Pocketvergisting: meerwaarde voor de veehouderij?

logo veetourneeTijdens de Veetournee 2019 stond het thema “Pocketvergisting: meerwaarde voor de veehouderij” op het programma. Sander Vandendriessche (Inagro) lichtte het thema toe en ging dieper in op de voor- en nadelen van pocketvergisting en gaf heel wat praktische tips voor een vlotte vergisting.

Pocketvergisting

Kleinschalige vergisting of pocketvergisting is een technologie waarmee bedrijfseigen biomassastromen worden vergist op het landbouwbedrijf. Het vergistingsproces vindt plaats in een groot reactorvat in afwezigheid van zuurstof (anaeroob) bij een temperatuur van 37 – 42 °C. Bij het vergisten wordt organisch materiaal (bvb runderdrijfmest) omgezet tot biogas. Het biogas (hoofdzakelijk methaan) wordt als hernieuwbare energiebron gebruikt in een warmtekrachtkoppelingsinstallatie of WKK.

Het biogas wordt in de WKK verbrand en drijft een motor en generator aan. Zo komt energie vrij in de vorm van elektriciteit en warmte die maximaal op het eigen bedrijf wordt gebruikt. De warmte wordt, zeker in de winter, grotendeels gebruikt voor het opwarmen van het reactorvat, maar kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld reinigingswater op te warmen. De vergiste biomassa (digestaat) kan op het bedrijf als meststof worden gebruikt.

Een pocketvergister op een melkveebedrijf wordt dagelijks gevoed met (verse) mest. Een kubieke meter mest levert gemiddeld 32 m³ biogas. Eén m³ biogas levert 2 kWh elektriciteit en 3 kWh warmte, afhankelijk van het elektrisch en thermisch rendement van de motor. Een pocketvergister van 10 kW (microvergister) kan zo per jaar netto tot 60.000 kWh produceren. Hiervoor is mest nodig van zo’n 80 – 100 koeien.

Pocketvergister bij Inagro

Figuur 1. Pocketvergister bij Inagro

Kinderziekten en kansen

Pocketvergisting is een vrij recente techniek om energie te produceren die, zeker de eerste jaren, nog een aantal kinderziekten had. Momenteel draaien er in België 92 installaties op rundermest. Hiervan draait de helft op meer dan 50% van de capaciteit. Ongeveer 20% van de installaties draait op 15 à 30% van de capaciteit en 30% ligt volledig stil. Vooral technische tekortkomingen (constructie en biologie) van de eerste installaties en een gebrekkig management zijn hiervan de oorzaak. Op vandaag draaien er echter ook heel wat pocketvergisters op bijna 100% van de capaciteit. Dit illustreert dat met een goede opstelling en opvolging het potentieel van de techniek zeker gerealiseerd kan worden.

Een bedrijf met een pocketvergister is meer zelfvoorzienend op vlak van energie en minder afhankelijk van de prijzen op de energiemarkt. De energie wordt in een vergistingsinstallatie ook continu geproduceerd, wat een duidelijk voordeel is ten opzichte van andere hernieuwbare energiebronnen, als zonnepanelen en windmolens. Vergisting van mest levert bovendien ook voordelen op milieutechnisch vlak: emissies van methaan uit mestopslag verminderen en de impact van oogstresten op de omgeving wordt geminimaliseerd. In Vlaanderen wordt pocketvergisting dan ook als klimaatmaatregel beschouwd.

EIP-Project ‘Pocketboer’

Zoals bij innovaties wel vaker gebeurt, kampten een aantal van de eerste installaties met kinderziekten. De installaties werden de eerste jaren verder ontwikkeld en de technologie werd verfijnd. Niet alle landbouwers werden tijdens deze pioniersjaren echter even goed begeleid of geholpen bij de uitbating van hun biogasinstallatie. Bij sommige landbouwers ontbrak ook de ervaring en ingesteldheid om een pocketvergister goed te beheren. De operationele groep Pocketboer (2017-2019) brengt landbouwers met een pocketvergister samen om installaties te vergelijken en praktijkproblemen op te lossen. De landbouwers wisselen cijfers, kennis en ervaring uit en slagen er zo in hun pocketvergister beter te laten draaien. Ondertussen werd het project verlengd en ging ‘Pocketboer 2’ op 1 juli 2019 van start. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij Inagro (anke.dedobbelaere@inagro.be), of kunnen lid worden van de gesloten Facebookgroep met mede-uitbaters (jan.halewyck@boerenbond.be).

Veehouders wisselen kennis en ervaring uit in het project pocketboer

Figuur 2. Veehouders wisselen kennis en ervaring uit in het Project Pocketboer

Rendabiliteit

De rendabiliteit van een pocketvergister is heel bedrijfsspecifiek. Voor een berekening op maat neemt u dus best contact op met Inagro.

