Vergroening

Weerhouden project: Toepasbaarheid van vlinderbloemigen bij de invulling van vergroening met focus op rundveebedrijven met nauwe vruchtwisseling

Vanaf 2015 treedt het nieuwe GLB in werking. Om te kunnen genieten van de volledige inkomenssteun uit pijler 1 moeten de landbouwers aan een aantal voorwaarden voldoen. Gewasdiversificatie en het aanleggen van ecologisch aandachtsgebied zijn enkele nieuwe voorwaarden. Zo zullen heel wat bedrijven (met meer dan 30 ha bouwland) die tot nog toe slechts één of twee teelten in hun bouwplan hebben, moeten zoeken naar een passende derde teelt. Ook voor het aanleggen van het ecologisch aandachtsgebied moet elke bedrijfsleider de keuze maken welke invulling het best bij zijn bedrijf past. Voor sommige landbouwers zullen de vergroeningsmaatregelen geen al te zware impact hebben op de bedrijfsvoering, maar voor anderen zal dit toch de nodige veranderingen met zich meebrengen. Bedoeling is om deze laatste groep te wijzen op de verschillende mogelijkheden.

Alternatieve nieuwe teelten of teelten die opnieuw in beeld komen, die een realistische mogelijkheid vormen voor landbouwers en die bedrijfseconomisch haalbaar zijn voor de invulling van deze vergroeningsmaatregelen, bieden mogelijkheden.

Ook de teelt van vlinderbloemigen komt hierdoor mogelijks sterk in de belangstelling. Deze teelt kan een oplossing bieden voor zowel gewasdiversificatie als de invulling van het ecologisch aandachtsgebied. Bijkomende voordelen zijn dat bedrijven op deze manier minder afhankelijk kunnen worden van geïmporteerde eiwitbronnen en substantieel kunnen besparen op kunstmest en dat de teelt van vlinderbloemigen een agromilieumaatregel is (pijler 2). Veel bedrijfsleiders zijn echter nog weinig vertrouwd met de teelt, oogst en bewaring van vlinderbloemigen en met de inpassing in het rantsoen van de dieren.

Afhankelijk van het bedrijfstype en de situatie kunnen ook andere mogelijkheden van vergroening interessant zijn.

De projecten binnen dit thema dienen de mogelijkheden en beperkingen in het teeltplan voor de landbouwbedrijven vanuit bedrijfseconomisch oogpunt mee in beeld te brengen, evenals de effecten op het milieu, de bodem, de biodiversiteit  en het klimaat.