

Er zijn verschillende afvalwaterzuiveringssystemen beschikbaar. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen extensieve systemen en mechanische systemen. De keuze van een afvalwaterzuiveringssysteem is afhankelijk van diverse factoren zoals lozingsnormen, samenstelling afvalwater, kostprijs …

Hoe kan ik de benodigde dimensie voor een eigen afvalwaterzuiveringssysteem op mijn melkveebedrijf berekenen?

U kunt het reinigingswater van de melkinstallatie en de koeltank tussentijds opvangen in een kuip waarvan de inhoud gemeten wordt. Dit kan gebeuren via een klein vat met een dompelpomp dat onder het lozingspunt geplaatst wordt en van waar het water naar een grotere opslagplaats gepompt wordt. Gedurende één week leest u dagelijks de verzamelde hoeveelheid afvalwater af.

De hoeveelheid afvalwater is afhankelijk van:

  • het type melkinstallatie;
  • de grootte van het melkhuis en de melkstal;
  • de diameter van de leidingen.

Voor een melkveebedrijf van 55 koeien dat tweemaal daags melkt in een 2x6-visgraatmelkstal zijn bijvoorbeeld volgende waarden gemeten:

  • gemiddeld CZV in het influent: 1.403 mg O2/l
  • gemiddelde hoeveelheid Kjeldahl-stikstof in het influent: 47 mg N/l
  • gemiddelde hoeveelheid geloosd afvalwater per dag: 816 l

Als u deze gemiddelde gegevens inbrengt in de formule voor de berekening van het aantal IE, bekomt u:

 


           816 x (1.403 + (47 x 4,57))
   IE =  _____________________ = 7,30 IE
           180 x (750 + (55 x 4,57))
 


Om de goede werking van een waterzuiveringssysteem te kunnen garanderen, moeten piekbelastingen ook opgevangen worden en moet het systeem voldoende laag belast zijn om ook een goede nitrificatie te realiseren. Daarom wordt de berekening steeds uitgevoerd met meetwaarden uit de drukste periode van het werkjaar en wordt de dimensionering steeds ruim gekozen. Als het gezin nog een 5-tal personen telt, moet een systeem voor ongeveer 15 IE aangelegd worden.

Welke zijn de meest gebruikte afvalwaterzuiveringssystemen in de veehouderij en welke praktische ervaring bestaat hierrond?

De eerste afvalwaterzuiveringssystemen op een aantal landbouwbedrijven zijn ondertussen meer dan 10 jaar in gebruik. Op veebedrijven blijkt een systeem met planten een grote bedrijfszekerheid te bieden.

In het kader van een monitoringsproject uitgevoerd door het provinciebestuur Oost-Vlaanderen in samenwerking met de Vlaamse landmaatschappij (VLM) (2009), zijn verschillende afvalwaterzuiveringssystemen (opgelijst in onderstaande tabel) nauwkeurig opgevolgd en gemonitord. De weergegeven resultaten zijn afkomstig uit dit monitoringproject.

Bij voldoende onderhoud en een ruime, correcte dimensionering is voor de meeste systemen een verwijdering van de zwevende componenten en een daling van de BZV en CZV tot onder de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, mogelijk.

Sommige installaties vragen door hun complexiteit veel meer regelwerk, terwijl systemen met een bellenbeluchting een onregelmatigere werking hebben. Percolatierietvelden, lavafilters en kokosbiobedden hebben een natuurlijke beluchting en kunnen op relatief autonome manier BZV, CZV en zwevende stoffen verwijderen.

De percolatierietvelden blijken de meest autonome systemen waardoor ze de minste opvolging vergen en de meest zelfregulerende systemen zijn. De percolatierietvelden zijn het best bestand tegen korte perioden van overbelasting.

Ook de exploitatie van deze percolatiesystemen is relatief eenvoudiger en duidelijk goedkoper dan bij de compactsystemen.

Vergelijking van de zuiverende werking, de exploitatiekost, het onderhoudsgemak, de benodigde opstartperiode, de efficiëntie van stikstof- en fosforverwijdering en de geur- en geluidshinder van verschillende afvalwaterzuiveringssystemen

Afvalwaterzuiveringssystemen

Zuiverings
systeem

Zuiverende
werking

Exploitatie
kost

Onderhoud

Opstart
periode

Stikstof-
verwijdering

Fosfor-
verwijdering

Geur, geluids
hinder

Actief-slib- syteem

Wisselende
werking

Hoog

Regelmatige
opvolging

Traag

Onvoldoende
m.u.v
(1 syst.)

