VLIF-investeringssteun voor land- en tuinbouwers

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

VLIF-investeringssteun kort samengevat
Doel van de maatregel

Het VLIF verleent steun aan investeringen op land- en tuinbouwbedrijven die bijdragen tot

  1. Het verhogen van de weerbaarheid
  2. Efficiënter energiegebruik
  3. Reduceren van de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak, verbeteren van de luchtkwaliteit

Doelgroep

Professionele land- en tuinbouwer

Voorwaarden

  1. U bent landbouwer
  2. Het landbouwbedrijf heeft voldoende bedrijfsomvang en is gelegen in het Vlaams Gewest
  3. U houdt een boekhouding bij
  4. U leeft alle wettelijke normen na
  5. U legt de nodige documenten voor om de investeringen uit te voeren
  6. Pas na kennisgeving van selectie mag u met de investering starten
  7. U toont de geselecteerde subsidiabele investeringskosten aan die minimaal €15.000 bedragen 
  8. U leeft de Europese communicatieverplichting na

Subsidiabele investeringen

Subsidiabele investeringslijst

Steunomvang

De steunomvang hangt af van de mate waarin de investeringen de duurzaamheid van de land- en tuinbouwproductie verbetert. Elke investering krijgt hierop een score volgens vooraf bepaalde selectiecriteria.

  • 30% op subsidiabele kosten voor investeringen die boven het gemiddelde scoren
  • 15% op subsidiabele kosten van overige investeringen

Steunplafond

Maximaal €1.000.000 per bedrijf of €2.000.000 bij herlokalisatie van 2 stoppende bedrijven

Maximaal 2 steunaanvragen per jaar

Mogelijke steunvormen

  • Premie
  • Rentesubsidie, maximaal 3% gedurende 7 jaar
  • Waarborg

Steunaanvraag

Steunaanvraag indienen via e-loket

Indien rentesubsidie of waarborg gewenst, dient een erkende kredietinstellingen de steunaanvraag in.

Selectie op de bijdrage aan verduurzaming, verjonging en doelmatigheid

Zie ook volgend videofragment:

 

Tekst van dit filmpje

Doel van de investeringssteun

De VLIF-investeringssteun voor  land- en tuinbouwbedrijven heeft tot doel:

  1. een efficiënter gebruik van energie en water;
  2. de verbetering van de luchtkwaliteit, onder meer via de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, fijn stof en ammoniak;
  3. verhogen van de weerbaarheid. Hieronder wordt verstaan:
    1. het voldoen aan nieuwe wettelijke normen over hygiëne of om een bovenwettelijke verbetering van de hygiënische omstandigheden waarin geproduceerd wordt te verkrijgen;
    2. de herlokalisatie van een landbouwbedrijf of het milderen van de impact van het landbouwbedrijf op ecosystemen als dat past in een plan om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen;
    3. het voldoen aan nieuwe wettelijke normen over dierenwelzijn of om een bovenwettelijke verbetering van het dierenwelzijn te verkrijgen;
    4. de verhoging van de kwaliteit van de producten onder meer via investeringen in geavanceerde bewaartechnieken;
    5. de introductie van een nieuwe technologie;
    6. arbeidsrationalisatie en de verhoging van de arbeidsveiligheid;
    7. het voldoen aan nieuwe eisen van commercialisatie- en distributiebedrijven;
    8. het voorkomen of verminderen van erosie;
    9. de verlaging van de productiekosten om het inkomen en de concurrentiepositie te verbeteren;
    10. de heroriëntatie van de productie;
    11. de uitoefening van activiteiten inzake landbouwverbreding.

Voorwaarden

De voorwaarden die van kracht zijn tijdens de steunaanvraag, moeten vervuld blijven gedurende:

  • 7 jaar voor investeringen in onroerende goederen
  • 5 jaar voor de overige investeringen.

1. U bent landbouwer

Investeringssteun kan aangevraagd worden op naam van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en wordt hierna landbouwer genoemd.

