Erosiebestrijding

Beeld: glooiende landschappen & kaart erosiegevoelige streken

Voice-over: Het West-Vlaams Heuvelland, de Vlaamse Ardennen, het Pajottenland, het Hageland, Zuid-Limburg: prachtige golvende landschappen met velden en akkers op de flanken. Die natuurpracht heeft echter ook nadelen. De hellingen zijn in ons regenachtige landje nogal gevoelig voor erosie.

Beeld: geërodeerde percelen, bemodderde wegen, modderstromen…

Annelies Pollentier (erosiecoördinator): Erosie is eigenlijk water dat afspoelt en die eigenlijk ook modderdeeltjes met zich mee neemt. Met die modderdeeltjes komen er ook nutriënten mee, komen er gewasbeschermingsmiddelen mee. Dus er komt eigenlijk redelijk wat mee met die modderstroom. En dat komt dan eigenlijk allemaal op de openbare weg terecht, in de grachtenstelsels terecht,… waardoor dat die dicht slibben, dus dat zorgt eigenlijk echt wel voor de erosieoverlast.

Voice-over: Overlast voor de lager liggende straten en woningen, maar dus ook voor de vruchtbaarheid van de grond.  Annelies is één van het dozijn erosiecoördinatoren in Vlaanderen. Deze specialisten in erosiebestrijding ondersteunen elk een aantal gemeenten. Ze zijn hèt aanspreekpunt voor landbouwers, grondeigenaars en lokale ambtenaren. Ze informeren en sensibiliseren hen rond alle aspecten van de erosieproblematiek.

En dat werpt zijn vruchten af. Erosie aanpakken, lukt immers het best als je goed geïnformeerd bent en ook de oorzaken kent. De vorm en de structuur van de grond is daarbij cruciaal.

Beeld: velden bewerken

Voice-over: Als een boer zijn veld omploegt, draait hij een groot stuk van de bodem om. De nieuwe grond die bovenaan komt is erg los van structuur. Er zitten geen resten van vorige gewassen of gras meer in. Dat is op het eerste gezicht een goede zaak voor de planten. Maar de korrelige grond wordt gemakkelijk door water weggespoeld, zeker op hellende percelen. Als het veld dan ook nog bewerkt werd in de richting van de helling, ontstaan er echte grachten die water en grond van de akker wegspoelen, tussen de ruggen van een aardappelveld bijvoorbeeld.

Annelies Pollentier: Hier concreet is een houthakseldam te zien, hier achter mij, die eigenlijk in een hoek komt. Dat is eigenlijk de laagste hoek van het perceel, en zo eigenlijk die afstromende aarde opvangt.

Voice-over: De modder beneden aan het perceel opvangen, stopt echter de erosie zelf niet. Het verzamelt enkel de afgespoelde grond aan de rand van de akker. Om het wegspoelen van de bodem te vermijden zijn er dus bijkomende oplossingen nodig. Maar hoe zorgen we ervoor dat de landbouwer zijn hellende akkers volop kan benutten, zonder overmatige erosie? De techniek komt ter hulp!

Beeld: Technieken voor het bescrijden van erosie.

Voice-over: Eén van deze technieken is de niet-kerende bodembewerking. De grond op deze manier bewerken vermindert de erosie gemiddeld met 85 %! Een wereld van verschil!

Maar vormt dit wel een aanvaardbaar alternatief voor het ploegen, waarbij de grond wel volledig omgekeerd wordt?

Jos Peeters (akkerbouwer): In de goede jaren… met de goede jaren bedoel ik dan ‘is het najaar niet te nat’… kan je dat perfect gebruiken en kun je daar heel goede resultaten mee halen. Op de 7-8 jaar dat ik op dezelfde percelen vandaag niet-kerende bodembewerking doe, zien we toch een lichte verhoging van ons hummusgehalte en zie je wel duidelijk in de jaren dat we dan serieuzere neerslag krijgen op korte tijd, zie je toch wel duidelijk dat je merkelijk minder erosie hebt tegen vroeger.

Voice-over: Bij niet-kerende grondbewerking worden storende lagen in de ondergrond niet omgekeerd, maar enkel gebroken. Zo creëert men een optimale bewortelingszone onder de toplaag van de bodem. (beeld bodemprofiel demodag) Plantenresten van de vorige teelt blijven bovenaan waardoor het risico op erosie sterk verkleint. Bij de huidige en toekomstige randvoorwaarden in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt niet-kerende bodembewerking dan ook verplicht bij heel wat teelten op erosiegevoelige percelen.

Beeld: Beelden vanop de demodag.

Voice-over: Tijdens een demodag van het Departement Landbouw en Visserij, werden verschillende beschikbare technieken om erosie te beperken gedemonstreerd.

