Terug naar Nieuws

Versoepelingen en administratieve vereenvoudigingen van het GLB in 2024

Steun

Landbouwers worden vandaag geconfronteerd met complexe regels en een hoge administratieve last. Ook binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is er nood aan vereenvoudiging en meer aandacht voor specifieke situaties. Daarom werden een aantal maatregelen genomen die al ingegaan vanaf 2024.

Conditionaliteit

Enkele verplichtingen binnen de conditionaliteit werden aangepast. Zo is de datum vanaf  wanneer winter-voorploegen wordt toegestaan in landbouwstreek Polders en Duinen vervroegd naar 1 oktober (in plaats van 15 oktober). Dit biedt de landbouwers meer flexibiliteit om onder de beste omstandigheden de veldwerkzaamheden uit te voeren. Ook binnen de verplichtingen voor gewasrotatie worden bijkomende vrijstellingen ingevoerd voor percelen met sierplanten in containers op en in volle grond en voor percelen gelegen op zandbodems besmet met knolcyperus. De vrijstelling op klei- en leembodems voor percelen besmet met knolcyperus vervalt wel. Bedrijven met bouwlandareaal onder vaste overkapping zijn onder welbepaalde voorwaarden bovendien vrijgesteld van de verplichting om niet-productieve elementen of arealen (NPE) aan te houden.

In 2024 voorziet Vlaanderen ook in een afwijking van de verplichting om niet-productieve elementen of arealen (NPE) aan te houden. Belangrijk, het huidig Europees kader beperkt deze afwijking tot één jaar. Door deze afwijking kunnen landbouwers in 2024 aan deze verplichting voldoen door 4% van hun bouwland volledig in te vullen met vanggewassen (met wegingsfactor 1) of door 4% niet-productief areaal aan te houden, of een combinatie van beiden. Dit is een belangrijke versoepeling.

Ecoregelingen

Verschillende ecoregelingen zijn eveneens versoepeld om de praktische uitvoerbaarheid te verbeteren.

De subsidiebedragen voor ecoregelingen zijn, waar mogelijk en nodig, verhoogd. Zo is binnen de ecoregeling ‘voortzetting biologische landbouw’ het subsidiebedrag voor de eerste 5 hectaren van het landbouwbedrijf verhoogd van 200 naar 300 euro/ha. Ook de subsidiebedragen voor de ecoregeling ‘voedermanagement bij rundvee’ ( 0,10 - 0,24 euro per dier/dag in plaats van 0,04 – 0,08 euro per dier/dag) en voor de ecoregeling ‘niet-kerende bodembewerking’ (86 euro/ha in plaats van 60 euro/ha) zijn verhoogd. Om meer rekening te houden met de specifieke noden van de landbouwers, is het toepassingsgebied van verschillende maatregelen uitgebreid. Zo zijn een aantal maatregelen nu ook mogelijk bij blijvende teelten, zoals het gebruik van producten met een hoog koolstofgehalte en de ecoregeling ‘bufferstrook met graskruidenmengsel’ of ‘bufferstrook met bloemenmengsel’. Ook de herkomst van de houtsnippers is uitgebreid naar snippers van eigen knotbomen wanneer deze deel uitmaken van een beheerovereenkomst ‘knotten’, het rooien van eigen meerjarige hoog- en laagstamfruit en het rooien (jaarlijkse uitval) bij eigen boomkweek en sierheesters. Daarnaast zijn de voorwaarden voor de samenstelling van het graskruidenmengsel en het bloemenmengsel bij de ecoregeling ‘bufferstroken’ vereenvoudigd en minder strikt. Voor biologisch gecertificeerde percelen is het deelnemen aan de ecoregeling ‘mechanische onkruidbestrijding’ sterk vereenvoudigd. Bovendien is de maatregel ‘eenjarige eiwitteelten’ makkelijker toegankelijk gemaakt voor alle landbouwers.

Verschillende aanvraagprocedures werden vereenvoudigd, zoals deze van de ecoregeling ‘precisielandbouw’. De agromilieuklimaatmaatregelen zijn vooringevuld voor landbouwers met een nog lopende agromilieuklimaatmaatregel. Ook de bewijslast wordt vanaf 2024, waar het Europese kader het toelaat, vereenvoudigd, zoals bij de ecoregeling ‘voedermanagement ‘en bij de ecoregeling ‘precisielandbouw’. Met betrekking tot de verzamelaanvraag zet het Agentschap Landbouw en Zeevisserij in op het aanbieden van alle nodige informatie over de percelen zelf. 