Landbouwer als natuurlijke persoon / elke beherende vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een rechtspersoon

  • Dit blijkt uit het inkomen op jaarbasis:
    • u haalt uit de landbouwactiviteiten een jaarlijks minimaal netto-beroepsinkomen van 12.000 euro ;
    • u haalt uit niet-landbouwactiviteiten een jaarlijks maximaal netto-beroepsinkomen van 12.000 euro ;
    • u ontvangt geen ouderdomspensioen.

U toont de beroepsinkomsten aan met het laatste beschikbare aanslagbiljet van de personenbelasting.

Landbouwactiviteiten en verbrede activiteiten worden juridisch-administratief gescheiden van andere beroepsactivi­teiten.

 

  • U legt een landbouwdiploma ofwel een bewijs van vakbekwaamheid voor. Eén van volgende bewijzen komen in aanmerking:
    • een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op het niveau hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs
    • een bewijs van ten minste 2 jaar ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de steunaanvraag, aangevuld met één van volgende bewijzen:
      • een installatieattest van een startersopleiding land- en tuinbouw of
      • een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding erkend als gelijkwaardig aan de bovenvermelde startersopleiding. Over de gelijkwaardigheid beslist  de minister op basis van een gemotiveerde aanvraag

U kunt ervaring aantonen worden met beroepsactiviteiten zoals:

  1. landbouwer als natuurlijke persoon, of als beherend vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een landbouwerbedrijf met rechtspersoonlijkheid;
  2. zelfstandig helper, bedrijfsleider belast met het dagelijks bestuur, meewerkend echtgenoot of niet betaald geregeld meewerkend gezinslid op een landbouwbedrijf;
  3. werknemer op een landbouwbedrijf;
  4. stagiair op een landbouwbedrijf.
  • een bewijs van ten minste 2 jaar beroepsactiviteit als landbouwer-natuurlijke persoon, of als beherend vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een landbouwbedrijf met rechtspersoonlijkheid op het tijdstip van de steunaanvraag, aangevuld met:
    • minstens een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding op het niveau hoger secundair of hoger.
  • ten minste vijf jaar beroepsactiviteit als natuurlijke persoon, landbouwer, of als beherend vennoot, zaakvoerder of bestuurder van een rechtspersoon, landbouwer op het tijdstip van de aanvraag voor investeringssteun.
  • Aangesloten zijn bij een sociale kas voor zelfstandigen
  • Sociaal verzekerd zijn op basis van de landbouwactiviteiten
  • Landbouwactiviteiten zijn bekend bij de Administratie der Directe Belastingen

 

Aanvullende voorwaarden voor een landbouwbedrijf geëxploiteerd door een handelsvennootschap (BVBA, NV, CVBA,…):

  • Elke zaakvoerder of bestuurder is vennoot en heeft minimaal 25% van de aandelen in zijn bezit.
  • De vennootschap heeft als doelstelling de exploitatie van een landbouwbedrijf en de commercialisatie van de voortgebrachte producten.

 

2. Het bedrijf heeft voldoende bedrijfsomvang en is gelegen in het Vlaams Gewest.

  • U toont een minimaal bruto bedrijfsresultaat van 40.000 euro per bedrijfsleider aan.
  • Het bruto bedrijfsresultaat bedraagt maximaal 800.000 euro per bedrijf. Deze voorwaarde geldt niet voor investeringen gericht op een energiebesparing of op emissiereductie.

3. U houdt een boekhouding bij in één van volgende vormen:

  • een bedrijfseconomische boekhouding (altijd vereist bij forfaitaire winstberekening);
  • een bewijskrachtige fiscale boekhouding aangevuld met een jaarlijkse inventaris, een balans en een exploitatierekening.
  • een vennootschapsboekhouding;

De overgang van een bedrijfseconomische boekhouding naar een andere boekhouding kan alleen bij het begin van een nieuw boekjaar.

