Vergunning voor de winning van grondwater

Op deze pagina:

Wanneer heb ik een milieuvergunning nodig voor de winning van grondwater?

Voor het oppompen van grondwater is een vergunning of melding vereist, die conform de VLAREM-wetgeving geïntegreerd is in de algemene milieuvergunning.

Of een activiteit meldings- of vergunningsplichtig is, leest u in de indelingslijst in Bijlage 1 van Vlarem II.

De winning van grondwater is ingedeeld onder rubriek 53.

Let op! De Vlarem wetgeving hieromtrent is gewijzigd in 2014. Of u een vergunning moet aanvragen of een melding moet doen, zal afhangen van de opgepompte hoeveelheid grondwater (m3/jaar) én tevens van de diepte van de grondwaterwinning ten opzichte van het dieptecriterium.

De website Databank Ondergrond Vlaanderen maakt u wegwijs of u al dan niet een vergunning moet aanvragen of een melding moet doen voor het winnen van grondwater. Tevens vindt u op deze pagina een link waarop u de formulieren kan downloaden om een melding te doen of een vergunning aan te vragen.

Bedrijven die in de eerste of tweede klasse zijn ingedeeld krijgen een vergunning door het indienen van een milieuvergunningsaanvraag:

  • Klasse-1 bedrijf: aanvraag indienen bij de bestendige deputatie van de provincie
  • Klasse-2 bedrijf: aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente

Een klasse-3 bedrijf is enkel onderworpen aan een meldingsplicht bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.

Welke rol speelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bij de toekenning van een milieuvergunning voor de winning van grondwater?

Water oppompen mag niet meer ongecontroleerd gebeuren. De VMM onderzoekt wat de gevolgen kunnen zijn voor de grondwaterlaag en geeft advies bij de vergunningsaanvraag.

De VVM bekijkt de evolutie van het peil van de betreffende grondwaterlaag en gaat na of er een natuurgebied is in de ruime omgeving van de winning. De historiek van de winning en de verhouding van het reëel opgepompte debiet tot het vergunde debiet worden doorgelicht.

De VMM neemt ook de mogelijkheden voor duurzaam watergebruik onder de loep: welk water wordt benut voor welke toepassingen, heeft de betrokkene de aangevraagde hoeveelheid en de vereiste kwaliteit nodig en hoe evolueert het watergebruik? Er wordt ook nagegaan in welke mate waterzuinige technieken en alternatief water (regenwater, gerecycleerd afvalwater, oppervlaktewater en grondwater van lage kwaliteit) ingeschakeld worden.

Wie moet ik op de hoogte brengen als ik een eigen grondwaterwinning in gebruik neem of stopzet?

Als u een eigen waterwinning in gebruik neemt of buiten gebruik stelt, moet u dit steeds binnen de twee maanden schriftelijk melden aan de buitendiensten van de dienst Grondwater van de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De contactgegevens per provincie staan hieronder.

Een aan- of afmelding is van groot belang voor de bepaling van de heffing.

Het meldingsformulier voor deze ingebruikneming of buitengebruikstelling kunt u downloaden op de website van de VMM.

De VMM brengt de vergunningverlenende overheid die de milieuvergunning voor de grondwaterwinning heeft afgeleverd, op de hoogte van de buitengebruikstelling.

Contactgegevens: Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer – dienst Grondwaterbeheer

Provincie Antwerpen:
Anna Bijns Gebouw
Lange Kievitstraat 111-113 bus 64
2018 Antwerpen
Tel. 03 224 62 33
Fax 03 224 62 35

Provincies Limburg en Vlaams-Brabant:
De Schiervellaan 7
3500 Hasselt
Tel. 011 29 12 70
Fax 011 29 12 99

Provincie Oost-Vlaanderen:
Raymonde de Larochelaan 1
9051 Sint-Denijs-Westrem (Gent)
Tel 09 221 80 86
Fax 09 221 99 44

Provincie West-Vlaanderen:
Zandvoordestraat 375
8400 Oostende
Tel. 059 56 26 11
Fax 059 56 26 00

Aan welke technische voorwaarden moet een grondwaterwinning voldoen? Hoe moet ik de winning onderhouden? Wat moet ik doen met een verlaten grondwaterwinning?

De code van goede praktijk voor boringen en voor exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning vindt u in bijlage 5.53.1 van Vlarem II.

De boringen moeten uitgevoerd worden volgens de regels van een goed vakmanschap. Elke verontreiniging moet vermeden worden, zowel tijdens de aanleg als tijdens de exploitatie. Het boorgat wordt bovenaan afgedicht om verontreiniging van de waterlagen te voorkomen. Het is verboden verschillende watervoerende lagen met elkaar in verbinding te brengen. Ter hoogte van de scheidende lagen moeten kleistoppen worden geplaatst ofwel moet de ruimte worden gecementeerd.

Verlaten putten moeten vakkundig opgevuld worden met een ondoorlatend materiaal.

Niet gebruikte en onzorgvuldig achtergelaten grondwaterwinningen kunnen immers ongewenst verontreinigd oppervlaktewater of ondiep grondwater rechtstreeks naar diepere watervoerende lagen brengen. Op deze manier kunnen zij een belangrijke bedreiging vormen voor de kwaliteit van het grondwater.

