Aanleg en onderhoud van meerjarige bloemenstroken in de fruitteelt - 2026 (AMKM)

Bij de agromilieuklimaatmaatregel ‘Meerjarige bloemenstroken in de fruitteelt’ wordt de aanleg en het onderhoud van bloemenstroken tussen de fruitbomenrijen of aan de rand van fruitboomgaarden gestimuleerd. Deze bloemenstroken zorgen voor een rijker ecosysteem in de boomgaard dat aantrekkelijker is voor enerzijds bestuivers en anderzijds natuurlijke vijanden van schadelijke soorten. Naast meer biodiversiteit, zorgt dit laatste ook voor een betere biologische plaagbestrijding en een verminderde nood aan pesticidegebruik, wat een positieve impact heeft op de bodem- en waterkwaliteit.

Samenvattende info:

  • Actieve landbouwer
  • Vijfjarige agromilieuklimaatmaatregel, jaarlijks betaling aan te vragen
  • Verbintenis per perceel
  • Subsidiebedrag bloemenstroken tussen de fruitbomenrijen: 82 euro/ha boomgaard
  • Subsidiebedrag bloemenstrook aan de rand van fruitaanplanting: 10.160 euro/ha bloemenstrook

Subsidievoorwaarden

Algemene voorwaarden 

  • U leeft de voorwaarden na die vermeld zijn op de webpagina ‘Ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen: Overzicht en algemene voorwaarden’.
  • U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) (zie fiche ‘GLB – Actieve landbouwer’ op de webpagina ‘Actieve landbouwer’).
  • Looptijd verbintenis: 5 jaar.
  • Het perceel is gelegen in Vlaanderen.
  • Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de bloemenstrook is niet toegelaten.
  • Het in te zaaien bloemenmengsel (teeltcode 9831) bestaat uit een mengsel van minstens 8 verschillende éénjarige, tweejarige en meerjarige bloeiende kruiden. Minstens 4 van de aanwezige soorten moeten meerjarige soorten zijn.
  • Grassen zijn niet toegelaten in het ingezaaide bloemenmengsel.
  • De samenstelling en de zaaidichtheid (enkel bij bloemenstrook aan de rand – BFR) van het ingezaaide bloemenmengsel moet u bij controle aan de hand van documenten kunnen aantonen.
  • De bloemenstrook wordt gemaaid bij de opstart om ongewenste onkruiden te voorkomen en gedurende de verbintenistermijn om de groei en de bloei van de gewenste kruiden te stimuleren, zowel in het jaar van aanleg als de daaropvolgende jaren.
  • Het maaibeheer is extensief en is afhankelijk van het ingezaaide bloemenmengsel, minstens 1 maal op het einde van het bloeiseizoen en met een minimumhoogte van 10 cm.
  • U moet de nodige maatregelen nemen om te verzekeren dat voldoende bloeiende soorten tijdens de volledige looptijd van de verbintenis in de bloemenstrook aanwezig blijven.
  • U heeft het perceel in kwestie in eigen gebruik gedurende de teeltperiode van de voor-, hoofd- en nateelt.
  • U geeft het perceel in kwestie aan in de verzamelaanvraag en meldt elke wijziging van de initiële aangifte zodra die wijziging zich voordoet
  • De deelname aan de maatregel is beperkt tot plantages met een lineair plantverband van laag- of halfstamfruitbomen en notelaars. Geen wijnbouw.

ACTIE 1: Aanleg en onderhoud van meerjarige bloemenstroken tussen de fruitbomenrijen

  • U engageert zich voor de aanleg en het onderhoud van een meerjarige bloemenstrook minstens om de 3 bomenrijen in de fruitboomgaard.
  • Op het volledige perceel in kwestie met een oppervlakte van minstens 0,30 hectare bevindt zich een fruitboomgaard. Percelen waarop geen of slechts gedeeltelijk een dergelijke fruitboomgaard aanwezig is, komen niet in aanmerking voor de subsidie.
  • De breedte van de bloemenstrook tussen de fruitbomenrijen is minstens 1 meter, tenzij de spoorbreedte van de machines kleiner is.
  • Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de fruitbomen is alleen toegelaten als dat strikt noodzakelijk is en als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
    • Tijdens de bloei geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die schadelijk zijn voor bijen, zoals vermeld op de toegelaten erkenningen. Bespuiting kan alleen ’s nachts of ’s morgens, als de bijen niet actief zijn.
    • De toepasselijke IPM-voorschriften volgen.
    • Alleen selectieve gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die onschadelijk zijn voor de nuttige insecten en andere niet-doel organismen.
    • Als een behandeling toch noodzakelijk is, de bloemenstrook eerst maaien.
    • Beroep doen op een begeleidingsdienst. Bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de fruitbomen moet u kunnen aantonen dat u zich voor dit gebruik heeft laten bijstaan door een op dit vlak deskundige adviesdienst of expert.
  • U stelt de relevante informatie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de deelnemende percelen ter beschikking.

