Terug naar Nieuws

Vlaamse landbouw zit bij de top in Europa

Beleid

Vlaanderen behoort tot de absolute top van de Europese Unie als het gaat om de gemiddelde productiewaarde per landbouwbedrijf. Enkel Nederland en Denemarken scoren nog hoger. Dat toont hoe sterk gespecialiseerd en productief onze landbouwsector is. Deze indicator maakt deel uit van een nieuwe reeks vergelijkingscijfers waarmee het agentschap de Vlaamse en Belgische landbouw in een Europees kader plaatst - structureel, economisch, sociaal én omgevingsgericht.

Een greep uit de andere cijfers

  • Landbouw neemt een belangrijke plaats in binnen Vlaanderen. 47% van de Vlaamse oppervlakte wordt gebruikt voor landbouw, wat iets boven het Europese gemiddelde  van 46% ligt. In Ierland, Denemarken en Hongarije palmt landbouw meer dan 70% van de oppervlakte in.
  • De Vlaamse landbouwsector is sterk gespecialiseerd en voornamelijk gericht op dierlijke productie. Meer dan 60% van de Vlaamse landbouwproductiewaarde komt uit dieren en dierlijke producten, een van de hoogste aandelen binnen de EU. Enkel in Ierland, Denemarken en Cyprus is dat aandeel vergelijkbaar hoog. 
  • De schaalvergroting zet zich door in de Vlaamse landbouw. Het aantal landbouwbedrijven en bedrijven met dieren neemt af, terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang en het aantal dieren per bedrijf blijven toenemen. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte van Vlaamse landbouwbedrijven (27,5 hectare) ligt iets boven het Europese gemiddelde van 21 hectare. Vlaanderen telt relatief weinig zeer grote bedrijven van meer dan 100 hectare, maar wel meer middelgrote bedrijven (van 30 tot 100 hectare) dan gemiddeld in Europa.  Vlaamse veehouderijbedrijven behoren tot de grootste van Europa qua aantal dieren, uitgedrukt in grootvee-eenheden. 
Cijferwebsite 5 jaar pictogram
  • Vlaanderen telt ook economisch gezien relatief veel grote landbouwbedrijven. Meer dan de helft van de bedrijven heeft een standaardoutput of omzet van minstens 100.000 euro, terwijl het aandeel kleine bedrijven met minder dan 25.000 euro standaardoutput (minder dan 30%) tot de laagste van Europa behoort. Frankrijk, Luxemburg en Nederland vertonen een gelijkaardig profiel.
  • Familiale landbouw is de norm in Vlaanderen, maar minder uitgesproken dan elders in Europa. Ruim drie kwart van de Vlaamse landbouwbedrijven is een familiaal bedrijf, waarmee Vlaanderen zich in de onderste regionen van de Europese rangschikking bevindt. In Roemenië is dat bijvoorbeeld  97% en in Nederland 83%. In Frankrijk bedraagt het aandeel van de familiale bedrijven daarentegen maar 51%.
  • De biologische landbouw blijft klein in Vlaanderen ondanks een toename in het voorbije decennium. Zowel het aantal biobedrijven als het biologische landbouwareaal ligt onder het Europese gemiddelde. Ook de biologische veestapel blijft relatief klein. Oostenrijk heeft in de EU afgetekend het grootste aandeel bio-oppervlakte. 
  • Verbreding op Vlaamse landbouwbedrijven blijft beperkt. Slechts 22% van de Vlaamse landbouwbedrijven combineert landbouw met aanvullende activiteiten zoals hoeveverkoop, agrotoerisme of zorglandbouw, duidelijk minder dan het Europese gemiddelde. In Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Duitsland doet meer dan 60% van de landbouwbedrijven aan verbreding. 
  • Vlaamse landbouwgrond is duur. Zowel de aankoop- als de pachtprijzen van landbouwgrond behoren tot de hoogste van Europa. Enkel in Malta en Nederland ligt de aankoopprijs nog hoger.
  • Vlaamse landbouwers zijn gemiddeld iets jonger dan in veel andere Europese landen. Het aandeel bedrijfsleiders jonger dan 40 jaar ligt rond het Europese gemiddelde, terwijl het aandeel 65-plussers lager ligt. Toch wijst de verhouding tussen jonge en oudere bedrijfsleiders nog steeds op vergrijzing en mogelijke opvolgingsproblemen. Oostenrijk, Polen, Frankrijk en Duitsland scoren het best qua instroom van jonge landbouwers.
  • Vrouwelijke bedrijfsleiders blijven sterk ondervertegenwoordigd in Vlaanderen. Minder dan 15% van de Vlaamse landbouwbedrijven wordt geleid door een vrouw, wat duidelijk onder het Europese gemiddelde ligt. In Litouwen en Letland is meer dan 40% van de bedrijfsleiders een vrouw. 
  • Ongeveer 30% van de Vlaamse bedrijfsleiders beschikt over een volledige landbouwopleiding, wat gelijkstaat aan minstens twee jaar voltijds onderwijs na het einde van de leerplicht. Het Europese gemiddelde ligt slechts op 10%. Toch zijn er lidstaten die beduidend beter scoren, zoals Nederland met 63% en Luxemburg met 50%. Jonge bedrijfsleiders zijn over het algemeen beter opgeleid. Grotere bedrijven hebben vaker bedrijfsleiders met een volledige landbouwopleiding.
  • Vlaanderen behoort tot de landen met een relatief hoog energiegebruik per miljoen euro landbouwproductie, wat samenhangt met het grote aandeel glastuinbouw. Aardgas neemt daarbij een opvallend groot aandeel in, net als in Nederland.

Ontdek alle indicatoren voor de EU-benchmarking van de Vlaamse landbouw op Landbouwcijfers Vlaanderen

Delen: