Spuiwater van chemische luchtwassers

Op deze pagina:

Hoe werkt een chemische luchtwasser?

In een chemische (zure) luchtwasser wordt gewassen met aangezuurd water. Ammoniak, water en zwavelzuur worden omgezet in ammoniumsulfaat en water. Die omzetting wordt geremd als er te weinig zwavelzuur overblijft (als de pH te hoog wordt) en de concentratie aan zout te hoog wordt. Er moet dus regelmatig zuur worden toegevoegd en, net als bij de biologische wassers, moet er regelmatig spui worden afgevoerd. Om het hergebruik van het waswater toe te laten moet een voldoende grote opvangbak of -tank aanwezig zijn. Wordt er te weinig gespuid, dan kan de ammoniakreductie onvoldoende zijn.

Om te vermijden dat druppels (zuur) waswater met de uitgaande lucht mee naar buiten worden geblazen (en de materialen in de buurt van de uitlaat gaan aantasten), is bij een chemische luchtwasser steeds een druppelvanger (in de vorm van een extra filterpakket) vereist.

De leverancier van de luchtwasser stelt een bepaald spuidebiet in dat er voor moet zorgen dat de gewenste minimale ammoniakreductie van 70% gehaald wordt.

Hoeveel water verbruikt een chemische luchtwasser en hoeveel spuiwater wordt er geproduceerd?

De hoeveelheid spui is lager dan het waterverbruik omwille van verdamping (40-70% verdampt). In vergelijking met biologische wassers is de hoeveelheid spui van een chemische wasser veel kleiner (factor 10 à 30).

Het waterverbruik van een chemische wasser bedraagt ongeveer 200 liter per kg afgevangen ammoniak (bron: Technisch informatiedocument Luchtwassystemen voor de veehouderij, www.infomil.nl). De hoeveelheid geproduceerd spuiwater zou 30 l per kg afgevangen ammoniak bedragen.

Volgend rekenvoorbeeld geeft u een idee van de hoeveelheid water die verbruikt wordt en de hoeveelheid spuiwater die kan geproduceerd worden. Bij een emissiefactor van 2,5 kg NH3/j.dierplaats, 1.000 vleesvarkensplaatsen en een ammoniakreductie van 70%, wordt 1.750 kg NH3 gevangen met een waterverbruik van 350 m³ per jaar en een spuiproductie van 52,5 m³.

Aan welke wettelijke vereisten moet een chemische luchtwasser en de bijhorende opslagplaats voor spuiwater voldoen?

In de systeembeschrijving van de chemische luchtwasser op de lijst van de toegelaten ammoniakemissiearme systemen zijn voor verschillende diercategorieën varkens minimale spuidebieten vermeld, bijvoorbeeld voor vleesvarkens op halfrooster minimaal 48 l/jaar.dierplaats (ter vergelijking: bij biologische luchtwassers is dit 0,062 l/u.dierplaats of 543 l/jaar.dierplaats).

Anders dan bij een biologische wasser is een voorziening vereist voor de opslag van het zwavelzuur. Hierbij moeten de nodige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden zoals beschreven op de lijst van de toegelaten ammoniakemissiearme systemen.

Het spuiwater bevat ammoniumsulfaat (een zout), stof en een rest zwavelzuur. Door het zout en de lage pH is het spuiwater corrosief en bijtend. In tegenstelling tot het spui van de biologische luchtwasser moet het spuiwater van een chemische luchtwasser apart worden opgevangen/opgeslagen. Het mag dus in geen geval bij de mest worden opgevangen. Door gisting, in afwezigheid van zuurstof, is het niet onmogelijk dat in de opslag het giftige gas diwaterstofsulfide (H2S) vrijkomt. Daarom mag de opslag niet in open verbinding staan met de stal. De opslag bestaat dus best uit een tank, eerder dan een afgesloten kelder en de opslag moet vloeistofdicht en zuurbestendig zijn.

Het spui van chemische luchtwassers kan uitgereden worden op eigen gronden en zonder bijkomende ontheffing  naar derden gaan (koninklijk besluit van 28 januari 2013 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten). Sinds 1 mei 2009 is voor gebruik op eigen gronden van het spui van chemische wassers geen gebruikscertificaat van OVAM meer vereist, in tegenstelling tot dat van biologische wassers. Een jaarlijkse analyse van het spuiwater blijft wel verplicht en die analyses moeten 5 jaar bewaard worden.