Analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I aan de landbouwer

V. Campens, L. Bas, S. Lenders, V. Samborski, K. Carels

Analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I aan de landbouwer

Het Europese landbouwbeleid kende een laatste grote hervorming die in 2005 in werking trad. De steun werd ontkoppeld van de productie en er ontstonden “toeslagrechten”. AMS heeft in 2006 een monitoringssysteem opgestart, zodat de beleidsmakers tijdig kunnen inspelen op de evoluties in de landbouwsector. De analyses werden uitgevoerd op basis van de gegevens van het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV), afkomstig van de verzamelaanvraag van 2005 en de hiermee overeenstemmende steun die uitbetaald werd in de loop van 2005 en 2006.

In 2005 werd er in totaal 225,7 miljoen euro besteed aan de Vlaamse landbouwsector in het kader van de Pijler I-steun of de rechtstreekse inkomenssteun aan de boeren. Algemeen kan men stellen dat de gewone toeslagrechten de grootste hap uit het Pijler I-budget nemen, nl. 63% en dat de waarde van de toeslagrechten nog zal toenemen bij verdere ontkoppeling (melkpremie, de premie voor tabak, integratie van suiker en cichorei e.d.).

In totaal is 74% van het landbouwareaal of 462.425 ha in Vlaanderen verbonden aan een toeslagrecht. Een gewoon toeslagrecht bedraagt gemiddeld 308 euro/ha en een braakleggingstoeslagrecht 361 euro/ha. Een speciaal toeslagrecht bedraagt gemiddeld 1.595 euro, hiervan zijn er slechts 415. De 8.270 melkveehouders ontvangen gemiddeld een melkpremie van 5.440 euro per bedrijf. De zoogkoeienpremie bedraagt gemiddeld 4.200 euro en wordt aan bijna 4.200 bedrijven uitbetaald. Er zijn bijna 300 kalvermesters die gemiddeld een premie van 20.840 euro ontvangen voor het slachten van de kalveren. De premies die in de akkerbouwsector gekoppeld zijn gebleven, worden toegewezen aan enkele duizenden hectaren. De tabakspremie is hiervan de grootste in totaal bedrag.

In 2006 konden voor het eerst toeslagrechten verhandeld worden. Er werd 6% van de GTR verhandeld, hoofdzakelijk via verkoop zonder grond. Van de BTR werd er 7% verhandeld, namelijk verkocht zonder grond. Van de STR werd er 4% verhandeld. Er is in totaal € 12.600 aan toeslagrechten vrijwillig aan de nationale reserve overgedragen.

In 2006 worden ook de melkpremie, de tabakspremie en de compensaties voor suiker en cichorei opgenomen in de bedrijfstoeslag. Er werd reeds berekend wat het effect hiervan zal zijn. In het kader van de komende onderhandelingen op EU-niveau in verband met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, werd er ook reeds nagegaan wat een volledige ontkoppeling en een flat rate op de sector teweeg zouden brengen. De integratie van premies in de bedrijfstoeslag betekent dat op termijn dit geld uit bepaalde sectoren zal verdwijnen door verhandeling van toeslagrechten. Een flat rate betekent dat een toeslagrecht voor alle landbouwers 366 euro per ha of 416 euro per ha bedraagt, afhankelijk van het al dan niet toevoegen van de niet-subsidiabele arealen. Hoe meer ontkoppeld wordt, hoe meer de bedrijfsleiders onder 50 jaar aan steun zullen winnen. Bij de invoering van een flat rate, verliest deze bevolkingsgroep aan aandeel tegenover de 60+-ers en de bedrijfsleiders jonger dan 30 jaar. Hoe meer er ontkoppeld wordt, hoe meer Antwerpen en Oost-Vlaanderen zullen winnen in aandeel van de totale waarde van de toeslagrechten. De andere provincies verliezen. Een flat rate bevoordeelt dan weer de akkerbouwgebieden in Vlaams-Brabant en Limburg.

In 2007 zullen de data van de verzamelaanvraag van 2006 worden geanalyseerd in een tweede monitoringsrapport. Er wordt verwacht dat er zich dan langzaamaan trends zullen manifesteren, als gevolg van de marktgerichtere beleidskoers.

Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits expliciete bronvermelding.

© Vlaamse overheid

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be