Gezonde klauwen op stal

Korte samenvatting

De afgelopen jaren wordt meer en meer aandacht aan klauwgezondheid en de registratie van klauwletsels besteed. Aangezien klauwproblemen een verlaagde melkproductie, verlaagde vruchtbaarheid, vroegtijdige afvoer van dieren, meer arbeid en een verminderd dierenwelzijn veroorzaken, is het dan ook vanzelfsprekend dat een goede klauwgezondheid op het bedrijf moet worden nagestreefd. De focus van dit projectvoorstel ligt op het voorkomen (preventie), signaleren en behandelen van klauwaandoeningen.

Gedetailleerde toelichting

De inkomensvorming op veel melkveebedrijven staat onder druk. Niet alleen zijn er de schommelende melkprijzen, ook de kostprijs van de melk loopt sterk uiteen. Een goed resultaat halen op bedrijfsniveau is echter enkel mogelijk als de bedrijfsleider ook aandacht heeft voor de verschillende aspecten van diergezondheid en dierenwelzijn. De laatste jaren wordt naast een goede uiergezondheid ook het belang van een goede klauwgezondheid benadrukt. Een koe die kreupel is, zal niet of veel minder naar het voerhek gaan. Afhankelijk van het lactatiestadium verhoogt de kans op het voorkomen van aandoeningen na de kalving. Als het dier niet drachtig is, zal ze door de kreupelheid ook veel minder tochtverschijnselen vertonen waardoor de tussenkalftijd toeneemt. Een goede klauwgezondheid heeft dus rechtstreeks en onrechtstreeks een invloed op de rendabiliteit van een melkveebedrijf. De economische verliezen worden vaak onderschat omdat veel van de kosten niet meteen zichtbaar zijn, zoals het verlies door een verminderde melkproductie of het minder snel vertonen van tochtverschijnselen. Bij andere gezondheidsproblemen worden de kosten meteen zichtbaar door de tussenkomst van de dierenarts en de nodige behandelingen. Met de juiste aanpak is er voor elke melkveehouder winst te behalen op het vlak van klauwgezondheid.

De focus van dit projectvoorstel ligt op het voorkomen (preventie), signaleren en behandelen van klauwaandoeningen om zo het dierenwelzijn in een melkveebedrijf te optimaliseren.

  • Voorkomen: het is belangrijk klauw- en pootproblemen zoveel mogelijk vόόr te zijn. Hierdoor is het mogelijk om het aantal aandoeningen en de ernst ervan te reduceren tot een minimum. Het is van belang om op drie factoren te letten, met name de kwaliteit van de klauw, de klauwbelasting en het voorkomen van de aantasting vanuit de omgeving. Voeding, huisvesting, erfelijkheid en weidegang hebben een effect op het voorkomen van klauwaandoeningen.
  • Signaleren: effectief ingrijpen bij klauwaandoeningen begint bij het kennen en herkennen van het soort klauwaandoening waar op dat moment sprake van is. Ook de mate van de aandoening (verschil tussen een lichte, matige en ernstige aandoening) dient men te kunnen vaststellen. Hoe eerder eventuele aandoeningen gesignaleerd worden, hoe effectiever de aanpak. Door regelmatig de klauwgezondheidsgegevens te registreren, kunnen problemen nog beter voorkomen of aangepakt worden. Door inzicht te hebben in verleden en heden, biedt dit voorsprong bij de klauwgezondheid in de toekomst.
  • Behandelen: het is belangrijk elke koe met een klauwprobleem zo spoedig mogelijk op een gepaste manier te behandelen. De juiste kennis en vaardigheden zijn daarbij van belang. Het doel van functioneel pedicuren is allereerst om de gezondheid, bouw en vorm van de klauwen te controleren. Afhankelijk van een aandoening kan de behandeling bestaan uit het toedienen van antibiotica, verwijderen van weefsel, klauwbaden....

De doelgroep bestaat in de eerste plaats uit de Vlaamse melkveehouders. Daarnaast zullen ook andere actoren, de erfbetreders, die te maken krijgen met de bedrijfsproblematieken, worden benaderd.

Het project bestaat uit verschillende pakketten:

  • in eerste instantie zal via een kwantitatieve enquête gepoogd worden om een duidelijk beeld te schetsen van de klauwgezondheid en de impact daar van op het Vlaamse melkveebedrijf;
  • het tweede luik bestaat uit bedrijfsbezoeken om de klauwgezondheid en de huisvestingsomstandigheden grondiger te kunnen analyseren. Tijdens het bezoek zal de klauwgezondheid van het melkvee individueel worden gescoord, en worden de stalkarakteristieken, het management, het rantsoen en de productie geregistreerd;
  • er worden workshops op praktijkbedrijven georganiseerd waarbij met kleine groepjes veehouders rond klauwverzorging wordt gewerkt;
  • er zullen demoproeven op gebied van klauwbaden en mestrobots plaatsvinden;
  • in het kader van een rendabiliteitsstudie worden zowel de kosten als de baten opgelijst. Dit moet uiteindelijk leiden tot een tool om te beslissen of er binnen een bedrijf al dan niet (bijkomende) maatregelen ter verbetering van de klauwgezondheid moeten worden genomen;
  • de opgedane kennis en gesprokkelde informatie wordt verspreid via een brochure, demofilmpjes, digitale nieuwsbrieven, websites, demodagen en publicaties in de vakpers.

Duurtijd en partners

Het project loopt van 1 juli 2015 tot 30 juni 2017 en wordt uitgevoerd door het Kempisch Instituut voor Land- en Tuinbouwonderzoek (KILTO), in samenwerking met de KULeuven, Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), Hooibeekhoeve en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL).

Meer info?

jos.vanthielen@kuleuven.be
bert.driessen@kuleuven.be