Hittestress bij pluimvee

Algemeen

De zomers van 2018 en 2019 waren zeer droog en warm. Met de klimaatverandering zouden dergelijke zomers meer voorkomen. Niet alleen planten maar ook dieren lijden hieronder. In 2019 stierven tijdens de hittegolf meer dieren dan normaal. Als droogte gepaard gaat met aanhoudende hoge temperaturen, ondervinden de dieren vooral hinder in de vorm van hittestress, zowel op stal als buiten. In de stal zijn maatregelen nodig om de temperatuur niet te ver te laten oplopen. Buiten de stal moeten dieren zich kunnen beschermen tegen de zon via beschutting (al dan niet van natuurlijke aard).
Daarnaast is het van groot belang dat dieren over voldoende drinkwater en voeder van goede kwaliteit beschikken. Indien er onvoldoende kwalitatief weidegras aanwezig is, is bijvoedering noodzakelijk.

Het is duidelijk dat droogte op middellange termijn zoals in 2018 en 2019 gevolgen kan hebben op de voederprijzen en de productieresultaten, en dus ook op de rendabiliteit van de bedrijven.

Specifiek voor pluimvee

Hittestress bij pluimvee heeft een invloed op zowel de productieresultaten als het dierenwelzijn. Maatregelen om hittestress in een stal te vermijden kunnen deze negatieve effecten beperken of voorkomen.

De thermoneutrale zone, waarbij dieren zonder veel inspanning de lichaamstemperatuur stabiel kunnen houden, ligt bij pluimvee tussen de 18 en 21°C. Bij hogere temperaturen wordt het moeilijker om de lichaamstemperatuur stabiel te houden en ondervindt het dier hittestress.
Dieren met hittestress zullen minder voeder opnemen. Vanaf een temperatuur hoger dan 32°C nemen ze 5% minder voeder op wanneer de omgevingstemperatuur met 1°C stijgt.

De gevolgen van hittestress zijn rasafhankelijk. De lichaamstemperatuur van snelgroeiende rassen ligt hoger dan die van traaggroeiende rassen. Een hogere omgevingstemperatuur zal bij snelgroeiende rassen sneller een gedaalde voederopname tot gevolg hebben. De potentiële snellere groei wordt zo niet optimaal benut.

Bij vleeskippen zal een hogere omgevingstemperatuur leiden tot een hoger sterftecijfer, bij leghennen zal de eiproductie en het eigewicht dalen. De eierschalen worden ook dunner en zullen sneller breken.

Een dier met hittestress zal proberen af te koelen. Een kip zal gaan hijgen, een trillende beweging ter hoogte van de keel vertonen en de vleugels van het lichaam houden. Dieren zullen onderling zoveel mogelijk afstand houden.

Bij aanhoudende hoge temperaturen kunt u volgende maatregelen nemen:

  • optimaliseer het stalklimaat:
    • water vernevelen in een stal zal de temperatuur doen dalen. De energie die nodig is om het water te laten verdampen, onttrekt warmte uit de lucht. In pluimveestallen is de druppelgrootte van belang. De nevel moet fijn genoeg zijn om nat strooisel te vermijden. Elk uur twee minuten vernevelen is meestal voldoende om de temperatuur niet te hoog te laten oplopen. Door te vernevelen verhoogt de relatieve vochtigheid. Een vuistregel is om de som van de temperatuur en de relatieve vochtigheid (RV) op 90 te houden. Hiervoor is het noodzakelijk dat u zowel de temperatuur als de RV correct meet
    • het heeft geen zin om de temperatuur te proberen regelen door deuren of poorten open te zetten. De ventilatie wordt hierdoor volledig verstoord en dit zal vaak meer kwaad dan goed doen
    • ventilatoren in de stal zorgen voor een goede luchtcirculatie en een koelend effect bij de dieren
    • met rookproeven kunt u de luchtstroom in de stal bekijken en eventueel bijsturen
  • de bezettingsdichtheid verminderen is geen eenvoudige maar wel een effectieve maatregel om het stalklimaat te verbeteren. Elk dier produceert warmte, een lagere warmteproductie door minder dieren te houden is daarom een heel effectieve maatregel
  • om af te koelen zullen dieren meer drinken. Voldoende vers en fris water is onontbeerlijk. Controleer dus zeker regelmatig de watervoorziening, zeker in warme periode. Om de verlaagde voederopname te compenseren kunt u aan het drinkwater supplementen zoals vitaminen en mineralen toevoegen
  • dieren met hittestress zullen minder eten. Door de voedersamenstelling aan te passen kunt u de negatieve effecten van de verminderde opname compenseren. Een hoger vetgehalte zorgt bij de vertering voor minder warmteproductie, in vergelijking met de vertering van eiwitten en koolhydraten. 

Bron: Naga Raja Kumari K en Narendra Nath D, Ameliorative measures to counter heat stress in poultry, World’s Poultry Science Journal, Vol 74, maart 2018.

Getuigenissen van pluimveehouders (VILT 1.08.2019):

  • “In mijn braadkippenstallen zonder koeling liep de temperatuur op tot 40°C met uitval tot gevolg”,
  • “In de stallen met nevelkoeling liep de temperatuur nooit hoger op dan 34,5°C en was er geen uitval.”
  • Bij de leghennen had de hitte vooral impact op de voeropname wat leidde tot een sterke legdaling. “Gelukkig blijken de kippen snel te recupereren”

Meer informatie vindt u op de website van Dierengezondheidszorg Vlaanderen: Hoe verhoogt u het comfort van uw pluimvee bij extreme hitte?