Landbouwrapport 2005

Voor het beleid en voor de burger

Voor het realiseren van een goed landbouwbeleid is het noodzakelijk te beschikken over betrouwbare, op cijfers en onderzoek gebaseerde ondersteuning. De doelstelling van het Landbouwrapport is op Vlaams niveau informatie over de toestand van de land- en tuinbouw en het landbouwbeleid voor te stellen. Op deze wijze geeft het Landbouwrapport een onderbouwing van het gevoerde en te voeren landbouwbeleid. Tegelijk is het de bedoeling informatie over de Vlaamse land- en tuinbouw te verstrekken aan de burgers, waardoor het respect en het maatschappelijke draagvlak voor de land- en tuinbouw versterkt wordt.

Sectorale beschrijving

Voor de inhoud van het Landbouwrapport is gekozen voor een beschrijving van de voornaamste land- en tuinbouwsectoren, aangevuld met een algemeen hoofdstuk waarin ook de voedingssector aan bod komt. Het hoofdstuk over het Vlaamse landbouwbeleid geeft een inzicht in de verschillende instrumenten die voorhanden zijn om het landbouwbeleid uit te werken en te implementeren, zowel in het kader van inkomensondersteunend beleid als het plattelandsbeleid. Aangezien landbouw als maatschappelijke activiteit, net als alle andere sectoren, een druk uitoefent op het leefmilieu werd hierover een specifiek hoofdstuk geschreven. Dit laat tegelijk toe een link te leggen naar het Milieurapport (MIRA).

Enkele blikvangers

Het aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen is ten opzichte van 1995 teruggelopen met ongeveer 28% tot 34.410 in 2005. Aangezien de totale oppervlakte cultuurgrond de laatste tien jaar slechts weinig is veranderd (629.684 ha in 2005), is er duidelijk sprake van schaalvergroting in de Vlaamse land- en tuinbouw. Op deze bedrijven zijn er in 2005 bijna 67.000 mensen regelmatig tewerkgesteld. Net als bij het aantal bedrijven is ook hier een dalende tendens merkbaar (-19% sinds 1995).

De totale waarde van de productie van de land- en tuinbouwsector bedraagt in 2004 bijna 4.470 miljoen euro. De veeteelt is veruit de belangrijkste sector, en neemt de laatste vijf jaar gemiddeld ruim 60% voor zijn rekening. De tuinbouw is verantwoordelijk voor 30% van de productiewaarde, en de akkerbouw voor de resterende 10%. De Vlaamse landbouwsector heeft een aandeel van 1,3% in de totale Vlaamse bruto toegevoegde waarde van 2004.

Sinds 1995 is het aantal runderen continu gedaald tot 1.350.000 stuks in 2005. Dit is een daling van 22% in een periode van 10 jaar. Na een uitbreiding van de varkensstapel eind de jaren negentig, is er ook een continue afslanking merkbaar. Sinds 1995 is de totale varkensstapel met 15% gedaald tot 5.953.000 stuks. Ook de pluimveestapel kende een stijging in de tweede helft van de jaren negentig, maar sindsdien is er een continue daling. Dit resulteert in 2005 in een pluimveestapel van 29.316.000 stuks, wat 7% lager ligt dan 1995.

Slechts 13,7% van alle bedrijven, waarvan het bedrijfshoofd ouder is dan 50 jaar, heeft een vermoedelijke opvolger. Dit probleem is duidelijk afhankelijk van de bedrijfsgrootte. Bij minder dan 10% van de kleinere bedrijven is er een vermoedelijke opvolger, terwijl dit bij meer dan 40% van de grote bedrijven het geval is.

Vanaf 2002 daalden de oppervlakte biologische landbouwbedrijven en het aantal bedrijven merkbaar. In 2005 kwam deze daling tot stilstand en bedroeg het areaal biologische landbouw 3.153 ha, wat overeenkomt met 0,5% van de totale Vlaamse cultuurgrond. In totaal zijn er in 2005 in Vlaanderen 236 landbouwbedrijven die aan biologische landbouw doen.

De omzet van de Belgische voedingsindustrie bedroeg 31.013 miljoen euro in 2004, een stijging van 1,9% in vergelijking met 2003. Driekwart van de totale omzet in de voedingsindustrie is voor rekening van Vlaanderen. Hiermee is de voedingsindustrie de derde grootste industriële sector, na de metaalverwerkende en de scheikundige industrie. De bruto toegevoegde waarde van de voedingsnijverheid in België bedroeg 5.760 miljoen euro in 2004. Hiervan is 70% voor rekening van Vlaanderen. De Belgische voedingsindustrie heeft 15,4% van de totale werkgelegenheid in de industrie, namelijk 89.095 werknemers in 2005.

De totale Belgische handel in landbouwproducten vertoont in 2004 een positief saldo van 2.304 miljoen euro. Vooral de handel in dierlijke producten draagt bij tot dit positieve saldo. De handel in landbouwproducten vertegenwoordigt respectievelijk 9,4% en 9,7% van de invoer en uitvoer van de totale Belgische handel. Het aandeel van de landbouwproducten in het totale positieve handelssaldo van België bedraagt zelfs 13,5%.

In het kader van de MTR hervorming werden 462.637 toeslagrechten toegekend aan 26.499 landbouwers. Het totale bedrag aan toeslagrechten in 2005 bedroeg 147.848.082 euro. Het plattelandsbeleid is een succes, de voorbije jaren werd 100% van de ter beschikking zijnde Europese middelen gebruikt voor investeringssteun, agro-milieumaatregelen, vorming en plattelandsprojecten. Op een totaal landbouwareaal van bijna 630.000 ha valt naar schatting 15% onder één of meerdere agro-milieuovereenkomsten uit het PDPO.

Landbouwrapport deel 1
Landbouwrapport deel 2

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be