SMART-Bodem (Scannen – Meten – Advies – Taak – Resultaat)

Korte Samenvatting

SMART-Bodem demonstreert de mogelijkheden die precisielandbouw biedt om de variatie van verschillende bodemeigenschappen in beeld te brengen en voor een plaatsspecifiek beheer op basis van de waargenomen variatie. Het is de bedoeling om op een “slimme” manier aan landbouw te doen door de bodem te scannen, bodemeigenschappen te meten, plaatsspecifieke adviezen op te stellen en deze om te zetten naar taakkaarten voor een optimaal en duurzaam resultaat inzake bodemkwaliteit en gewasopbrengst.

Gedetailleerde toelichting

Precisielandbouw doet meer en meer zijn intrede in de Vlaamse Landbouw en biedt nieuwe mogelijkheden voor een efficiëntere inzet van middelen (kalk, meststoffen,…), wat moet leiden tot een optimalisatie van de opbrengst en een verbeterde milieukwaliteit. De bodem vormt hierbij de basis voor een plaatsspecifiek duurzaam beheer.

Het project SMART-Bodem tracht landbouwers ervan bewust te maken dat ook binnen éénzelfde perceel bodemeigenschappen in belangrijke mate kunnen variëren en dit kan resulteren in opbrengstverschillen. Op verschillende demopercelen verspreid over Vlaanderen wordt gedemonstreerd hoe deze verschillen in beeld kunnen worden gebracht en hoe de landbouwer hierop kan inspelen. Hierbij worden volgende stappen doorlopen:

  • Stap 1: In beeld brengen van de variatie van verschillende bodemeigenschappen.
  • Stap 2: Opstellen van plaatsspecifieke adviezen en het demonstreren van de toepassing van deze adviezen.
  • Stap 3: Evaluatie van de gewasontwikkeling, opbrengst en bodemkwaliteit voor en/of na het toepassen van de adviezen.

Voor het in beeld brengen van de variatie van verschillende bodemeigenschappen wordt de bodem van de demopercelen gescand met de VERIS MSP3 bodemscanner. Hiermee wordt de variatie in pH, organisch koolstofgehalte en geleidbaarheid (EC) van de bodem in kaart gebracht. Om de bodemscan te ijken wordt op 4 specifieke plaatsen binnen het perceel een bodemstaal genomen waarvan o.a. de grondsoort, de pH, het organisch koolstofgehalte en het calciumgehalte worden bepaald in het laboratorium.

Nadat de variatie van de verschillende bodemeigenschappen in kaart is gebracht, wordt voor elk demoperceel een plaatsspecifiek bekalkingsadvies en een plaatsspecifiek advies voor het toedienen van organisch materiaal (stalmest, compost,…) opgesteld. Omdat de optimale pH afhankelijk is van het organisch koolstofgehalte en de bodemtextuur, wordt de variatie van deze eigenschappen ook mee in rekening gebracht voor het berekenen van het bekalkingsadvies. De bodemtextuur wordt hierbij afgeleid uit de geleidbaarheid van de bodem, de grondsoort van de geanalyseerde bodemstalen en de bodemkaart. Het advies voor het toedienen van organisch materiaal is in de eerste plaats gebaseerd op de variatie van het organisch koolstofgehalte, maar ook hier wordt rekening gehouden met een eventuele variatie in bodemtextuur. De adviezen worden vervolgens omgezet naar een taakkaart zodat de landbouwer of loonwerker hiermee aan de slag kan.

Het variabel toedienen van kalk op basis van het vooropgestelde advies zal op verschillende demopercelen worden gedemonstreerd. Het project richt zich in de eerste plaats op de teelt van bieten, granen en maïs omdat uit proefveldgegevens van de Bodemkundige Dienst van België blijkt dat een te lage pH bij deze teelten al snel tot een opbrengstverlies leidt. Plaatsspecifiek bekalken kan hier dus een belangrijke meerwaarde betekenen. Bij maïs, waar mengmest de basis vormt van de bemesting, zal ook het variabel toedienen van mengmest worden gedemonstreerd.

Om de techniek van het variabel toedienen van kalk of mengmest te evalueren wordt de gewasontwikkeling tijdens het seizoen opgevolgd en wordt de opbrengst plaatsspecifiek in kaart gebracht. Daarnaast wordt aan de hand van bodemstalen ook nagegaan of de bodemkwaliteit is verbeterd. Op de demopercelen waar in 2017 bieten of maïs worden geteeld zal het variabel toedienen van kalk en/of mengmest worden toegepast in het voorjaar van 2017. Hier wordt dan zowel in 2017 als in 2018 de opbrengst in kaart gebracht en de bodemkwaliteit geëvalueerd. Kalk en organische meststoffen hebben immers ook het 2de jaar na toediening nog een effect. Bij de demopercelen waar in 2017 granen worden geteeld zal in het najaar van 2017 plaatsspecifiek worden bekalkt, nadat de opbrengst van de granen in kaart werd gebracht. Op die manier kan worden nagegaan in welke mate opbrengstverschillen gecorreleerd zijn met de variatie in pH of andere bodemeigenschappen. In 2018 wordt voor de volgende teelt de opbrengst opnieuw in kaart gebracht om na te gaan in welke mate er een verbetering is.

Het variabel inzetten van kalk en meststoffen kan een belangrijke meerwaarde betekenen voor een zeer breed publiek. Het project richt zich daarom zowel op gespecialiseerde akkerbouwbedrijven als op gemengde bedrijven en gespecialiseerde melkveebedrijven. Daarnaast behoren ook loonwerkers tot het doelpubliek. De resultaten van het project zullen naar een zo breed mogelijk publiek worden gecommuniceerd via de vakpers, voorlichtingsactiviteiten en demonstraties op de demopercelen. Daarnaast zal in het kader van het project ook worden deelgenomen aan de Werktuigendagen en zal op het einde van het project een brochure worden samengesteld met de bevindingen binnen het project.

Duurtijd en partners

Dit project loop van 15/02/2017 tot 14/02/2019 en wordt uitgevoerd door volgende projectpartners: Bodemkundige Dienst van België, Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB), Hooibeekhoeve, Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs (PIBO)

Meer info?

Bodemkundige dienst van België

E-mail: jdillen@bdb.be, dvandervelpen@bdb.be

Website: www.bdb.be