Mogelijkheden van parkhuisvesting bij konijnen

Korte samenvatting

In 2014 werd het KB gepubliceerd waarin een geleidelijke maar verplichte omschakeling van kooihuisvesting naar parkhuisvesting bij konijnen is gepland. Parkhuisvesting voor vleeskonijnen heeft reeds ingang gevonden maar voor voedsters is parkhuisvesting niet evident. Bestaande bedrijven en geïnteresseerde bedrijven zullen begeleid worden door het ILVO om te komen tot een duurzame huisvesting via demo’s en praktijkonderzoek. DGZ Vlaanderen staat in voor opvolging van de gezondheidsstatus.

Gedetailleerde beschrijving

In de bedrijfskonijnenhouderij worden zowel de vleeskonijnen als de voedsters bijna uitsluitend in kleine draadkooien gehuisvest. Dit systeem was zowel arbeidstechnisch als economisch geoptimaliseerd en maakte ziektebeheersing, arbeidsrationalisatie en afleveren van grote homogene loten mogelijk. Kooihuisvesting laat evenwel slechts beperkte activiteit en sociaal gedrag toe. Onderzoek van o.a. het ILVO toonde aan dat parkhuisvesting bij vleeskonijnen mogelijk is mits een beperkt verlies aan prestaties. Maar kooihuisvesting voor voedsters en parkhuisvesting voor vleeskonijnen zijn niet of zeer moeilijk met elkaar te combineren wil men tot een “all in all out” productiesysteem komen.

Polyvalente parkhuisvesting leidt tot een hogere kostprijs (slechts één constructeur, beschikbare oppervlakte per vleeskonijn minimum 800 cm², terwijl dit in verrijkte kooien slechts 625 cm² is, mogelijks hogere uitval en lagere prestaties). Op basis van boekhoudkundige gegevens zal gepoogd worden om de hogere kostprijs in kaart te brengen en aldus argumenten aan te brengen die een prijsverschil verantwoorden. Één van de voornaamste risicofactoren bij parkhuisvesting van vleeskonijnen is de hogere uitval o.a. als gevolg van de aanwezigheid van een plastiekrooster (ontworpen voor biggen) in plaats van een draadrooster. Het demoproject test een plastiekrooster specifiek ontworpen voor konijnen uit. Het project voorziet voor geïnteresseerden zowel kennismaking met als eventuele opleiding voor de toepassing van het systeem van polyvalente parken.

Het demoproject voorziet om op een praktijkbedrijf, met recent geïnstalleerde parkhuisvesting, het experimenteel semi-groepshuisvestingssyteem voor voedsters van het ILVO uit te testen op haalbaarheid.

Het ILVO zal een praktische proef uitvoeren om kooihuisvesting voor voedsters en parkhuisvesting voor vleeskonijnen te combineren. Dit omdat kooihuisvesting voor voedsters voor bedrijven die recent geïnvesteerd hebben in verrijkte kooien nog toegelaten is tot 2025.

Het opvolgen van de gezondheidsstatus van bedrijven met parkhuisvesting zal gebeuren aan de hand van de technische gegevens (uitval, afkeuringen op slachterijniveau) maar eveneens door de maandelijkse opvolging van de gezondheidsstatus (autopsies) van een 4tal bedrijven met parkhuisvesting voor vleeskonijnen.

Het KB van 19 augustus 2014 vermeldt zowel de algemene bepalingen m.b.t. de huisvesting van konijnen als een concreet stappenplan om over te gaan van kooihuisvesting naar parkhuisvesting. In dit KB is opgenomen dat de Minister de precieze normen van verrijkte kooien en parken kan wijzigen rekening houdende met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het demoproject beoogt data en argumenten te verzamelen die mede kunnen dienen om advies naar de bevoegde Minister over te maken.

Concreet wil het project onderstaande doelstellingen realiseren:

  • Begeleiden van bestaande en nieuwe konijnenhouders met betrekking tot het recent (19 augustus 2014) gepubliceerde KB betreffende “het welzijn van konijnen in fokkerijen”.
  • Door het demonstreren van innoverende parkhuisvesting op zowel het eerste recent ingerichte bedrijf als met de proefopstellingen aan het ILVO, deze huisvestingssystemen ingang doen vinden in de Vlaamse konijnenhouderij.
  • Opvolging van de gezondheidsstatus op enkele bedrijven met parkhuisvesting en toetsen aan deze met bestaande kooihuisvesting.
  • Uittesten van praktische semi-groepshuisvesting bij voedsters door gebruik van polyvalente parken zowel geschikt voor vleeskonijnen als voor fokkonijnen.
  • Berekening en vergelijking van de productiekosten tussen traditionele kooihuisvesting en parkhuisvesting bij vleeskonijnen om de hogere kostprijs te kunnen inschatten.

Het beoogde doelpubliek is in de 1ste plaats de huidige konijnenhouders en ook geïnteresseerde nieuwe konijnenhouders. Uiteraard behoren anderzijds ook al diegenen die een adviserende rol vervullen in het bedrijfsmanagement van konijnenhouders, tot het doelpubliek. Technici van integraties (veevoederfirma’s, slachterijen) alsook de bedrijfsdierenartsen zijn belangrijke actoren, gezien dit de personen zijn waar de konijnenhouder het meest mee in contact komt en die hem adviseren bij zijn bedrijfsvoering. Tenslotte zijn ook organisaties m.b.t. de konijnenhouderij, i.c. Sectorvakgroep konijnen (Boerenbond) en Vlaamse bedrijfspluimvee- en konijnenhouders vzw, nauw betrokken bij het project.

Drie types activiteiten zullen hierbij aan bod komen:

  • Demo-activiteiten: met o.a. infovergadering(en) en bezoek(en) aan bedrijf met polyvalente parkhuisvesting en begeleiding potentiële investeerders.
  • Praktijkproef met voedsters op bedrijf met bestaande parkhuisvesting voor voedsters en vleeskonijnen.
  • Opvolgen van de gezondheidstoestand op park- en kooihuisvesting.

Duurtijd en partners

Het project loopt van 1 februari 2015 tot 31 mei 2016 en wordt uitgevoerd door Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) en het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO).

Meer info?

Dierengezondheidszorg Vlaanderen:

eva.pierre@dgz.be

www.dgz.be

Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek:

luc.maertens@ilvo.vlaanderen.be

www.ilvo.vlaanderen.be