Evaluatie van het Vlaamse Programma voor Plattelandsontwikkeling

Consortium van de afdeling Landbouweconomie en het Laboratorium voor Bosbouw van de Universiteit Gent, Belconsulting, het Centrum voor Landbouweconomie en IDEA Consult (projectleider)

In opdracht van VOLT (projectbegeleiding: Koen Carels)

536 pagina's, incl. 9 bijlagen

RDP Flanders English Summary

Het rapport bestaat uit drie delen

  • Deel 1 bevat een korte en een uitgebreide samenvatting met de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen. Daarnaast komt in deel 1 de werkwijze voor de evaluatie aan bod, samen met het programmabeheer, de relevantie en coherentie van het programma.

  • Deel 2 bevat de evaluatie van de maatregelen in het PDPO aan de hand van de evaluatievragen opgesteld door de EC en ALT-VOLT.

  • Deel 3 meet de transversale impact van het programma en bevat de aanbevelingen vanwege de evaluatoren voor een betere programma-uitvoering.

1. SITUERING

Het Vlaams Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling 2000-2006 (PDPO) geeft uitvoering aan de tweede pijler van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het is de Vlaamse invulling van de EG verordening 1257/99 van 17 mei 1999. Het programma heeft als doel de economische leefbaarheid van de landbouw te verbeteren en de leefbaarheid van het platteland te verhogen, waarbij aandacht wordt besteed aan verbrede activiteiten in de landbouw en milieuzorg.

Een van de vereisten van het programma is een tussentijdse evaluatie door onafhankelijke deskundige evaluatoren. Door de Vlaamse Onderzoekseenheid Land- en Tuinbouweconomie (VOLT) van de Administratie Land- en Tuinbouw (ALT) werd deze opdracht uitbesteed aan een consortium van vijf deskundige organisaties. Dit waren de afdeling Landbouweconomie en het Laboratorium voor Bosbouw van de Universiteit Gent, Belconsulting, het Centrum voor Landbouweconomie en IDEA Consult.

De mid term evaluatie van het PDPO richt zich ten eerste op het bespreken van de voortgang en de uitvoering van het programma. Daarnaast ook op het beantwoorden van de technische evaluatievragen voor de mid term evaluatie volgens de richtlijnen van de EC.

Ten tweede wil deze evaluatie de relevantie, coherentie, efficiëntie, effectiviteit en impact van het programma in het licht van de recente sociaal-economische en landbouwtechnische ontwikkelingen beoordelen.

Tenslotte formuleren de evaluatoren aanbevelingen aangaande noodzakelijke of wenselijke aanpassingen binnen het programma. Ook wil deze evaluatie kennisoverdracht realiseren op basis van de toegepaste evaluatiemethodiek.

De opdracht werd niet zomaar uitbesteed. Vanuit ALT-VOLT werd de opdracht nauwkeurig omschreven en werd de benodigde en beschikbare data binnen de administraties die aan het programma uitvoering geven, vooraf verzameld. De jaarlijkse monitoring van dit programma door ALT-VOLT uitgevoerd diende hiertoe gedeeltelijk als input. Verder werd de opdrachtomschrijving gebaseerd op specifieke richtsnoeren van de Europese Commissie. Deze laatste koppelde aan de evaluatieverplichting immers een gemeenschappelijke methodiek met gemeenschappelijke evaluatievragen, criteria en indicatoren. Het is ook deze methodiek waarvan de EC verwacht dat ze opnieuw wordt toegepast voor de eindevaluatie. Ten slotte werd vanuit ALT-VOLT 0,1 FTE voorzien voor een permanente ondersteuning en aansturing van deze opdracht waardoor een intense wisselwerking met het evaluatieteam tot stand kwam dat leidde tot heel wat kennisoverdracht.

2. WERKWIJZE

Het evaluatierapport werd op 18/12/2003 door de evaluator aan het Comité van Toezicht voorgesteld. De studie werd een jaar hiervoor aangevat. De leden van het Comité van Toezicht namen acte van het evaluatierapport. Het rapport werd als mededeling op de VR geagendeerd. Het evaluatierapport werd eind december 2003 via de Permanent Vertegenwoordiger overgemaakt aan de diensten van de EC.

3. BESLUIT

De evaluator besluit dat uit de situatieschets van het Vlaamse platteland blijkt dat de economische positie van de landbouw en het leefmilieu op het platteland meest onder druk staan. In dit opzicht is de benadering van het huidige programma, waar het grote accent voornamelijk ligt op economische steun aan de landbouw en op milieumaatregelen binnen de landbouw, dan ook gerechtvaardigd. Een kernprobleem van het Vlaamse platteland, namelijk de verstedelijkingsdruk komt in dit programma niet aan bod. De eindbeoordeling van het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling is tweeledig:

  • enerzijds scoren de maatregelen op zich vrij goed ten opzichte van hun eigen doelstellingen;

  • anderzijds scoort het PDPO vrij zwak inzake een coherent beleid en een duidelijke visie voor de ontwikkeling van de Vlaamse landbouw en het Vlaamse platteland. Het dynamisch ontwikkelingsaspect ontbreekt grotendeels. De maatregelen blijven veelal statisch, inspelend op symptoomproblemen, eerder dan in te gaan op de oorzaak van de problemen en op de knelpunten om een duurzame ontwikkeling te krijgen van platteland en plattelandseconomie.

Voor het evaluatieteam bestaat de belangrijkste uitdaging erin om van deze tweeledigheid over te schakelen naar een echt geïntegreerd plattelandsbeleid over de verschillende beleidsdomeinen en programma's heen.

4. VOORZIENE ACTIES

De evaluatiestudie is op heel wat vlakken zeer zinvol: ze levert nuttige input voor de lopende grote wijzigingen van het programma en zal zeker dienen bij de opmaak van het volgende programma voor plattelandsontwikkeling na 2006. In het licht van dit laatste kan opgemerkt worden dat de EC de programmaverantwoordelijken aanbeveelt desgevallend een update van de mid term tegen eind 2005 te voorzien.

Ten slotte is deze evaluatiestudie de voorbereiding voor de eindevaluatiestudie waarvan de EC verwacht dat deze in staat zal zijn om in detail een antwoord te geven op dezelfde evaluatievragen als in de mid term. Maar nu met antwoorden op de meetbare resultaten en impacts van het programma.

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be