Evaluatie van de bijsturing van de Vlaamse melkquotaregeling in het tijdvak 2005-2006

Koen Jespers (Afdeling Landbouw- en Visserijbeleid)
Veerle Campens, Leen Bas (Afdeling Monitoring en Studie)
Lea Elst (Agentschap voor Landbouw en Visserij)

Evaluatie van de bijsturing van de Vlaamse melkquotaregeling in het tijdvak 2005-2006

Deze studie wil een licht werpen op de invloed van voorbije aanpassingen aan de melkquotaregelgeving en een mogelijke nieuwe bijsturing van de regelgeving onderbouwen met cijfers. Hiertoe worden de overdrachtgegevens van melkquota van het voorbije tijdvak (1 april 2005 t.e.m. 31 maart 2006) geanalyseerd.

Het afgelopen melkjaar heeft er zich een versnelde inhaalbeweging naar schaalvergroting voorgedaan. In totaal werd er 12,2 % van het Vlaamse quotum verhandeld. Deze schaalvergroting is noodzakelijk om zich te wapenen tegen een toekomstige vrijere markt. Allicht hebben de nakende ontkoppeling van de melkpremie in 2006, de extra betalingen en de vereenvoudiging van de regelgeving in het voorbije tijdvak hiertoe geleid. De vraag naar extra quotum overtreft veruit het begrensde aanbod. Dit geeft aanleiding tot een opwaartse druk op de quotumwaarde.

Het gemiddelde Vlaamse quotum nam met 12% toe en bedraagt op 1 april 2006 263.228 liter per bedrijf. In de voorgaande jaren was de gemiddelde quotumtoename eerder gering. De toename van het gemiddelde quotum was maar mogelijk, omdat er in 2006 dubbel zoveel melkveehouders uittraden. Niet minder dan 832 bedrijven verlieten in het tijdvak 2005-2006 de melkproductie. Dit vertegenwoordigt een vermindering met 10 % in vergelijking met 2005. Het aantal bedrijven dat in Vlaanderen over een melkquotum beschikt, is daardoor teruggevallen tot 7.296. Uit de analyse blijkt dat het niet enkel kleine quotumhouders zijn die uittraden.

In de toekomst zullen de op til zijnde wijzigingen in de Europese regelgeving ingrijpende gevolgen hebben. De dalingen van de interventieprijzen, het beperken van de hoeveelheden boter in interventie en het vervangen ervan door een inkomensondersteuning, ondergraaft het verdere voortbestaan van het quotumsysteem. Het afbouwen van de voordelen die aan het systeem verbonden zijn, maar het in stand houden van de beperkingen die erdoor opgelegd worden, is op termijn niet langer houdbaar. Bovendien valt een dergelijk systeem niet te verzoenen met de huidige tendens tot liberalisering van de landbouw en is het in tegenstelling met de MTR-doelstellingen, waarbij de lossere band tussen productie en subsidies de concurrentiepositie van de landbouwers in de EU moet verbeteren en de productie meer marktgerichter maken.

Naar de nabije toekomst toe is het noodzakelijk dat de Vlaamse regelgeving de melkveehouder in staat stelt zich, binnen de beperkingen van het quoteringstelsel, zo optimaal als mogelijk voor te bereiden op de toekomst.

Meer informatie

Veerle Campens | Tel. 02 552 78 44 | veerle.campens@lv.vlaanderen.be

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.
© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be