ACTIE 2: Aanleg en onderhoud van een meerjarige bloemenstrook aan de rand van de fruitboomgaard

  • Om een verbintenis te kunnen sluiten voor de aanleg van een bloemenstrook moet aan de rand van het oorspronkelijke perceel waarop de fruitboomgaard zich bevindt een rij fruitbomen gerooid worden of moet, bij de aanplant van een nieuwe fruitboomgaard, een rij fruitbomen minder aangeplant worden.
  • U zaait een bloemenstrook van minstens 3 m en maximaal 6 m breed in aan de rand van uw fruitboomgaard.
  • Op het aan de rand aangrenzend perceel bevindt zich een fruitboomgaard in gebruik door uzelf.  In het najaar van het jaar voorafgaand aan de verbintenisaanvraag (start van de verbintenis) moet een bloemenmengsel met teeltcode 9831 worden ingezaaid met een zaaidichtheid van minstens 20 kg per ha. Bij de samenstelling van het mengsel wordt gestreefd om een bloeiboog te bekomen en om de biodiversiteit aan nuttigen te bevoordelen.

Subsidiebedrag

  • Actie 1: bloemenstroken tussen de fruitbomenrijen: 82 euro/ha boomgaard.
  • Actie 2: bloemenstrook aan de rand van fruitboomgaard: 10.160 euro/ha bloemenstrook.

Subsidieaanvraag

  • Per perceel wordt een aparte verbintenis afgesloten.
  • Om een nieuwe verbintenis aan te gaan, moet in de verzamelaanvraag 2026 een bijkomende bestemming op het betrokken perceel worden aangegeven:
    • voor de aanleg en het onderhoud van een meerjarige bloemenstrook minstens om de 3 bomenrijen de bijkomende bestemming ‘BFB’ opgeven op het volledige fruitboomgaardperceel.
    • voor de aanleg en het onderhoud van een meerjarige bloemenstrook aan de rand van de fruitboomgaard de bijkomende bestemming ‘BFR’ enkel opgeven op de rand (teeltcode 9831) en niet op het aangrenzend fruitboomgaardperceel.
  • De verzamelaanvraag geldt dan als verbintenisaanvraag en ook als betalingsaanvraag voor het eerste jaar.
  • Voor de lopende verbintenissen wordt de bijkomende bestemming vanaf het tweede jaar automatisch opgeladen in de kolom ‘Vaste BO en AMKM’. Daarmee is voldaan aan de jaarlijkse betalingsaanvraag. U kan deze bijkomende bestemming niet wijzigen of verwijderen. Neem contact op via info@lv.vlaanderen.be of via 02/214 48 48 (in het keuzemenu kiest u 'verzamelaanvraag en perceelsaangifte') als dit niet correct is.

Subsidie combineren met andere subsidies

In bepaalde gevallen kunnen de subsidies voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen gecombineerd worden met elkaar of met andere subsidies. Zie combinatietabellen voor welke combinaties mogelijk zijn.

Aandachtspunten

  • Er is geen vooropgestelde inzaaiperiode voor bloemenstroken tussen de fruitboomrijen (BFB).
  • Een bloemenstrook aan de rand van een fruitboomgaard (BFR) moet aangelegd worden op de plaats waar effectief een rij fruitbomen gerooid is voor de aanleg van de strook en die fruitboomgaard was vorig jaar ook door de landbouwer in gebruik (dus niet op een nieuw aangrenzend stuk bouwland). Ook hier moeten de gebruikte mengsels goed nagekeken worden voordat de vijfjarige verbintenis aangegaan wordt. Een bloemenmengsel aan de rand moet in het najaar van het jaar voorafgaand aan de verbintenis worden aangelegd.
  • Als er toch een besmetting en te veel onkruid is, dan na een voorafgaande schriftelijke melding bij het Agentschap Landbouw en Visserij dit onderwerken en herinzaaien zodat er de komende jaren wel een goed bloemenmengsel is.
  • Meerjarige bloemenstroken in de fruitteelt zijn perceelsgebonden en moeten dus op een vast perceel (verbintenisperceel) 5 jaar na elkaar op dezelfde plaats en op de volledige verbintenisoppervlakte worden toegepast tot het aflopen van de verbintenis. Vanaf het tweede loopjaar van de verbintenis wordt de bijkomende bestemming automatisch opgeladen op dit ‘verbintenisperceel’. Percelen met een lopende verbintenis kunnen niet samengevoegd of gesplitst worden.
  • Een verbintenis kan NIET gedeeltelijk overgedragen worden. Er is voor elke verbintenis maar één gebruiker mogelijk. De landbouwer die actief is op de uiterste wijzigingsdatum van de verzamelaanvraag, dient de subsidie aan te vragen in zijn verzamelaanvraag. Bij overname na de uiterste wijzigingsdatum zal de overlater uitbetaald en ook verantwoordelijk gesteld worden bij eventuele niet-naleving van de verbintenis. Een verbintenis kan NIET gesplitst worden. Overname van een perceel en het tijdig (uiterlijk 31 mei) plaatsen van de bijkomende BFx-bestemming van de verbintenis op dit perceel is GEEN overdracht van de verbintenis. Een verbintenis wordt ENKEL overgedragen als er een overdrachtsformulier wordt ingediend!
  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de webpagina 'Gebundelde fiches, tabellen, formulieren'.
Delen: