Berekenen van de benodigde opslagcapaciteit voor de opvang van hemelwater

Een hemelwaterput wordt gedimensioneerd op basis van het gebruiksdebiet, het dakoppervlak en het gemiddelde percentage leegstand van de hemelwaterput. Hieronder is een dimensioneringsgrafiek weergegeven. Op basis van de opslagcapaciteit per 100 m² dakoppervlakte en een vooropgestelde leegstand, kunt u uit de grafiek het dagelijkse beschikbare volume hemelwater uit de opslag aflezen (bron: VMM, gedetailleerde berekening).

Als het percentage leegstand te groot wordt bij het gewenste volume hemelwater, kunt u kiezen voor een groter bergingsvolume of u kunt het verbruik verkleinen of een automatische bijvulling voorzien.

Dimensioneringsgrafiek hemelwater
grafiek: dimensioneringsgrafiek hemelwater

Bron: VMM

Pluimvee heeft water nodig om te drinken en met hemelwater kunt u de stallen afkoelen en reinigen. Een vleeskip heeft ongeveer 3 liter water per kg groei nodig en drinkt zo’n 1,75 keer meer dan ze eet. In totaal betekent dit ongeveer 70 m³ water per 10.000 dieren per ronde. Een stal voor 40.000 vleeskippen heeft een oppervlakte van ongeveer 2.000 m². Voor de reiniging van deze stal is ongeveer 8 m³ water nodig.

Bij een opslagcapaciteit van 5 m³ per 100 m² dakoppervlakte (100 m³ nuttige opslagcapaciteit voor een totale dakoppervlakte van 2.000 m²) en een leegstand van 1% zal een dagelijks volume hemelwater van 2.700 liter beschikbaar zijn of 950 m³ water per jaar.

Uit de dimensioneringsgrafiek kan afgeleid worden dat de maximale nuttige opslagcapaciteit ongeveer 15 à 20 m³/100 m² dakoppervlak bedraagt bij een leegstand van 1%. Een nuttige opslagcapaciteit van 15 m³/100 m² dakoppervlak komt voor een dakoppervlakte van 2.000 m² overeen met een opslag van 300 m3 met een waterbeschikbaarheid van 1.366 m³ per jaar. Een te grote opslag voorzien is economisch niet rendabel. De opslagcapaciteit drie keer verdubbelen levert dus maar de helft extra hemelwater op, wat niet opweegt tegenover het extra kostenplaatje.