4. U leeft alle wettelijke normen op het landbouwbedrijf na op vlak van :

  • Leefmilieu;
  • Hygiëne;
  • Dierenwelzijn;
  • Ruimtelijke ordening.

De investering waarvoor steun aangevraagd wordt, brengt het naleven van bovenstaande normen niet in gedrang.

5. U legt alle documenten om de investering te kunnen uitvoeren voor

U moet de relevante documenten om de investering uit te voeren aan het VLIF voorleggen. Het kan gaan om bijvoorbeeld:

  • bouwvergunning,
  • milieuvergunning,
  • nutriëntenemissierechten

6. Pas na kennisgeving van selectie mag u de investering aanvatten

Alleen investeringen die niet zijn gestart voor en tijdens de selectieprocedure van de betreffende indienperiode komen in aanmerking voor subsidie. Pas nadat u correspondentie ontvangen hebt dat de ingediende investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mag u  contractuele verbintenissen aangaan om de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende overeenkomst, het ondertekenen van een offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten.

Voorbereidende handelingen zoals aankoop van grond, de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning , de aanvraag van advies of een prijsofferte worden niet beschouwd als het uitvoeren van de investering.

Behalve in geval van overmacht moeten de investeringen beëindigd worden binnen twee jaar na selectie van het aangemelde investeringsproject. Als overmacht wordt gezien:

  • Niet te voorziene problemen bij het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden, namelijk vroegtijdige geconstateerde constructiefouten of faillissement van het aannemingsbedrijf;
  • Niet te voorziene familiale of persoonlijke problemen;
  • Niet te voorziene uitzonderlijke problemen van financiële of bedrijfseconomische aard.

7. U toont de geselecteerde subsidiabele investeringskosten aan die minimaal €15.000 bedragen

U toont de investeringskosten aan met facturen met een minimum subsidiabel bedrag van 100 euro en betaalbewijzen (= bankrekeninguittreksels). De facturen zijn gedateerd na datum van selectie en tot 2 jaar na het afsluiten van de blokperiode waarin de steunaanvraag is geselecteerd.

Voor de meeste investeringskosten zijn er normbedragen om het maximumbedrag dat in aanmerking komt voor steun te bepalen en dus ook om de subsidiabele kosten te bepalen.

Daarnaast komen investeringen alleen in aanmerking als de geselecteerde subsidiabele kosten  van de steunaanvraag minimaal 15.000 euro exclusief BTW bedragen.

Het VLIF verleent alleen steun aan investeringen waarvan kan aangetoond worden dat zij met één van volgende financieringsbronnen zijn bekostigd:

  1. een investeringskrediet;
  2. eigen middelen van de landbouwer;
  3. een win-winlening.

8. U leeft de Europese communicatieverplichtingen na

Voor investeringsprojecten waarvoor u meer dan 50.000 euro steun  ontvangt, moet u op het bedrijf een informatieplakkaat voorzien.

Meer informatie hierover: communicatieverplichtingen begunstigden

Steunvorm en -omvang op de subsidiabele investeringen

Steunomvang en subsidiabele investering

De totale omvang van de subsidiabele investeringen waarvoor u steun kunt ontvangen bedraagt voor de periode 2015-2020 maximaal 1.000.000 euro per bedrijf. In het kader van  herlokalisatie van twee bedrijven die ophouden te bestaan kan dit opgetrokken worden naar  2.000.000 euro. Als VLIF-waarborg kan maximaal 2.000.000 euro subsidiabele investeringen per bedrijf aanvaard worden.