Onvoldoende

Kans op geur en/of geluid

Onder-gedompelde
biofilter

Wisselvallig

Hoog

Regelmatige
opvolging

Traag

Onvoldoende

Onvoldoende

Kans op geur en/of geluid

Lavafilter

Stabiele,
robuuste
werking

Hoog

Weinig
onderhoud

Snelle
opstart

Zeer goed
(Denitrificatie
beperkt)

Onvoldoende

Geen

Percolatie-rietveld

Constante , robuuste
werking

Laag

Eenvoudig

Snelle
opstart

Zeer goed
Denitrificatie
varieert

Onvoldoende

Geen

Kokosbiobed

Goede
werking

Laag

Eenvoudig

Snelle
opstart

Matig

Onvoldoende

Geen

Vloeiveld

Sterk dalende
werking in
de winter

Laag

Eenvoudig

Snelle
opstart

Matig

Onvoldoende

Kans op geur en ongedierte

Bron: Monitoringsproject provinciebestuur Oost-Vlaanderen in samenwerking met VLM, 2009

Nitrificatie en denitrificatie zijn de twee belangrijke processen in een zuiveringssysteem en de efficiëntie van deze processen is erg verschillend naargelang het systeem. Over het algemeen verloopt de nitrificatie duidelijk moeilijker bij kunstmatig beluchte systemen. Op de gevolgde bedrijven gaf geen enkel systeem een bellenbeluchting een voldoende nitrificatie om de Kjeldahl-stikstofnorm (maximum 6 mg N/l) te behalen. Eén type actief-slibsysteem werkt met een oppervlaktebeluchter en kwam (mits goede opvolging en afstelling) wel heel dichtbij de Kjeldahl-norm.

Er zijn dus IBA’s die een alternatief voor riolering kunnen zijn op melkveebedrijven, maar niet alle systemen zijn even bruikbaar. Op melkveebedrijven moet vooral extra aandacht gaan naar de verwijdering van stikstof (vooral de nitrificatie) en fosfor.
De normen voor stikstof en fosfor zijn streng voor bedrijfsafvalwater, maar zijn voor een aantal systemen wel haalbaar. De fosforverwijdering vormt een probleem en kan opgelost worden door het zuiveringssysteem uit te breiden met een defosfatatie. Er kan bij de toekenning van de lozingsvergunning gevraagd worden om gebruik te mogen maken van versoepelde normen voor stikstof tot 60 mg totaal-N/l en tot 10 mg totaal-P/l.

In de melkveehouderij kan een belangrijke reductie van het fosforgehalte in het effluent behaald worden door de reinigingsmiddelen (zeker zuur maar ook basisch product) correct te doseren volgens de voorschriften van de leverancier. In een vervolgproject bleek een belangrijk aandeel van de fosfor afkomstig te zijn van een te hoge dosering van reinigingsproducten.

Hoeveel bedraagt de kostprijs voor de installatie en de exploitatie van een eigen afvalwaterzuiveringssysteem?

De prijzen voor de installatie van een zuiveringssysteem verschillen sterk van installatie tot installatie. Voor een installatie van 20 IE (de grootte die nodig is voor de meeste melkveebedrijven die geen melkrobots hebben) ligt de prijs meestal tussen de 10.000 euro en 15.000 euro. De jaarlijkse exploitatiekosten variëren van ca. 40 euro bij een percolatierietveld tot ca. 400 euro bij een actief-slibsysteem.

Bij de keuze van een zuiveringssysteem zijn de kostprijs (aankoop + plaatsing), de exploitatiekosten/jaar en het onderhoud heel belangrijke factoren. De kostprijs bij aanschaf alleen is niet zaligmakend. Een percolatierietveld bijvoorbeeld kan in aankoop soms duurder zijn en vraagt een grote beschikbare ruimte. Uiteindelijk is het percolatierietveld veelal toch de meest economische investering als de subsidie en exploitatiekosten mee in rekening gebracht worden.

Kan ik een subsidie krijgen voor de plaatsing van een eigen afvalwaterzuiveringssysteem?

Voor de plaatsing van een afvalwaterzuiveringssyteem op land- en tuinbouwbedrijven kunnen subsidies bekomen worden via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Voor de exploitatiekosten zijn er geen subsidies.

De Vlaamse overheid stimuleert de organisatie van de uitbouw en het beheer van een individuele behandelingsinstallatie van huishoudelijk afvalwater op een (inter)gemeentelijke schaal.

Als een gemeente dit beleid onderschrijft, kan de aankoop, de plaatsing en het onderhoud van de individuele behandelingsinstallatie (IBA) aan de gemeente overgelaten worden en zijn er geen investerings- en onderhoudskosten. De gemeente moet in het kader van een collectieve aanpak deze service dan aanbieden aan al haar burgers, maar niet per se aan bedrijven. Jaarlijks moet een individuele saneringsbijdrage betaald worden, net als voor een aansluiting op de openbare riolering betaald.

Als de gemeente/rioolbeheerder deze optie niet aanbiedt, moet u zelf instaan voor de installatie en het beheer van de individuele afvalwaterbehandelingsinstallatie voor het huishoudelijk afvalwater. Als u kunt aantonen dat de installatie goed werkt, kunt u een vrijstelling van de afvalwatervergoeding of de saneringsbijdrage krijgen. Bij de technische dienst van uw gemeente vindt u informatie over deze stimuleringsmaatregelen, die enkel van toepassing zijn voor huishoudelijk afvalwater en niet voor bedrijfsafvalwater. U kunt de informatie ook vinden op www.vmm.be/water/waterwegwijzerbouwen en op www.premiezoeker.be.