Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen

Voice-over: Met het actieplan alternatieve eiwitbronnen streven de Vlaamse overheid en Belgian Feed Association (BFA) naar maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen. Het plan huldigt 3 principes. Ten eerste, een internattionale standaard voor maatschappelijk verantwoorde soja mee ontwikkelen en promoten. Ten tweede, de afhankelijkheid van eiwitimport verminderen. Ten derde, de bestaande eiwitbronnen nog optimaler te gebruiken.

Dirk Fremaut: Soja is ongelooflijk duur geworden, In de laatste 6 maand denk ik dat er ongeveer 200 euro per ton bijgekomen is op de prijs. Dus iedereen zoekt naar alternatieven.

Voice-over: Om de doelstellingen te halen stelt het plan 5 hefbomen voorop.

Hefboom 1: Sensibilisering

Geert Rombouts: In de hefboom sensibilisering beogen we vooral de praktijklandbouwer die de eiwitbehoefte gaat invullen vooral met geïmporteerde soja. We gaan dat doen via acties, studiedagen, voordrachten, maar ook via demonstratieprojecten.

Hefboom 2: Bewustmaking en promotie binnen de EU

Geert Rombouts: Een tweede hefboom, dat is eigenlijk min of meer terug te brengen tot sensibilisering maar dan op Europees vlak, gaan we proberen op internationale fora de eiwitproblematiek aan te kaarten. Voor de opstart van het eiwitactieplan voerde België jaarlijks 800.000 ton soja in. En de bedoeling is om tegen het einde van het actieplan in 2015 dat terug te dringen tot 600.000 ton. Dat is een sterke daling in procenten gezien, maar kan toch enigszins gerelativeerd worden: China bijvoorbeeld voert maandelijks 4 miljoen ton soja in en die vraag die stijgt jaarlijks nog met 10%.

Hefboom 3: Stimuleren van onderzoek

  • De derde hefboom bestaat uit het stimuleren van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek. Bijvoorbeeld het demoproject van proefcentrum Bocholt, dat het gebruik van alternatieven voor soja in de varkenshouderij onderzoekt.

Dirk Fremaut: Wel het project heeft verschillende doelstellingen. Enerzijds het gebruik van soja in de varkenshouderij verminderen of zelfs volledig weglaten. Het andere deel van het project is zo veel mogelijk eigen gewonnen eiwitrijke voedermiddelen gebruiken in deze proef. En het eerste jaar, dus dit jaar, zijn we hier bezig om van die ideeën te tonen dat ze zullen werken – wij zijn er vrij zeker van dat dat zal lukken – en het tweede deel, voglend jaar, gaan we op 5 praktijkbedrijven 1 van de systemen die we hier uittesten implementeren op het bedrijf en vergelijken met het commerciële voeder dat daar ter plaatse gegeven wordt. We willen eigenlijk aantonen dat de sector met eenzelfde kostprijs, dat het moet mogelijk zijn om voeders te maken met weinig soja.

Dirk Fremaut: Soja heeft een zeer goede aminozuurverhouding en soja heeft, als ze getoast is – maar alle sojaschroot is getoast – heeft geen antinutritionele factoren. Dus eigenlijk, het gebruik is onbeperkt vn sojaschroot. Terwijl als je naar erwten of andere eiwitrijke grondstofsoorten gaat, dat er meestal andere antinutritionele factoren in zitten die het gebruik van de grondstof beperkt tot 10 à 15%, of zelfs minder. En het is daarom ook dat we proberen met een combinatie. Met 1 eiwitrijke grondstof komen we er niet, en dus proberen we met een combinatie van eigengeteelde eiwitrijke grondstoffen soja te gaan vervangen.

Hefboom 4: Subsidiëring van landbouwers via specifieke maatregelen

  • De vierde hefboom is de eigen kweek van alternatieven stimuleren met subsidies. 

Geert Rombouts: Op dit moment loopt daar nog de ondersteuning, deels met Vlaams geld, maar ook deels met Europees geld vanuit het PDPO, voor ondersteuning van de agromilieumaatregel vlinderbloemigen. De bedoeling is om binnen PDPOIII die maatregel zeker te laten verder lopen.

  • Er zijn in Vlaanderen al landbouwers die soja proberen te vervangen door bedrijfseigen teelten.

Welke alternatieven zijn nu in de praktijk haalbaar?

Dirk Fremaut: In de voorbije 10 jaar zoals ik al gezegd heb, hebben we grondstof per grondstof getest en daar weten we de maximale gehaltes en die liggen hoger dan dat we voorheen dachten. Dus ik denk dat er via de selectie van die teelten heel wat gedaan is om de antinutritionele factoren die storend zijn, er uit te halen of te verminderen. Wij hebben de indruk dat we veel meer van die grondstoffen kunnen gebruiken dan voorheen aangenomen werd.

Geert Rombouts: In Nederland is er een heel interessante studie uitgevoerd naar wat zijn nu de mogelijke alternatieven en alternatieve teelten voor soja. Daar kwam een bepaalde rangorde uit naar voren, inzake opbrengst, maar ook qua de kwaliteit van het eiwit. Daar kwam op de tweede plaats veldbonen, op de derde plaats kwamen dan lupinen en op de vierde plaats erwten.

Voorbeeld 1: Lupinen

Geert Rombouts: Lupinen is een beloftevolle teelt omdat die qua eiwitgehalte het best soja kan benaderen, nog niet volledig qua eiwitkwaliteit, maar wel qua gehalte. Het probleem met lupinen is altijd nog dat de teelt absoluut niet op punt staat. Landbouwers experimenteren er links en rechts wel mee, maar eigenlijk moet ik zeggen, is het nog niet praktijkrijp en is het te vroeg om er volop mee aan de gang te gaan.

Voorbeeld 2: Grasklaver

Ronny Aerts: Grasklaver is eigenlijk een evenwichtig gewas, geen echte vervanger. Het is niet eiwitrijker, enkel eiwitaanleverend dan maïs, dus als je maïs gaat vervangen door grasklaver dan heb je zoeizo al minder eiwitkern nodig om te compenseren. Het grootste voordeel is het economische op dit moment. Als de melkprijs zo laag is als nu, dan moet alles economisch heel goed staan. Aangezien we geen kunstmest nodig hebben, aangezien we in een teeltrotatie zitten voor de maïs en zonder sproeistof kunnen, dat is enorm.

Hefboom 5: Valoriseren van reststromen

  • De 5de en laatste hefboom wil reststromen uit andere economische sectoren gebruiken als eiwitbron.

Dirk Fremaut: DDGS is een bijproduct van de bio-ethanolproductie en is eigenlijk een restproduct dat als eiwitrijke grondstof gebruikt kan worden in de dierenvoeding, zoals sojaschroot er een is: sojaschroot is eigenlijk een bijproduct van de soja-oliebereiding, sojabonen worden geteelt om soja-olie te maken en het bijproduct moet gebruikt worden in de dierenvoeding. Ook aardappeleiwit is niet een rechtstreeks product, koolzaadschroot is ook zo een product dat wij gebruiken als eiwitrijke grondstof, dat ook hier geteelt wordt en is ook een restproduct van de oliebereiding voor de koolzaadolie. Dat wordt gevaloriseerd en daar maken wij varkensvlees van.

Dirk Fremaut: Heel wat van die bijproducten zijn in de geschiedenis bijna gratis ter beschikking gesteld omdat men daar niets mee kon doen. Natuurlijk, de veevoederindustrie heeft die gevaloriseerd, die een economische waarde gegeven zodanig dat er nu een sterke handel gedreven wordt in al die bijproducten