GGO's in Vlaanderen: coëxistentie van verschillende landbouwsystemen

Caroline Vrijens, Pieter Gabriëls, Dirk Van Gijseghem

GGO's in Vlaanderen: coëxistentie van verschillende landbouwsystemen

De discussie over het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen in de landbouw wordt reeds lange tijd gevoerd. Voor- en tegenstanders staan in deze discussie vaak lijnrecht tegenover elkaar.
De richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) stippelt de procedure uit die moet gevolgd worden vooraleer men in Europa ggo's in het milieu kan introduceren of op de markt kan brengen. Het is de federale overheid, die bevoegd is voor de omzetting van deze richtlijn. Enkel het aspect van de coëxistentie is een materie die dient te worden omgezet/geïmplementeerd door de gewesten, gezien dit een landbouwaangelegenheid betreft. Coëxistentie duidt op het naast elkaar laten bestaan van verschillende productietypes (biologische, conventionele en genetisch gemodificeeerde landbouw) binnen de bestaande landbouw. Het kan zijn dat dit voor bepaalde teelten vereist dat de gewesten in België maatregelen nemen om het risico op vermenging van gg-teelten naar niet-gg-teelten te beperken. De Europese Commissie heeft op 23 juli 2003 richtsnoeren uitgevaardigd voor de lidstaten met het oog op het ontwikkelen door de lidstaten van methoden en strategieën om coëxistentie mogelijk te maken tussen genetisch gemodificeerde gewassen, conventionele gewassen en biologische gewassen. Dit zijn aanbevelingen en ze zijn dus niet bindend voor de lidstaten.

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be