Analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I aan de landbouwer: campagne 2006

Joeri Deuninck

2008

Rapport, 65 bladzijden (PDF-document)  (770 kB, 16 januari 2009)

In 2006 verscheen binnen de afdeling Monitoring en Studie (AMS) een eerste rapport over de analyse van de rechtstreekse steun in Vlaanderen uit Pijler I. Dit rapport ‘Analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I aan de landbouwer: campagne 2006’ is het vervolg daarop. De analyses zijn uitgevoerd op basis van de verzamelaanvraag 2006 van het Agentschap voor Landbouw en Visserij Het rapport heeft twee doelstellingen: een analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I voor de campagne 2006 en een vergelijking van de campagne 2006 met die van 2005.

Voor de campagne 2006 is in Vlaanderen iets meer dan 260,5 miljoen euro aan rechtstreekse steun uitgekeerd aan de landbouwers via Pijler I. De toeslagrechten nemen met bijna 221 miljoen euro of 85% met voorsprong het grootste aandeel in. De zoogkoeienpremie is goed voor bijna 30 miljoen euro zijnde 12% van het totaal en de slachtpremie kalveren voor bijna 6 miljoen euro of zowat 2%. De overige gekoppelde premies omvatten de premie voor eiwithoudende gewassen, de premie voor noten, de premie voor energiegewassen en de premie voor zaaizaadvermeerdering. De steun daarvoor is met 0,5 miljoen euro zeer beperkt (0,2% van het totaal). Ten slotte is er een extra betaling van zowat 3,6 miljoen euro (1,5%). Dat extra steunbedrag per landbouwer betreft de vrijstelling op de modulatie voor de eerste 5.000 euro rechtstreekse Pijler I-steun.

De bedrijven zijn onderverdeeld volgens groottecategorie van de steun en leeftijd van de bedrijfsleider. De meeste bedrijven ontvangen tussen 501 en 5.000 euro steun. Het zijn echter de bedrijven met tussen 12.501 euro en 25.000 euro steun die het grootste deel van de steun ontvangen. Bedrijven in de lagere groottecategorieën ontvangen een relatief kleiner deel van de steun en bedrijven in de hogere groottecategorieën een relatief groter. Oudere bedrijfsleiders en dan vooral die van 65 jaar en ouder vertegenwoordigen een relatief kleiner deel van de steun terwijl jongere bedrijfsleiders en vooral vennootschappen een relatief groter deel ontvangen.

Binnen de totale rechtstreekse steun uit Pijler I hebben de toeslagrechten een zeer belangrijk aandeel en binnen de totale toeslagrechten is er een heel sterk overwicht van de gewone toeslagrechten. De GTR vertegenwoordigen bijna 99% van het totale aantal en de totale waarde van de toeslagrechten. Er zijn 25.040 bedrijven met gewone toeslagrechten (GTR). Die hebben samen 468.091 GTR voor een totale waarde van 220,6 miljoen euro. De gemiddelde toeslag per bedrijf bedraagt 8.736 euro, de gemiddelde waarde per toeslagrecht (= per ha) 471 euro. Het aantal braakleggingstoeslagrechten (BTR) is beperkt: 1.936 bedrijven hebben samen 5.046 BTR ter waarde van zowat 1,8 miljoen euro, een gemiddelde toeslag van 938 euro per bedrijf en een gemiddelde waarde van 360 euro per toeslagrecht (= per ha). Het aantal speciale toeslagrechten (STR) is nog beperkter: 250 bedrijven hebben 326 STR ter waarde van 607.503 euro, een gemiddelde toeslag van 2.670 euro per bedrijf en een gemiddelde waarde van 2.048 euro per toeslagrecht.

De belangrijkste wijzigingen in 2006 ten opzichte van 2005 zijn de verhoging en ontkoppeling van de melkpremie, de ontkoppeling van de tabakspremie en de introductie van een eerste schijf van directe steun voor suikerbieten en cichorei in de bedrijfstoeslag. Het gevolg is een sterke toename van de rechtstreekse steun uit Pijler I in 2006 en binnen die rechtstreekse steun de sterke stijging van het belang van de toeslagrechten. De toename van de rechtstreekse steun in Pijler I gaat echter gepaard met een verdere afbouw van de markt- en prijssteun binnen diezelfde eerste pijler.

Het is moeilijk om duidelijke trends te onderscheiden. Enerzijds doordat de monitoring pas voor de tweede keer uitgevoerd wordt. Anderzijds is er de vrij ingrijpende verdergaande ontkoppeling in 2006, waardoor het moeilijk in te schatten is welke onderliggende verschuivingen er zich apart daarvan voordoen. Wat opvalt, is het afnemende belang van de speciale toeslagrechten die voor een deel geactiveerd zijn met grond en daardoor overgaan naar gewone toeslagrechten. Dit vooral bij bedrijven met weinig STR (maximaal 1 STR). Daarnaast verliezen, binnen de braakleggingstoeslagrechten, bedrijven met veel BTR (? 10 BTR) en een hoge waarde van de BTR per bedrijf (? 5.000 euro) aandeel. Verder neemt het belang van de GTR iets toe en is er binnen de GTR een heel sterke verschuiving van de lagere naar de grotere middencategorieën, maar die verschuiving is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de verdergaande ontkoppeling in 2006.

Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt:

Deuninck J. (2008). Analyse van de rechtstreekse steun uit Pijler I aan de landbouwer: campagne 2006. Beleidsdomein Landbouw en Visserij, Afdeling Monitoring en Studie, Brussel.

© Vlaamse overheid

Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u graag hierbij helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be