Geïntegreerde gewasbescherming (Integrated Pest Management - IPM)

Voice-over: We zijn op bezoek bij landbouwer Walter Vanacker. Sinds een paar maanden heeft hij iets nieuws op zijn bedrijf: IPM of ‘Integrated Pest Management’.

Annie Demeyere (Beleidsadviseur Voorlichting akkerbouw en gewasbescherming, Departement Landbouw en Visserij): IPM of geïntegreerde gewasbescherming is een methode waarmee men probeert op een duurzame en verantwoorde manier gewasbescherming uit te voeren met zo weinig mogelijk chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Voice-over: Walter is dus niet alleen. Alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen zijn sinds 1 januari 2014 verplicht om deze principes toe te passen. Dus ook akkerbouwers zoals Walter.

Hij kreeg deze ochtend een e-mail van het Proefcentrum voor Aardappelteelt een waarschuwingsbericht voor alternaria en plaag op de aardappelen. Voor zowat elke sector of teelt zijn er onderzoekscentra die mogelijke gevaren voor de gewassen monitoren. Zo maakt men gebruik van vangplaatjes voor schadelijke insecten of nauwkeurig bestuderen van de planten. Een vroege observatie van mogelijke problemen en de daarbij horende waarschuwingen, vormt een belangrijk onderdeel van IPM. Walter onderneemt dan ook onmiddellijk actie.

Walter Vanacker (akkerbouwer): Als de waarschuwingen binnen komen dan ga ik naar de percelen kijken en ga ik die observeren en indien nodig start ik de behandeling.

Voice-over: En Walter heeft pech: hij ontdekt inderdaad sporen van Alternaria-aantasting op het loof van zijn aardappelen. Thuis vergelijkt hij zijn vaststellingen met de schadedrempels op het waarschuwingsbericht. Een behandeling zal noodzakelijk zijn. Op de website van het Proefcentrum voor aardappelteelt vindt hij gemakkelijk het meest geschikte product dat bescherming biedt tegen de aardappelplaag en tegelijkertijd het Alternaria-probleem aanpakt. Aan de slag!

Vòòr Walter binnengaat in zijn lokaal met gewasbeschermingsmiddelen, trekt hij de nodige beschermende kledij aan. Direct contact met de beschermingsmiddelen kan immers gevaar opleveren voor de gezondheid. Walter bekijkt aandachtig de voorgeschreven dosis van het beschermingsmiddel en berekent hoeveel ervan nodig is voor zijn oppervlakte aardappelen.

Dan wordt de tank gevuld met de nodige hoeveelheid water. Het vullen van het spuittoestel gebeurt altijd op de speciale vul- en wasplaats. Mocht Walter morsen, komt het product niet terecht op een plek waar het niet thuis hoort. De dop en de sluitzegel van de verpakking worden gespoeld en gaan in een aparte zak. Ze kunnen niet meer gerecycleerd worden, maar worden wel afzonderlijk opgehaald. De juiste hoeveelheid van het product gaat in het spuittoestel en de verpakking…? Die verdwijnt niet zomaar in de vuilnisbak!

Walter Vanacker: De bussen worden gespoeld aan de sproeier. Als ze gespoeld zijn worden ze in Phytozakken gedaan die speciaal ontworpen zijn voor Phytofar die op het einde van het jaar worden opgehaald.

Voice-over: Nu het bestrijdingsmiddel veilig in de tank zit, mag de speciale kledij ook uit. Enkel nog de extra tank vullen die straks voor het spoelen gebruikt zal worden en dan is Walter klaar om naar zijn akker te rijden. Dan vertrekt hij naar zijn aardappelpercelen en kan het echte werk starten: het besproeien. Daarmee voert hij eigenlijk al de derde stap uit in het IPM-verhaal: de bestrijding zelf.

Annie Demeyere: Er zijn drie delen. Het eerste deel is preventie, het voorkomen dat gewassen ziek worden door een aangepaste teeltechniek, waar vruchtafwisseling bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van is. Het tweede puntje is het monitoren of het waarnemen van de ziekten en plagen, waarbij men gaat kijken: is de ziekte of de plaag of het insect überhaupt aanwezig. En indien die in die mate aanwezig is dat er effectief schade is aan het gewas, dan wordt ingegrepen. Vandaar dat men ook wel onkruid in het veld zal zien. Zolang de schade maar kleiner is en er geen economisch verlies is voor de landbouwer.

Voice-over: Chemische producten vormen trouwens het laatste alternatief in de bestrijding. Tegen schadelijke insecten kunnen natuurlijke vijanden worden ingezet. Akkerbouwers kunnen die aantrekken door een strook bloemen in te zaaien aan de akkerrand. In serreteelten worden bijvoorbeeld roofmijten ingezet tegen de schadelijke spintmijten.  En in de fruitteelt gebruikt men verwarringstechnieken met feromonen. Die zorgen ervoor dat bijvoorbeeld mannelijke en vrouwelijke fruitmotten elkaar niet kunnen vinden en zich dus ook niet voortplanten. Voor het bestrijden van onkruid is mechanische onkruidbestrijding een milieuvriendelijk alternatief.

Ondertussen is Walter klaar met zijn aardappelpercelen. Hij vult de hoofdtank van de sproeimachine met proper water uit de bijtank en rijdt hiermee snel over het veld om zoveel mogelijk van het gewasbeschermingsmiddel uit de tank te spoelen. Dit herhaalt hij drie keer en dan kan hij terug naar zijn bedrijf.

Op de vul- en wasplaats spoelt Walter de machine nog eens grondig uit. Het spoelwater loopt weg in een afgescheiden ondergrondse tank. Van daar wordt het in kleine hoeveelheden door een biologisch filtersysteem gestuurd. Op het eind van de cyclus is het water zo opnieuw onschadelijk voor de omgeving.

Nu moet Walter nog zijn teeltfiche invullen. Hij noteert nauwkeurig waar en in welke hoeveelheid hij het gewasbeschermingsmiddel gebruikt heeft.

Een paar dagen later gaat hij op de aardappelpercelen kijken of het middel ook effectief zijn werk gedaan heeft. Nadien kan hij zijn IPM-Checklist invullen. Zo is hij zeker dat hij geen stappen heeft overgeslagen en kan hij ook onmiddellijk beginnen denken aan de ziektepreventie voor volgend jaar door de keuze van andere gewassen of resistentere rassen voor dezelfde percelen.