Steunintensiteit van 30% voor investeringen gericht op:

  • de verbetering van de bodemkwaliteit
  • de verbetering van de waterkwaliteit of –kwantiteit
  • de verbetering van de biodiversiteit
  • de verbetering van het dierenwelzijn die verder gaat dan de wettelijke normen
  • de verbetering van de voedselveiligheid
  • de verbetering van de arbeidskwaliteit en de arbeidsveiligheid
  • de vermindering van de emissies van ammoniak, fijn stof en stikstofoxiden
  • Specifieke investeringen in de biologische landbouw
  • de realisatie van een primaire energiebesparing
  • productie van windenergie
  • materieel en installaties die functioneren op hernieuwbare energie mits die duurzaam geproduceerd werd
  • de vermindering van de hoeveelheid afval en de voedselverliezen
  • de extra uitrusting van tractors en landbouwwerktuigen met het oog op precisielandbouw
  • automatisatie die resulteert in een verhoging van de arbeidsproductiviteit
  • landbouwverbredingsactiviteiten
  • de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit
  • bijzondere dierlijke productie
  • aanplant van nieuwe beloftevolle fruitvariëteiten

steunintensiteit van 15% voor investeringen gericht op:

  • het voldoen aan nieuwe wettelijke normen inzake dierenwelzijn
  • onroerend goed om te voldoen aan wettelijke normen over mestopslag
  • onroerend goed met het oog op de realisatie van een structuurverbetering
  • roerende goederen met een minimale bijdrage aan de verduurzaming
  • Aankoop meerjarig plantgoed

zie detail van alle subsidiabele investeringen: Subsidiabele investeringslijst

Voor de meeste investeringskosten zijn er normbedragen om het maximumbedrag te bepalen dat voor steun in aanmerking komt.

Steunvorm

Investeringen waarvoor een steunintensiteit van 15% geldt:

 

Investeringen waarvoor een steunintensiteit van 30% geldt:

  • Kapitaalpremie
    • minimaal 15% van de geselecteerde subsidiabele kosten en
    • maximaal 30% van de geselecteerde subsidiabele kosten
  • Eventueel aangevuld met rentesubsidie
    • Een erkende kredietinstelling kan de aanvraag indienen als rentesubsidie gewenst is.
    • De rentesubsidie bedraagt maximaal 3% gedurende 7 jaar.
  • VLIF-waarborg

Indien de kapitaalpremie minder dan €5.000 bedraagt, zal deze in één maal uitbetaald worden. Kapitaalpremies vanaf €5.000 worden uitbetaald in twee gelijke schijven met normaliter 1 jaar tussen.

Niet-subsidiabele investeringen

De lijst van subsidiabele investeringen is limitatief u kunt dus alleen voor in de lijst opgenomen investeringen steun verkrijgen. Voor andere investeringen is er geen steun.

Hieronder een niet-limitatieve lijst van investeringen of verrichtingen die niet in aanmerking komen:

  1. de aankoop van grond;
  2. het bouwen van varkens- en pluimveestallen die niet voorkomen op de lijst van ammoniakemissiearme stallen;
  3. de verbouwing en uitrusting van bestaande veestallen, behalve als de investeringen gericht zijn op de verbetering van het leefmilieu, de hygiëne, het welzijn van de dieren, op arbeidsrationalisatie of op de verhoging van de arbeidsveiligheid, of als ze passen in een plan om de instandhoudingsdoelstellingen te halen;
  4. de verwerving van immateriële activa, zoals productie-, emissie- en betalingsrechten;
  5. de aankoop van bedrijfsgebouwen;
  6. de investeringen in mestverwerking;
  7. de investeringen in bijkomende mestopslagcapaciteit, tenzij voor de realisatie van een bovenwettelijke mestopslag waarbij op het veebedrijf mest van de eigen veestapel wordt opgeslagen, tot een opslagcapaciteit voor maximaal één jaar;
  8. de gewone vervangingsinvesteringen; met andere woorden een investering voor de eenvoudige vervanging van onroerende goederen die minder dan tien jaar oud zijn of van roerende goederen die minder dan vijf jaar oud zijn;
  9. het aanleggen van een boorput voor diep grondwater en investeringen die gericht zijn op het gebruik van dat water;
  10. de investeringen in zonnecellen, warmtekrachtinstallaties en vergisting van biomassa op basis van energiegewassen;
  11. de aankoop van dieren;
  12. de aankoop van tweedehandse bedrijfsuitrusting, tweedehands materieel en demonstratiematerieel;
  13. investeringen die economisch onverantwoord zijn in het licht van de structuur en de financieel-economische toestand van het bedrijf;
  14. investeringen die gesubsidieerd worden in het kader van een gemeenschappelijke marktordening (GMO);
  15. de aankoop van eenjarig plantgoed en de plantkosten;
  16. investeringen die de milieudruk aantoonbaar laten stijgen.

