Het co-existentiecompensatiefonds – Welke bijdrage voor de ggg-teler?

Dirk Bergen

April

Studie, 68 bladzijden (1,1 MB, 10 juni 2009)

Het Vlaamse Decreet “houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen” voorziet in de uitwerking van een regeling met betrekking tot de eventuele economische schade. Zo’n schade kan ontstaan ingeval contaminatie wordt vastgesteld - boven de 0,9% - van een naburig niet-gg-gewas.

Het systeem is gebaseerd op verplichte bijdragen vanwege de landbouwers die een gg-gewas wensen te telen en bestuurlijke boeten die geïnd kunnen worden in het kader van dit decreet. Het innen van de bijdrage en het eventueel uitbetalen van de schade zal gebeuren via het Fonds voor Landbouw en Visserij. Vanuit de overheid is het principieel de bedoeling dat de interventie van het fonds resulteert in een nuloperatie, dat wil zeggen dat de inkomsten en uitgaven elkaar in evenwicht zouden houden.

De doelstelling van deze studieopdracht bestond erin om een onderbouwd voorstel te doen voor de grootte van het co-existentiecompensatiefonds en dus van de grootte van de individuele bijdrage van de ggg-telers, op basis van de te verwachten risico’s en de economische schade die uit contaminatie van niet-gg-gewassen kan voortvloeien.

De studie vertrekt bij een analyse van het wettelijk kader, behandelt het belang van de ggg-teelt in de Europese Unie, doet een inschatting van het ggg-teeltpotentieel in Vlaanderen en maakt een korte analyse van het risico voor enkele teelten.

Vervolgens wordt dieper ingegaan op maïs, omdat dit het enige akkerbouwgewas is waarvan op dit moment variëteiten verbouwd worden in de EU en omdat de co-existentieproblematiek bij maïs daarom veruit het meest onderzocht is vanuit de wetenschap. Specifiek voor maïs wordt het contaminatierisico diepgaander benaderd, wordt ingegaan op de potentiële kosten en baten van ggg-teelt binnen een co-existentiecontext en wordt voor een aantal geselecteerde Europese lidstaten een stand van zaken gegeven van de aanpak van economische schade als gevolg van de teelt van gg-gewassen.

De studie dringt aan op een reeks pragmatische keuzes om tot een werkbare regeling te komen. Daaraan gekoppeld zijn dan aanbevelingen geformuleerd met betrekking tot de hoogte van de door ggg-telers te betalen hectarebijdrage, de bufferende werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij, de potentiële betrokkenheid van de zaaigoedsector en de bijkomende nood aan informatie en onderzoek.

Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt:

Bergen D. (2009) Het co-existentiecompensatiefonds – Welke bijdrage voor  de ggg-teler?, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, Afdeling Monitoring en Studie, Brussel.

© Vlaamse overheid

Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u graag hierbij helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be