Bieten en maïs in strepen: introductie van strip-till in Vlaanderen

Korte samenvatting

Vanaf 2018 worden landbouwers verplicht mulchzaai of strip-till toe te passen bij de teelt van maïs op de meest erosiegevoelige (paarse) percelen.

Strip-till staat in Vlaanderen echter nog in zijn kinderschoenen. Gezien de beperkte ervaringen die er momenteel zijn met strip-till, en de korte termijn waarin de techniek geïmplementeerd dient te worden voor maïs, leven er in de praktijk nog veel vragen hieromtrent: denken we hierbij maar aan de inpasbaarheid van dierlijke mest, welke groenbemesters passen,  combinatie van andere grondbewerking (in de rotatie), voorteelten, … Ook voor suikerbieten biedt de techniek mogelijke voordelen maar veel vragen blijven onbeantwoord door te beperkte ervaring met strip-till in ons teeltgebied. Dit project beoogt strip-till in Vlaanderen te introduceren en te optimaliseren naar de regionale omstandigheden. Het project wil dit bereiken door de aanleg van demo-velden verspreid in Vlaanderen. Ter ondersteuning worden er bezoeken georganiseerd en verschijnen er artikel en een brochure rond het thema.

Gedetailleerde beschrijving

Strip-till staat momenteel in de belangstelling. Enerzijds omwille van de verplichte toepassing op maïs vanaf 2018 op de meest erosiegevoelige, paars ingekleurde, percelen. Maar anderzijds ook door de mogelijke voordelen die aan de techniek worden toegeschreven. Voor suikerbieten wordt er voornamelijk gezocht naar een betere doeltreffendheid tegen erosie en een vermindering van de bodembewerkingskosten. Dit mag niet ten kosten zijn van de opbrengsten. In 2017 valt het quotumsysteem weg met als gevolg een strengere concurrentie met de andere suikerbronnen op wereldvlak. De bedoeling van de sector is om 20 ton suiker per hectare te produceren in 2020 om de concurrentie met andere suikerbronnen en/of andere suikerproducerende landen te kunnen aangaan in een vrije wereldmarkt!

Strip-till staat in Vlaanderen echter nog in zijn kinderschoenen. Gezien de beperkte ervaringen die er momenteel zijn met strip-till, en de korte termijn waarin de techniek geïmplementeerd dient te worden, leven er in de praktijk nog veel vragen hieromtrent: Zo bijvoorbeeld de inpasbaarheid van dierlijke mest, welke groenbemesters passen,  combinatie van andere grondbewerking (in de rotatie), voorteelten, invloed van vochtig klimaat op de techniek (techniek afkomstig uit werelddelen met droog landklimaat en extensieve landbouw)… .

Dit project beoogt de landbouwers te laten kennismaken met de techniek van strip-till bij de teelt van bieten en maïs. De focus in het project ligt op de toepassing van strip-till in de erosiegevoelige gebieden. In deze gebieden, hoofdzakelijk gelegen in het zuidelijke deel van Vlaanderen, worden demo-platforms aangelegd. In de eerste plaats wordt de techniek van strip-till getoond aan de landbouwers. Er wordt geopteerd om zowel ten oosten als ten westen van Brussel telkens demo’s op te zetten in de erosiegevoelige gebieden waar demovelden worden aangelegd waar er ook beperkt aantal waarnemingen gebeuren. Landbouwers kunnen zo in eigen regio de techniek opvolgen. Op een beperkt aantal locaties wordt er dieper ingegaan om de verfijning of optimalisatie van de methode. Aspecten die hier aanbod kunnen komen zijn:

  • Welke groenbedekkers
  • grondbewerking na de oogst van de voorvrucht
  • werkdiepte van de strip-till
  • effect van bredere strook (meer dan 15 cm)
  • toepassing dierlijke mest en/of kunstmeststoffen

Het project  wil, naast de effecten op bodemkwaliteit, ook het economische luik bestuderen. De kostprijs van voedergewassen zal bvb. voor maïs hiervoor als basis dienen.

De demonstraties zullen samengaan met voorlichtingsactiviteiten die op verschillende tijdstippen tijdens het groeiseizoen georganiseerd worden. Niet alleen de stand van de gewassen wordt getoond aan de geïnteresseerden maar ook de gebruikte machines zullen tijdens de bezoeken gedemonstreerd en/of tentoongesteld worden. Naast de veldbezoeken zullen de resultaten van de demo en eerdere onderzoeken gebracht worden op de winterstudievergaderingen van het LCV en het KBIVB en de landbouw- en suikerbietplantersorganisaties.

Ter ondersteuning van de demo’s en voorlichtingsactiviteiten voorziet het project ook een digitale brochure rond strip-till.

Duurtijd en partners

Dit project loopt van 15 februari 2015 tot 14 februari 2017 en wordt uitgevoerd door volgende projectpartners:  Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LCV), Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB), Hooibeekhoeve, Bodemkundige Dienst van België (BDB), Provinciaal Instituut Biotechnisch Onderwijs Tongeren (PIBO), Vrij Technisch Instituut Poperinge

Meer info?

Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw

014/85 27 07 of lcv@provincieantwerpen.be

www.lcvvzw.be

Contactpersoon: Gert Van de Ven, Gert.VANDEVEN@provincieantwerpen.be

Koninklijk Belgisch Instituut voor de Verbetering van de Biet

info@kbivb.be

Contactpersoon: Ronald Euben, r.euben@kbivb.be