Een eerste reeks machines werkt 20 tot 35 cm diep. De grond wordt tot in de compacte ploegzool los gemaakt zonder de bodemlagen te vermengen. De organische stoffen blijven aan de oppervlakte en de structuur van de grond blijft behoorlijk intact. Tijdens de grondbewerking zie je een soort golf ontstaan in de bodem achter de trekker. Maar nadien ziet de oppervlakte van het veld er vrij onaangetast uit. Om de bovenlaag verder te verkruimelen worden deze machines vaak gebruikt in combinatie met een cultivator of een rotoreg. Ook een aantal gekartelde schijven kunnen helpen bij de verkruimeling.

Bij bodems die op zich al een betere structuur hebben, volstaan machines die slechts 10 tot 20 cm diep in de grond werken. Die breken de bovenste grondlaag, zonder intense vermenging van de toplaag. Opnieuw blijven plantenresten aan de oppervlakte. Deze techniek is echter niet voor alle gewassen bruikbaar. Maïs bijvoorbeeld vraagt een diepere bewerking. Daarvoor zijn de machines die tot 35 cm diep werken aangewezen of gebruikt men de striptill-techniek.

Slechts 1 keer om de 3 jaar mag maïs op percelen met zeer hoge erosiegevoeligheid geteelt worden. Vanaf 2018 is striptill – of mulchzaaien – op deze paarse percelen sowieso verplicht voor maïsteelt. Bij de striptilltechniek wordt de maïs ingezaaid op stroken bewerkte grond van maximaal 15 cm breed. Op de rest van het veld komt een bodembedekking die voor 1 oktober moet worden ingezaaid na kuilmaïs, of laat men de mulch van de korrelmaïs liggen. Eén striptillelement bestaat uit een aantal verschillende onderdelen die een gleuf maken in de bodem, de gewasresten uit de bewerkte strook verwijderen en de bodem lostrekken en verkruimelen. Om de maïs een paar dagen later perfect in de 15 cm brede stroken te zaaien, is GPS-besturing op de tractor wel een must.

Naast deze drie types van niet-kerende grondbewerking is er een vierde techniek die erosie kan beperken: de aanleg van drempeltjes in gewassen die op ruggen worden geteeld, zoals aardappelen, wortelen, cichorei en witlof.  

De drempels vormen kleine dammetjes tussen de ruggen. Zo creëer je eigenlijk duizenden vijvertjes per hectare die het water langer op het veld houden en de tijd geven om in de grond te trekken. Er zijn verschillende machines op de markt om de drempeltjes aan te leggen. Met wat creativiteit kan dit echter ook heel eenvoudig. In een project van het Onafhankelijk Groenvoedercentrum werd deze kooirol aangepast om drempels te maken tussen de maïsrijen. Met een aantal metalen blokken er tussen gelast, ontstaan er putten en bulten die voldoende oneffenheden in het terrein creëren om erosie af te remmen.

Minder erosie en gelijkaardige opbrengsten als bewerkingen met de klassieke ploeg… Waarom passen we dit dan niet zonder aarzelen op elk Vlaams perceel toe? Omdat er toch een paar aandachtspunten zijn.

De aanwezige klassieke machines op het bedrijf vervangen door nieuwe betekent natuurlijk een zware investering. Bovendien is voor niet-kerende grondbewerking vaak een grotere trekkracht nodig dan bij het traditionele ploegen. Dat betekent dus een investering in een trekker met meer PK.

Omdat de gewasresten niet volledig worden ondergewerkt is er ook een groter risico op onkruiden tussen de gewassen. Dat hoeft niet altijd een probleem te zijn, maar soms vraagt het toch om meer bestrijding dan bij geploegde velden. Nog een extra aandachtspunt dus.

Kortom: niet-kerende grondbewerking is een must op de Vlaamse hellingen. Maar er zal ook nog verder onderzoek en praktijkervaring nodig zijn om dit te optimaliseren. Dat beseffen zelfs de landbouwers die deze techniek al jaren toepassen.

Matthieu Vrancken (akkerbouwer): Ik denk wel dat het bewezen is, moet ik zeggen, dat via niet-kerende grondbewerking er minder erosie is. Die discussie hebben we wel gehad, die ligt achter ons. Alleen de toepassing ervan en dat in regeltjes gieten en de datums vastpinnen…. Ja, OK, dit is bijna niet toepasbaar voor de praktiserende landbouwer. Het is niet allemaal slecht en het is  niet allemaal goed, moet ik zeggen. Het kan wel en er is veel mogelijk, maar je moet de goede omstandigheden meehebben. En spijtig genoeg hebben we dat niet altijd in de hand.

Voice-over: Aan de slag gaan met niet-kerende grondbewerking doe je dus beter niet zonder de nodige kennis. Heel wat informatie vind je op de website van Landbouw en Visserij  of in de brochure ‘Erosiebestrijding door niet-kerende grondbewerking’.