Analyse van de huidige en toekomstige ruimtebehoefte voor land- en tuinbouw en de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen landbouw

UGent, Vakgroep Landbouweconomie (UGent), Vakgroep Civiele Techniek (UGent), SADL (KULeuven), ABNL (KULeuven) en Studiegroep Omgeving

in opdracht van Departement Landbouw en Visserij

Analyse van de huidige en toekomstige ruimtebehoefte voor land- en tuinbouw en de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen 

Samenvatting

Presentatie: Ruimte voor landbouw en landbouwbedrijfsmodellen in Vlaanderen 2020

Presentatie: Ruimte voor landbouw op grond van de toekomst

Presentatie: Economisch potentieel Vlaamse landbouw

Programma

De doelstelling van de opdracht was een beter inzicht te krijgen in de toekomstige ruimtebehoefte voor een duurzame Vlaamse land- en tuinbouw. Hiervoor werd aan het onderzoeksconsortium de opdracht gegeven om volgende aspecten te onderzoeken:

  • Het historische en huidige ruimtegebruik van de Vlaamse landbouw.
  • De drijvende krachten voor de ontwikkelingen in de Vlaamse landbouw.
  • De doorrekening van de toekomstige ruimtebehoefte voor de Vlaamse landbouw.

In een eerste deel van het onderzoek wordt het ruimtegebruik van de Vlaamse landbouw geanalyseerd voor de periode 1990-2004, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen zestien productieactiviteiten behorende tot vier subsectoren (akkerbouw, tuinbouw, graasdieren en niet-graasdieren). De evoluties in tijd en ruimte worden verklaard aan de hand van een samenhangend geheel van drijvende krachten, bv. de geografie en morfologie van Vlaanderen, de handelspositie van Vlaanderen en België, de input- en outputprijzen, de samenhang met toeleverende en verwerkende sectoren, de consumptie en het consumentengedrag en allerlei politieke krachten. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de doorwerking van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Uit gesprekken met bevoorrechte getuigen komt naar voren dat het RSV de autonome dynamiek van het ruimtegebruik door de landbouw niet heeft kunnen sturen in een perspectief van duurzaamheid op langere termijn.

In het tweede deel worden de drijvende krachten uit het verleden geëxtrapoleerd om toekomstbeelden voor de landbouw voor 2013 en 2020 te formuleren. Door de extrapolatie van de eindproductiewaarde (EURO) te berekenen, in plaats van het ruimtegebruik (ha) kan veeleer in termen van potenties worden geredeneerd. Voor elke productieactiviteit wordt, na een trendanalyse en bespreking tijdens een expertenworkshop, één productiewaarde voor 2013 naar voren geschoven. Voor 2020 wordt een trendanalyse, en structurele analyse en een expertenbevraging uitgevoerd voor drie toekomstscenario’s: een referentie-, een globaal en een regionaal scenario. Via een SWOT-analyse wordt rekening gehouden met de kansen en de bedreigingen voor de sector. Per toekomstscenario wordt aldus één productiewaarde per productieactiviteit geformuleerd.

De verwachte eindproductiewaarden worden tenslotte omgezet in benodigde ruimte door de verwachte technische productiviteit (ton/ha of aantal dieren/ha) en prijzen (EURO/ton of EURO/dier) in rekening te brengen. De netto-gevraagde oppervlakte wordt omgezet in een bruto-oppervlakte op basis van een activiteitenspecifieke functionele tarra. Voor 2020 wordt de ruimtebehoefte, uitgesplitst volgens de drie toekomstscenario’s, bovendien opgedeeld in een ruimtebehoefte voor ketenbedrijven en voor partnerschapsbedrijven. Dit geeft een bruto-oppervlakte van 680.253 ha voor 2013 (ten opzichte van 676.987 ha voor 2005). De berekende totale bruto ruimtebehoefte voor 2020 bedraagt 689.309 ha in het referentiescenario, 619.334 ha in het globale scenario en 755.008 ha in het regionale scenario.

Verder wordt deze ruimtebehoefte voor 2020 geconfronteerd met de aanwezige geschikte oppervlakte in Vlaanderen, gedifferentieerd volgens een ecosysteem-, een plekken- en een netwerkendiscours. Deze confrontatie van vraag en aanbod leert dat onder het globale scenario de oppervlakten die gevraagd worden voor ketenbedrijven (420.020 ha) en partnerschapsbedrijven (199.314 ha) kleiner zijn dan de in 2004 beschikbare oppervlakten (469.276 ha en 204.012 ha). Onder het referentiescenario is er voor beide bedrijfstypes een gezamenlijk tekort van 16.023 ha. In het regionale scenario is er voldoende ruimte voor ketenbedrijven (+4.518 ha) maar een tekort voor partnerschappen (-86.240 ha).

De studie concludeert dat de landbouw in Vlaanderen een volwaardige maatschappelijke activiteit is. De sector heeft voldoende sterktes om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken en bedreigingen te overwinnen.

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be