Tegengaan van waterverontreiniging veroorzaakt door gewasbeschermingsmiddelen

Op deze pagina:

Welke gewasbeschermingsmiddelen zijn de oorzaak van een verminderde waterkwaliteit en waarom moet ik verontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen vermijden?

De Vlaamse Milieumaatschappij meet jaarlijks via haar meetnetten de aanwezigheid van een aantal chemische stoffen waaronder gewasbeschermingsmiddelen in oppervlakte- en grondwater. Hoewel de waterkwaliteit van het oppervlaktewater er in het algemeen op vooruit gaat, worden er nog steeds te hoge concentraties van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen terug gevonden.

De kaderrichtlijn Water bepaalt dat de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater tegen 2015 goed moet zijn en dus moeten alle inspanningen geleverd worden om hieraan te voldoen.

U heeft er alle belang bij een verdere verontreiniging van grond- en oppervlaktewater te voorkomen door op een correcte manier met gewasbeschermingsmiddelen om te gaan.

Voor water bestemd voor drinkwater is er een duidelijke norm: 0,1 µg/l per afzonderlijke werkzame stof en 0,5 µg/l voor het totaal. Verontreiniging van water met gewasbeschermingsmiddelen vormt een bedreiging voor onze drinkwaterproductie en kan leiden tot duurder drinkwater als gevolg van dure zuiveringsprocedures die nodig zijn om de norm te halen.

Een ondoordacht gebruik kan ook een risico vormen voor de gebruiksmogelijkheden van gewasbeschermingsmiddelen in de toekomst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verdwijnen van producten op de markt, strengere toepassingsvoorwaarden, beperktere toepassingsperiode …

Is de Vlaamse land- en tuinbouwer (mede)verantwoordelijk voor waterverontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen?

De gewasbeschermingsmiddelen die in oppervlaktewater en grondwater teruggevonden worden, komen gedeeltelijk uit niet-landbouwkundig gebruik ( particulieren, industrieterreinen, parkeerterreinen … ) en gedeeltelijk uit de landbouw en de tuinbouw. Uit binnen- en buitenlands onderzoek blijkt dat er twee soorten vervuiling van het oppervlaktewater zijn:

  • de diffuse vervuiling;
  • de puntvervuiling.

Diffuse vervuiling wordt veroorzaakt doordat spuitvloeistof tijdens de behandeling overwaait naar de beken. Dat wordt ook drift genoemd, of afspoeling en doorspoeling via drainage. Deze vervuiling zou verantwoordelijk zijn voor 20-40% van de vervuiling door gewasbeschermingsmiddelen.

Puntvervuiling is grotendeels verantwoordelijk voor de bezoedeling van beken en rivieren door gewasbeschermingsmiddelen.

De aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in het grondwater is het gevolg van doorspoeling na de behandeling op het veld.

Wat zijn de oorzaken van puntvervuiling van water door gewasbeschermingsmiddelen afkomstig van de land- en tuinbouw?

In het spuitproces onderscheiden we 6 deelprocessen: transport, opslag van gewasbeschermingsmiddelen, beheer ervan vóór, tijdens en na het spuiten en het beheer van de restfractie.

De oorzaken van puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen zijn onder meer:

  • het morsen van producten bij het vullen van het spuittoestel. De meeste bedrijven voeren het vullen uit op hun bedrijf en hoofdzakelijk op een verharde oppervlakte. Eerder een beperkt aantal land- en tuinbouwers vult het spuittoestel op het veld. Bij het vullen op een verharde oppervlakte neemt de kans op afspoeling naar riool en oppervlaktewater enorm toe;
  • lekkende doppen, leidingen of pompen;
  • het lozen van restproducten bij de reiniging van de spuittoestellen;
  • de uitwendige reiniging van het spuittoestel. De reiniging gebeurt vaak op het bedrijf zelf, slechts een heel klein deel van de land- en tuinbouwers reinigt het toestel op het veld. Op het bedrijf spoelt het vervuilde reinigingswater hoofdzakelijk de gracht of riolering in. Op het veld breken de gewasbeschermingsmiddelen op een natuurlijke manier af.

Welke maatregelen neemt de overheid om waterverontreiniging door gewasbeschermingsmiddelen afkomstig van de land- en tuinbouw, tegen te gaan?

Bij de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen wordt de schadelijkheid voor waterorganismen in oppervlaktewater geëvalueerd. Indien nodig worden extra bufferzones en driftbeperkende maatregelen opgelegd. Als het risico te groot is, wordt het middel niet erkend. In ieder geval is een spuitvrije bufferzone van 1 m verplicht langs alle waterlopen.

Bij de erkenning van gewasbeschermingsmiddelen wordt het risico op doorspoeling naar grondwater ingeschat. Als het risico op doorspoeling te groot is, wordt het middel niet toegelaten voor gebruik of kunnen risicobeperkende maatregelen opgelegd worden.

Hoe kan ik diffuse verontreiniging van water door gewasbeschermingsmiddelen voorkomen?

De verontreiniging van water door drift van gewasbeschermingsmiddelen kunt u voor een groot deel voorkomen door:

Het afspoelen van gewasbeschermingsmiddelen kunt u voorkomen door de aanleg van grasbufferstroken die tegelijkertijd erosie en afspoeling van grond tegengaan.

Hoe kan ik puntvervuiling van water door gewasbeschermingsmiddelen voorkomen?

Puntvervuiling door gewasbeschermingsmiddelen gebeurt vooral voor en na de behandeling van de gewassen.

Het vullen van het spuittoestel en het transport tot op het veld is een kritiek punt voorafgaand aan de bespuiting. Gemorste producten spoelen met het regenwater af naar de riolen en beken of komen via doorspoeling in het grondwater terecht. U moet het morsen van producten voorkomen:

  • vermijd het omstoten van de verpakkingen;
  • laat geen zegels vallen;
  • voorkom het overlopen van de spuittank door schuimvorming of door toevoeging van teveel water. Voorkom lekkende doppen, leidingen of pompen;
  • laat het spuittoestel met de spuitboom pas op het veld op druk komen. Het spuittoestel met de spuitboom geheel of gedeeltelijk over de weg op druk laten komen, kan zeker niet.

Na de bespuiting is de verwerking van de resten in de spuittank een belangrijk aandachtspunt om puntvervuiling te voorkomen:

  • vermijd resten door een exacte berekening van de te gebruiken spuitoplossing;
  • spoel na de behandeling de spuittank op het veld  in minstens 2, liefst 3 keer. Hiervoor is een spoelwatertank op het toestel onontbeerlijk;
  • voer de externe reiniging van de spuittoestellen indien mogelijk uit op het veld;
  • voorkom afspoeling van de resten van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater als het wassen van het spuittoestel op het bedrijf en op een verhard oppervlak gebeurt door een aangepaste werkwijze. Eén van de belangrijke oplossingen is de inrichting van een vul- en wasplaats waar al het restwater opgevangen, gezuiverd en hergebruikt wordt. De zuivering kan gebaseerd zijn op een biologische afbraak van de gewasbeschermingsmiddelen, dan spreken we over biozuivering (biofilter of Fytobac®). De zuivering kan ook op een fysicochemische basis via Sentinel.

Meer info

Annie Demeyere | Tel. 016 66 61 21
annie.demeyere@lv.vlaanderen.be