Voor de ecoregeling  ‘eenjarige eiwitteelten’ werd een minimumoppervlakte van 50 are per bedrijf ingesteld in plaats van 30 are per perceel om zo de maatregel makkelijker toegankelijk te maken. Bovendien zijn er voor de faunavriendelijke nateelt van Japanse haver geen specifieke rasvariëteiten meer vereist.

De ecoregeling ‘mechanische onkruidbestrijding’ kan nu ook gesloten worden voor percelen met overkapte teelten en de voorwaarden zijn versoepeld voor biologisch gecertificeerde percelen.

Binnen de ecoregeling ‘voortzetting biologische landbouw’ wordt het subsidiebedrag voor de eerste 5 hectaren van het landbouwbedrijf verhoogd van 200 naar 300 euro/ha waardoor deze regeling toegankelijker en aantrekkelijker wordt voor kleinschalige biologische landbouwbedrijven.

Om rundveehouders aan te zetten tot het toepassen van voedermaatregelen voor het reduceren van enterische emissies, worden de subsidiebedragen voor verschillende voedermaatregelen aanzienlijk verhoogd tot 0,10 - 0,24 euro per dier/dag in functie van de maatregelen. Het aantal voedermaatregelen werd beperkt door ze te selecteren aan de hand van de criteria efficiëntie en uitvoerbaarheid. Er wordt in twee instapmomenten voorzien en de voorwaarden voor geëxtrudeerd/geëxpandeerd lijnzaad werden vereenvoudigd. Ook naar controles toe zijn er een aantal vereenvoudigingen met betrekking tot het aanleveren van de nodige documenten.

De ecoregeling ‘bufferstrook met graskruiden mengsel’ of ‘bufferstrook met bloemenmengsel’ kan vanaf 2024 ook afgesloten worden langs percelen met blijvende teelten. Omwille van de natte weersomstandigheden krijgen landbouwers de mogelijkheid om de ecoregeling ‘grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen’, ‘grasbufferstrook langs waterlopen’ of ‘bufferstrook met graskruidenmengsel’ toch af te sluiten op voorwaarde dat deze bufferstroken vóór 1 mei 2024 ingezaaid zijn (in plaats van inzaai in het najaar). Tevens zijn er versoepelingen qua samenstelling van het graskruidenmengsel en het bloemenmengsel.

Steun voor het gebruik van producten met hoog koolstofgehalte, zoals stalmest, compost,… wordt ook mogelijk op percelen met blijvende teelten met het oog op het verhogen van het organischkoolstofgehalte in de bodem. Champost wordt als vorm van dierlijke vaste mest toegevoegd aan deze subsidieregeling. Het subsidiebedrag voor het aanbrengen van bedrijfseigen houtsnippers wordt verhoogd van 482 euro/ha naar 602,5 euro/ha. Vanaf 2024 is het mogelijk om, naast de houtsnippers van heggen, hagen en houtkanten, ook houtsnippers afkomstig van eigen knotbomen (enkel deze die deel uitmaken van een beheerovereenkomst ‘knotten’), het rooien van meerjarige hoog- en laagstamfruit en het rooien (jaarlijkse uitval) bij boomkweek en sierheesters te gebruiken.

Voor de actie ‘niet-kerende bodembewerking’ binnen de ecoregeling ‘teelttechnische erosiebestrijdende en bodemverbeterende technieken’ wordt het toepassingsgebied uitgebreid naar percelen met een verwaarloosbare erosiegevoeligheid (donkergroene percelen). Het subsidiebedrag voor het toepassen van niet-kerende bodembewerking wordt verhoogd van 60 euro/ha naar 86 euro/ha.

Voor de ecoregeling ‘Precisielandbouw – automatische GPS- of RTK-GPS-aansturing’ wordt de aanvraagprocedure vereenvoudigd. Wanneer een landbouwer enkel over gps-aangestuurde toestellen beschikt, is het bovendien voldoende om per perceel voor minstens één behandeling bewijsstukken bij te houden (zowel voor gewasbeschermingsmiddelen als voor korrelmeststoffen wanneer beiden worden aangevraagd). Indien er ook niet-gps-aangestuurde toestellen aanwezig zijn, blijft het nodig om voor elke behandeling bewijsstukken bij te houden.

Ook met betrekking tot de verzamelaanvraag zelf zet het Agentschap Landbouw en Zeevisserij in op het aanbieden van alle nodige informatie over de percelen zelf.

Delen: