Toestandsbeschrijving van de volkstuinen in Vlaanderen vanuit een sociologische en ruimtelijke benadering

Universiteit Gent - Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning, in opdracht van Departement Landbouw en Visserij

Toestandsbeschrijving van de volkstuinen in Vlaanderen vanuit een sociologische en ruimtelijke benadering

Dit rapport vormt het verslag van een onderzoek naar volkstuinen in Vlaanderen vanuit een sociologische en ruimtelijke invalshoek. Het rapport bestaat uit vier delen:

  • Een analyse van de beleidscontext en de juridische context van volkstuinparken.
  • Een inventarisatie van alle volkstuinparken in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en een vergelijking van de onderlinge kwantitatieve, kwalitatieve en sociale verschillen + een enquête in één representatief volkstuinpark waarbij inzicht wordt verkregen in het profiel van de gebruiker en de motieven voor het volkstuinieren.
  • Het opstellen van een algemene richtnorm voor de behoeftebepaling van volkstuinen.
  • Een sterktezwakte analyse van het volkstuinwezen vanuit een economische, sociale en ecologische invalshoek + het formuleren van aanbevelingen.

1. Beleidscontext en juridische context

Volkstuinen behoren volgens het indicatieve gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen tot de categorie hobbylandbouw. De inplanting van volkstuinparken dient te gebeuren binnen de stedelijke afbakeningslijn voor wat betreft de stedelijke gebieden, en aansluitend aan de kernen voor wat betreft de woonkernen in het buitengebied.
In het bindende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ontbreken echter kwantitatieve richtnormen voor stedelijk groen. Tevens ontbreekt een coherent juridisch kader ter bescherming van stedelijk groen (een decreet op de groenvoorziening) waardoor volkstuinparken zeer kwetsbaar zijn voor andere ruimteclaims.

2. Inventarisatie en enquête

De inventarisatie van de volkstuinparken in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is gebeurd op basis van enerzijds schriftelijke enquêtes bij de beheerders van de lokale afdelingen van vzw de Volkstuin, vzw Velt en het Brussels Instituut voor Milieubeheer, en anderzijds email- en telefonische enquêtes bij de gemeentelijke  groenambtenaren en bij de districtsbeheerders van de Dienst Patrimonium van de NMBS-Holding.

Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen telt ongeveer 4600 volkstuinen, verdeeld over 114 volkstuinparken met een totale oppervlakte van 137 ha. De helft van alle volkstuinen zijn gelegen in de provincie Antwerpen, waarvan het overgrote deel in het grootstedelijke gebied Antwerpen. West-Vlaanderen en Limburg hebben het kleinste aandeel aan volkstuinen.

Het voorzieningenniveau in de meeste volkstuinparken is laag tot zeer laag. Slechts 14% van alle volkstuinparken heeft een kantine, 7% heeft elektriciteit, 9% heeft sanitair en 5% heeft leidingwater. Ongeveer 40% van alle volkstuinparken is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van een storende geluidsbron, en 35% van alle volkstuinparken dreigt op korte of middellange termijn te verdwijnen als gevolg van de onderliggende planologische bestemming van de gronden (woongebied, woonuitbreidingsgebied, bedrijvenzone).

Ongeveer de helft van alle tuinders is gepensioneerd. Het aandeel tuinders met een migrantenafkomst is aanzienlijk hoger in stedelijke gebieden (tot 90% in sommige Antwerpse districten) dan in landelijke gemeenten.

3. Richtnorm voor de behoeftebepaling van volkstuinen

Op basis van empirisch onderzoek is getracht een algemene richtnorm op te stellen voor de behoeftebepaling van volkstuinen in Vlaanderen. Hierbij zijn twee redenering gevolgd:

  • De bevolkingsdichtheid is een belangrijkere factor voor de behoeftebepaling van volkstuinen dan de bevolkingsomvang, omdat hoge bevolkingsdichtheden doorgaans het gebrek aan groene ruimte weerspiegelen.
  • Aangezien een volkstuinpark een gemiddelde reikwijdte heeft van 3 km is het belangrijk de bevolkingsdichtheid te bepalen per ruimtelijke eenheid van 3 km (d.i. per district of per statistische sector) en niet op een geaggregeerd niveau (per gemeente) omdat daarbij de dichtheidsverschillen worden genivelleerd.

De richtnorm is gebaseerd op drie variabelen waartussen statistisch een aantoonbaar lineair verband bestaat: de bevolkingsdichtheid per district, de relatieve dichtheid aan volkstuinen per district en de druk op de wachtlijsten per district (d.i. het aantal wachtenden in verhouding tot het aantal beschikbare tuinen). Hieruit kan het volgende worden afgeleid:

  • In buurten met een bevolkingsdichtheid lager dan 20 inwoners per hectare is er geen behoefte aan volkstuinen.
  • Door middel van de formule (y = 0,0003x - 0,0068) kan de gewenste oppervlakte aan volkstuinen per district worden berekend. De x-waarde staat voor de bevolkingsdichtheid van het district. De y-waarde staat voor het percentage van de oppervlakte van het district dat voor volkstuinen zou moeten worden voorzien om aan de permanente en latente vraag te voldoen. Door de oppervlakte van het district te vermenigvuldigen met de y-waarde kan de gewenste oppervlakte (in ha) aan volkstuinen worden berekend.

4. Aanbevelingen uit de sterktezwakte analyse

Een aantal maatschappelijke evoluties doen het belang van volkstuinparken in de toekomst toenemen. Enerzijds verandert zowel het sociologische profiel van de bevolking (toenemende vergrijzing en immigratie) als het tijdsbestedingpatroon van de bevolking (meer vrije tijd als gevolg van werktijdverkortingen, brugpensioen en werkloosheid) wat leidt tot een groter doelpubliek voor volkstuinen. Anderzijds is er een sterke evolutie op de immobiliënmarkt naar meer appartementen en minder grondgebonden woningen (als gevolg van de stijgende grondprijzen) wat de behoefte aan private groene ruimte doet toenemen en waar volkstuinparken door de aard van de activiteit op kunnen inspelen. De evolutie in het ruimtelijke beleid naar de ontwikkelingen van groenpolen in de stadsranden (als gevolg van de verdichting van stedelijke centra) houdt daarom belangrijke kansen in voor de uitbreiding van het volkstuinareaal.

Volkstuinparken zijn echter kwetsbaar voor verdrukking door intensievere vormen van ruimtegebruik in geval van stijgende grondprijzen. Doelgerichte maatregelen zoals het verhogen van de gebruiksintensiteit (door het aanbieden van aangepaste tuiniermogelijkheden aan specifieke doelgroepen), het verhogen van de gebruiksdiversiteit (door het aanbieden van educatieve en recreatieve voorzieningen aan niet-tuinders) en het verhogen van de toegankelijkheid (door een betere verknoping met de omgeving en het vergroten van de bereikbaarheid) kan de bedreigde positie van het volkstuinwezen opnieuw versterken.

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding:

Prof. dr. Georges Allaert, Hans Leinfelder & David Verhoestraete (2007) Toestandsbeschrijving van de volkstuinen in Vlaanderen vanuit een sociologische en ruimtelijke benadering, Universiteit Gent - Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning, in opdracht van Departement Landbouw en Visserij, Brussel

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be