Kleinere vergisters van maximaal 10 kW mogen voorlopig nog 15 jaar gebruik maken van een terugdraaiende teller. Het elektriciteitsnet fungeert dan als een soort van batterij, en het voordeel per geproduceerd kWh komt overeen met de prijs die u zelf zou betalen voor uw verbruik (ca. 0,2 €/kWh). Dit geldt uiteraard enkel als het jaarverbruik op het bedrijf groter is dan de jaarproductie van de vergister. In deze situatie moet u ook het prosumententarief betalen (ca. € 1.000 per jaar). Het gebruik van de terugdraaiende teller staat momenteel op de helling. Daarom wordt aangeraden om het verbruiks- en productieprofiel zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Bij vermogens groter dan 10 kW kan in geen geval met een terugdraaiende teller gewerkt worden. Het is dan belangrijk uw energieverbruiksprofiel zoveel mogelijk af te stemmen op uw productieprofiel. De vergoeding voor elektriciteit die geïnjecteerd wordt op het net (ca. 0,02 €/kWh) is immers een stuk lager dan de consumentenprijs (ca. 0,2 €/kWh) die u betaalt voor afname van het net.

Om de technologie voor de productie van hernieuwbare energie te ondersteunen, geeft de overheid via verschillende kanalen een duwtje in de rug. Er wordt onder meer steun verstrekt via groenestroomcertificaten (GSC, 93 €/MWh) en warmtekrachtcertificaten (WKC, 31 €/MWh) voor de netto-geproduceerde warmte. Het Vlaams landbouwinvesteringsfonds (VLIF) geeft ook extra steun voor bepaalde randinfrastructuur van de installatie op een landbouwbedrijf (bv. mestmixer, mestschuif, volle vloer, ...). Voor meer informatie over deze subsidies kunt u contact opnemen met Inagro.

Tips voor de praktijk

Tip 1: Maak tijd voor goede en regelmatige opvolging!

Als de installatie niet meer of onvoldoende gevoed wordt, of als de temperatuur in de reactor te veel afwijkt, kan de biogasproductie snel stilvallen. Ook het mixen is zeer belangrijk. Gemiddeld vraagt de opvolging zo’n 15 minuten per dag.

Tip 2: Maak gebruik van verse, energierijke mest!

De verse mest verzekert een vlotte vergisting die voldoende biogas oplevert om de installatie draaiend en uiteindelijk rendabel te houden. Laat ook vooraf het biogaspotentieel bepalen.

Tip 3: Bezint eer ge begint!

De groenste en goedkoopste elektriciteit is de elektriciteit die u niet verbruikt. Ga dus na of u nog energiebesparende maatregelen kunt nemen worden. Daarnaast is het beter om het elektriciteitsverbruiksprofiel zo veel mogelijk af te stemmen op de elektriciteitsproductie van de vergister.

Tip 4: Gebruik ook de warmte nuttig!

Om warmtekrachtcertificaten te kunnen benutten, moet ook de geproduceerde warmte nuttig gebruikt worden. Dit kan om het spoelwater op te warmen, gras te drogen, … Hou er rekening mee dat ook de reactor warmte nodig heeft om op temperatuur te blijven. In de zomer zal er dus meer warmte ter beschikking zijn dan in de winter.

Tip 5: Laat u voldoende informeren!

Een pocketvergister moet goed afgestemd worden op de bedrijfsvoering. Een grondige analyse van de verbruikssituatie en de mogelijkheden voor een vergister is dus belangrijk. Ook de subsidieregeling en fiscale aspecten zijn behoorlijk complex. Laat u dus informeren en begeleiden en ga actief op zoek naar extra informatie en praktijkkennis.

Tip 6: Voorzie voldoende verblijftijd!

Voor de stabiele werking van een mono-mestvergister op runderdrijfmest is een verblijftijd van minstens 30 dagen nodig. Kies dus voor een voldoende ruime reactor zodat deze tijd zeker gerespecteerd wordt en er ook marge is voor eventuele schuimvorming.

Conclusie

Pocketvergisting biedt voor de landbouwsector heel wat kansen. Het speelt in op actuele thema’s als klimaatverandering en productie van groene energie en kan een meerwaarde betekenen voor landbouw en maatschappij. De technologie is echter nog vrij nieuw, en een goede werking vraagt voldoende kennis en regelmatige opvolging. Er zijn gelukkig heel wat begeleidingsmogelijkheden via de praktijkcentra en ook landbouwers groeperen zich om van elkaar te leren. Daarnaast doet ook de (Vlaamse) overheid een duit in het zakje en ondersteunt ze nieuwe projecten financieel.

Auteurs  

I. Ryckaert | ivan.ryckaert@lv.vlaanderen.be
A. Colman | andrien.colman@lv.vlaanderen.be 
Departement Landbouw en Visserij

M. Frijlink (Rundveeloket)

A . De Dobbeleer en S. Vandendriessche ( Inagro)