 

Steunaanvragen indienen

Alle VLIF steunaanvragen verlopen via het e-loket voor Landbouw en Visserij. Voor meer informatie zie ook een VLIF steunaanvraag indienen.

Wie mag de steun aanvragen ? Professionele Land- of tuinbouwer Volmachthouder Erkende kredietinstelling

geen waarborgvraag of steun in de vorm van rentesubsidie gewenst

JA JA JA
waarborgvraag en/of steun in de vorm van rentesubsidie gewenst NEEN NEEN JA

 

Na het afsluiten van een indienperiode of blokperiode worden alle aangemelde investeringen gerangschikt van hoog naar laag op basis van een doelmatigheidsscore. De score weerspiegelt in welke mate de investering de doelstellingen van de VLIF-investeringssteun kan realiseren.

De score is samengesteld uit 5 scores die een investering beoordelen op volgende criteria:

  1. De mate waarin het uitvoeren van de investering bepaald wordt door het verkrijgen van steun met inachtneming van de terugverdientijd;
  2. De mate waarin de investering innovatief is, bijdraagt tot de creatie van toegevoegde waarde, een verbeterd inkomen of een verbeterde concurrentiepositie;
  3. De investering gericht is op een verminderd of rationeler gebruik van energie, water, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen, een verbetering van het klimaat, een verhoogde biodiversiteit, reductie van afval- en voedselverlies en voorkoming van erosie;
  4. De investering bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, het imago en het maatschappelijk draagvlak van de sector, arbeidsrationalisatie en -veiligheid en voedselveiligheid;
  5. Verschil in leeftijd waarmee de jonge landbouwers zich onderscheiden van al gevestigde landbouwers

Behoud / stopzetten van VLIF steun bij wijzigingen op het bedrijf

Stopzetten van VLIF steun

Behalve in geval van overmacht kan de verleende steun vanaf het tijdstip dat de voorwaarden niet meer vervuld zijn, geheel of gedeeltelijk stopgezet worden. Voor de periode waarin wel aan de voorwaarden werd voldaan blijft de steun verworven, tenzij deze periode minder dan één jaar bedraagt.

Een geval van overmacht moet u binnen de zes maand na het ontstaan melden aan het VLIF met bewijskrachtige documentatie. Een geval van overmacht is:

  • De stopzetting van het landbouwbedrijf ingevolge het overlijden of volledig werkonbekwaam worden van de bedrijfsleider en indien de gesubsidieerde goederen niet vervreemd worden;
  • De gehele of gedeeltelijke vernieling van een gesubsidieerd goed door een natuurfenomeen;
  • Het buiten gebruik stellen of het verlies van een gesubsidieerd goed door een epizoötie;
  • De onvoorziene onteigening van een aanzienlijk deel van het bedrijf, waarbij de gesubsidieerde goederen geheel of gedeeltelijk buiten gebruik worden gesteld.

Regelgeving

Indien van toepassing wordt er een link gegeven naar een geconsolideerde versie van de wetgeving.

De regelgeving van toepassing voor dossiers ingediend vanaf 1 janauari 2015:

Meer informatie

Contacteer uw buitendienst voor bijkomende informatie. Indien u dit wil, kunt u telefonisch een afspraak vastleggen.

Zie ook: Activiteitenverslagen Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)