Randvoorwaarden

De randvoorwaarden (of ‘cross–compliance’) zijn ingevoerd in 2005 bij de vorige grote hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Ook in het huidige GLB blijven ze bestaan, weliswaar in een licht gewijzigde en vereenvoudigde vorm. De randvoorwaarden zijn gekoppeld aan de uitbetaling van alle rechtstreekse steun (basisbetaling, vergroening, jonge landbouwerstoeslag, premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij, premie voor het produceren van vleeskalveren, …) en de betalingen van de agromilieu – en klimaatmaatregelen (AMKM) van het PDPO. Met de randvoorwaarden beoogt Europa een marktgerichte, duurzame landbouw in overeenstemming met de wensen van de maatschappij en streeft ze naar een beter evenwicht tussen landbouw en milieu.

Algemeen

Deze beknopte fiche verduidelijkt de randvoorwaarden met focus op de belangrijkste wijzigingen in 2016.

Voor alle uitgebreide info omtrent de randvoorwaarden kan u steeds bovenstaande brochure raadplegen.

Ten behoeve van de landbouwer is een checklist opgemaakt en met het doel een zelfcontrole uit te voeren op het eigen landbouwbedrijf in het kader van de randvoorwaarden. Deze checklist vervangt niet de bestaande wetgeving en kan niet aldus worden ingeroepen. Door gebruik te maken van deze checklist zal de landbouwer wel een beter beeld kunnen krijgen van een controle randvoorwaarden en kan hij inschatten of de randvoorwaarden in grote lijnen worden nageleefd op zijn bedrijf.

Hier vindt u de informatie die op de verzamelaanvraag voor uw bedrijf of voor uw individuele percelen terug die belangrijk is in het kader van de randvoorwaarden.

Blijvend grasland in het kader van de randvoorwaarden

Hier vindt u een verduidelijking over hoe te voldoen aan het behoud van het blijvend grasland onder de randvoorwaarden.

Erosiebestrijding in het kader van de randvoorwaarden

Sinds de invoering van de randvoorwaarden in 2005, zijn landbouwers verplicht om op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid maatregelen te treffen om erosie te voorkomen. Aangezien het beleid ter bestrijding van erosie onvoldoende resultaat opleverde, heeft de Vlaamse Regering gekozen voor een nieuwe aanpak van bodemerosie op landbouwpercelen met ingang vanaf 2014. Hierbij zullen landbouwers ook op percelen met een hoge erosiegevoeligheid maatregelen moeten treffen. Na een eerste evaluatie van de gefaseerde aanscherping van de erosiebestrijdingsmaatregelen binnen het randvoorwaardenpakket, heeft de Vlaamse Regering het maatregelenpakket aangepast om de landbouwer meer ruimte te laten de eigen expertise te integreren in de erosiebestrijding. Hierdoor vergroot de haalbaarheid in de praktijk wat de efficiëntie enkel ten goede kan komen.

Deze fiche gaat dieper in op de maatregelen die vanaf 2016 gelden.

Dit schema geeft weer welke stappen men moet volgen bij een paars of rood perceel.

Hier vindt u de meest gestelde vragen en de antwoorden over de erosiemaatregelen vanaf 2016. In de laatste versie zijn aanpassingen opgenomen m.b.t. de bufferstroken (voornamelijk de samenwerking met bedrijfsplanners en erosiecoördinatoren).

Op deze kaart staat in welke erosiegevoeligheidsklasse een bepaald perceel valt.

Het attest keuzepakket bufferstrook bepaalt welke maatregel of combinatie van maatregelen u moet nemen op uw perceel om te voldoen aan het keuzepakket bufferstrook op dat perceel.

Dit document bevat de omschrijving van types hellingen in het kader van de toepassing van het keuzepakket bufferstrook op percelen met een hoge of zeer hoge erosiegevoeligheid om te voldoen aan de randvoorwaarden erosie.

Dit attest bepaalt voor welk perceel of welke percelen u kunt voldoen aan het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken.

Dit formulier is opgemaakt als standaardformulier voor bezwaren tegen de erosiegevoeligheid van percelen in de verzamelaanvraag 2016. Bezwaren op percelen 2016 moeten uiterlijk op 21 april 2016 worden ingediend.

Dit formulier is opgemaakt als standaardformulier voor de aanvragen tot verlaging van de erosiegevoeligheid van de percelen in de verzamelaanvraag 2016. Deze verlaging kan bekomen worden aan de hand van het koolstofgehalte (C%) en zuurtegraad (pH) van het perceel.