Meer groenbedekker, meer mais

Korte samenvatting

Een eenvoudige manier om het organische stofgehalte te verhogen is het inschakelen van groenbedekkers in de rotatie. Om een maximale opbrengst aan organische stof te bekomen is een goed ontwikkelde groenbedekker nodig. Door het late oogsttijdstip van mais, en bijgevolg het late zaaitijdstip van de groenbedekker, bestaat de kans dat de groenbedekker zich onvoldoende ontwikkeld. Dit project beoogt technieken te gaan demonstreren om tot “meer groenbedekker” te komen bij de maisteelt. De focus ligt hierbij op onderzaai, mengselkeuze en de mogelijkheden om met een aangepaste rassenkeuze de mais vroeger te gaan oogsten.

Gedetailleerde beschrijving

Op veel (kuil)maispercelen is de bodemvruchtbaarheid een aandachtspunt, zeker wanneer de teelt in monocultuur gebeurd. Een eenvoudige manier om het organische stofgehalte te verhogen is het inschakelen van groenbedekkers in de rotatie. Om een maximale opbrengst aan organische stof te bekomen is een goed ontwikkelde groenbedekker nodig. Door het late oogsttijdstip van mais, en bijgevolg het late zaaitijdstip van de groenbedekker, bestaat de kans dat de groenbedekker zich onvoldoende ontwikkeld.

Om tot een meer ontwikkelde groenbedekker te komen, lijkt het vervroegen van het zaaitijdstip het meest aangewezen. Om dit te realiseren moet de mais ofwel vroeger geoogst worden ofwel moet er gekozen worden voor de techniek van onderzaai. Bij de keuze om vroeger te gaan oogsten moet het maisras gekozen worden uit het ultravroege of zeer vroege segment van de rassenlijst. Deze rassen hebben een lager productiepotentieel wat een impact kan hebben op de hoeveelheid ruwvoer en de te zaaien oppervlakte maïs. Anderzijds is de verhouding kolf tot de rest van de plant meestal gunstiger wat de voederwaarde positief beïnvloedt. Het vroeger zaaien van de groenbedekker biedt de mogelijkheid om uit meer groenbedekkers te kiezen dan bij de huidige maïsteelt het geval is.

Bij de keuze van onderzaai van de groenbedekker moet men er rekening mee houden dat de weersomstandigheden de slaagkansen sterk zullen bepalen en dat de mais concurrentie zal ondervinden van het gras, zeker wanneer de verkeerde grassoort of het verkeerde zaaitijstip gekozen wordt. Het vroeger zaaien, hetzij in combinatie met een vroege maisoogst hetzij via een geslaagde onderzaai, zal in vergelijking met de huidige late inzaai van gras of rogge ook een groter positief effect hebben op het nitraatresidu en de opbouw van het organische stofgehalte door een betere gewasontwikkeling.

Het inzetten van mengsels van groenbedekkers kan ook een maatregel zijn om “meer groenbedekker” te bekomen. Elk type groenbedekker heeft zijn specifieke eigenschappen naar bladmassa, beworteling en vastleggen van stikstof. Het inzetten van de juiste combinatie kan dat ook de nodige voordelen opleveren naar o.a. de aanvoer van organisch materiaal.

Bovendien komt de inzet van mengsels in combinatie met een zaai voor 1 oktober ook in aanmerking als vergroeningsmaatregel in het kader van het GLB.

Maar ook op gebied van grondbewerking en onkruidbestrijding (vnl bij onderzaai) kunnen maatregelen genomen worden om de opbrengst aan groenbedekker te verhogen.

De vraag is echter ook wat de kosten-baten zijn van een bewuste keuze voor “meer groenbedekker” bij (kuil)maïs.

Het project wil door het aanleggen van demonstratieplatforms volgende doelstellingen realiseren:

  • Een betere ontwikkeling van groenbedekkers in de maisteelt met als belangrijkste doel het op peil houden en verbeteren van het organische stofgehalte en de bodemvruchtbaarheid
  • Landbouwers laten kennis maken met de nieuwe inzichten rond onderzaai van groenbedekkers bij mais
  • Nagaan van de inpasbaarheid van het vroeg oogsten van de mais om tot een vroegere inzaai van de groenbedekker te komen
  • Introductie van mengsels van groenbedekkers
  • Landbouwers inzicht geven in de kosten-baten van de verschillende methoden om tot “meer groenbedekker” bij de maisteelt te komen

Het bereiken van deze doelstellingen zal gerealiseerd worden door:

  • Demonstreren van methodieken om groenbedekkers vroeger te kunnen inzaaien
  • Demonstreren van teelttechnische maatregelen die de ontwikkeling van de groenbedekker bevorderen
  • Demonstreren van mengsels van groenbedekkers
  • Aanleg van demovelden en opvolging van praktijkvelden
  • Uitwerken van een kosten-batenanalyse voor de verschillende methoden om tot “meer groenbedekker” te komen.
  • Voorlichtingsacties rond de bekomen resultaten.
  • Digitale uitgave van een brochure rond groenbedekkers bij mais met specifieke focus op methodieken om tot beter ontwikkelde(mengsels van) groenbedekkers te komen

Duurtijd en partners

Dit project loop van 15 april 2016 tot 14 april 2018 en wordt uitgevoerd door volgende projectpartners:
Landbouwcentrum voor Voedergewassen, Hooibeekhoeve en Proefhoeve Bottelare HoGent/Ugent

Meer info?

Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw

Contactpersonen:

Ilse Vandenbroeck, ilse.vandenbroeck@provincieantwerpen.be  

Gert Van de Ven, gert.vandeven@provincieantwerpen.be

www.lcvvzw.be