Vooraleer de verlaten grondwaterwinning definitief op te vullen, moet het opvulschema van de boorput ter goedkeuring worden voorgelegd aan de dienst Grondwaterbeheer van de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij bevoegd voor grondwater:

Provincie Antwerpen:
Anna Bijns Gebouw
Lange Kievitstraat 111-113 bus 64
2018 Antwerpen
Tel. 03 224 62 33
Fax 03 224 62 35

Provincies Limburg en Vlaams-Brabant:
De Schiervellaan 7
3500 Hasselt
Tel. 011 29 12 70
Fax 011 29 12 99

Provincie Oost-Vlaanderen:
Raymonde de Larochelaan 1
9051 Sint-Denijs-Westrem (Gent)
Tel. 09 221 80 86
Fax 09 221 99 44

Provincie West-Vlaanderen:
Zandvoordestraat 375
8400 Oostende
Tel. 059 56 26 11
Fax 059 56 26 00

Wanneer ben ik verplicht een debietmeter voor grondwaterwinningen te plaatsen?

Sinds 1 januari 2010 moet elke grondwaterwinning over een debietmeter beschikken.

Dat geldt ook voor grondwaterwinningen gebruikt voor de irrigatie in open lucht in de land- en tuinbouw.

Debietmeters zijn echter niet verplicht voor:

  • grondwaterwinningen uitgerust met een handpomp;
  • grondwaterwinningen voor huishoudelijke doeleinden tot maximaal 500 m³/jaar;
  • drainage nodig om het gebruik of de exploitatie van bouw- en weilanden mogelijk te maken.

Welke debietmeters zijn wettelijk toegelaten?

Enkel goedgekeurde debietmeters zijn toegelaten om de hoeveelheid opgepompt grondwater te meten.

De volgende types van debietmeters zijn volgens artikel 5.53.3.2. van Vlarem II toegelaten:

  • vleugelradmeter of meter met schroef van het Woltman-type (koudwatermeter);
  • dynamische turbinemeter (koudwatermeter);
  • elektromagnetische meter;
  • ultrasone meter;
  • gecombineerde meter (combinatie van hoger vermelde tellersoorten).

Andere debietmeters zijn enkel toegestaan mits een gemotiveerde aanvraag door de exploitant en na toestemming van de vergunningverlenende overheid.

Hoe moet ik een debietmeter plaatsen en onderhouden?

De debietmeter moet geïnstalleerd worden voor het eerste aftappunt van water. Op die manier wordt al het water door de meter gemeten vooraleer het wordt behandeld/gebruikt. Als de teller op een moeilijk afleesbare plaats staat, kan er een impulsgever op het scherm van de debietmeter worden geplaatst. Via een impulsgever kunt u de meterstand correct registreren in een nabijgelegen gebouw. De reikwijdte van de meeste impulsgevers is ongeveer 12 meter.

Bij een ingebruikname moeten debietmeters verzegeld worden. Dit geldt voor alle debietmeters die in gebruik genomen werden na 1 januari 2004. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij het land- en tuinbouwbedrijf zelf. U moet voor de verzegeling van de meetsystemen beroep doen op de leverancier, de installateur of een erkende deskundige.

Debietmeters die voor 1 januari 2004 in gebruik genomen werden, worden verzegeld door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De VMM is volop bezig om bij de bedrijven met dergelijke systemen de verzegeling uit te voeren. Deze bedrijven hoeven hiervoor geen aanvraag in te dienen bij de VMM, de verzegelaars komen spontaan langs. Als de VMM nog niet is langs geweest, heeft dit geen nadelige gevolgen voor uw bedrijf.

Als het nominaal debiet gelijk is aan of kleiner is dan 10 m³/u moeten koudwatermeters om de 16 jaar geijkt worden. In de andere gevallen is dat om de 8 jaar. De ijking gebeurt door een daartoe gemachtigde ijkingsinstelling: onder meer Vivaqua, de Vlaamse maatschappij voor Watervoorziening (VMW) en Elster Metering Belgium. Het ijkingsmerkteken moet leesbaar en onuitwisbaar aangebracht zijn op het tellerhuis. De gebruiker van de grondwaterwinning moet het ijkingsattest bewaren.

Bij elke aangekochte meter moet door de leverancier minstens een volledig correct ingevuld ijkings- en eenvormigheidsattest afgeleverd worden met onder meer de vermelding van het metertype, alsook de volledige benaming van het model. Zonder dit attest wordt de meter als niet reglementair beschouwd.

De eerste ijk, de herijk en de technische controle van de koudwatermeters is gereglementeerd door het Koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende meetinstrumenten en het Koninklijk besluit van 18 februari 1977 betreffende de koudwatermeters. De Federale Overheidsdienst Economie is bevoegd voor de toepassing van deze reglementen.

Voor kleinere koudwatermeters kan het interessant zijn om de kostprijs van een nieuwe watermeter te vergelijken met de kostprijs voor het herijken van het toestel.

Bij verbreking van de verzegeling moet u dit onmiddellijk schriftelijk melden aan de VMM-buitendienst waar uw dossier wordt behandeld. Hierbij moet volgende informatie worden vermeld:

  • dossiernummer van VMM
  • naam en voornaam
  • adres van de winning
  • merk en serienummer van de debietmeter
  • tellerstand op het moment van de verbreking
  • reden van verbreking