Dode dieren behoren tot de zogenaamde Dierlijke Bijproducten (DBP). In België zijn diverse gewestelijke en federale overheden bevoegd voor de regelgeving rond DBP. Zo is de OVAM bevoegd voor de Dierlijke Bijproducten die ook afvalstoffen zijn.
Steun rechtstreeks aan Rendac uitbetaald
Voor veehouders brengen de ophaling en verwerking van krengen grote kosten met zich mee. Het geproduceerde diermeel en dierlijk vet mag immers niet meer worden gebruikt voor de productie van veevoeding, meststoffen of andere recyclagetoepassingen maar moet vernietigd worden.
De Vlaamse overheid beslist dan ook jaarlijks om een deel van deze kosten te dragen via een subsidie. Dat geldt ook voor de ophaling van krengen van landbouwdieren bij particulieren. Krengen van gezelschapsdieren en van paarden vallen daarentegen niet onder deze regeling. Deze subsidie wordt niet aan de landbouwers of particulieren uitbetaald, maar rechtstreeks aan Rendac die de krengen ophaalt en verwerkt.
Sinds 2025 heeft een Commissie Krengenfinanciering de opdracht om de subsidie van de Vlaamse overheid te verdelen over de veehouders en de particulieren die krengen van landbouwhuisdieren willen laten ophalen. De krengencommissie bestaat uit vertegenwoordigers van de landbouworganisaties en van de verwerkers van krengen. Voor 2026 besliste deze commissie de ophaling van krengen voor landbouwdieren bij particulieren deels te betoelagen en de overige middelen te gebruiken om ook de abonnementsprijzen voor veehouders beperkt te houden.
Landbouwdier of gezelschapsdier?
- Landbouwdier: alle dieren die door de mens worden gehouden, vetgemest of gefokt en die worden gebruikt voor de productie van voedsel, wol, bont, veren, huiden of een ander dierlijk product of voor andere veeteeltdoeleinden; en paardachtigen.
- Gezelschapsdier: een dier van soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoed en gehouden, maar niet gegeten worden en die niet door veetelers worden gehouden.
Voor de landbouwdieren, met uitzondering van paarden, geldt voor 2026:
- Voor houders van landbouwhuisdieren die aangifteplichtig zijn bij de Mestbank op basis van de productie of opslag van minstens 300 kg P2O5 (fosfaat) uit dierlijke meststoffen, en die wensen gebruik te maken van een abonnementsformule voor hun landbouwhuisdieren, gelden volgende tarieven (alles excl. BTW). Handelaars, transporteurs, verzamelcentra en slachthuizen worden uitgesloten van deze categorie.
- Voor houders van landbouwhuisdieren die niet aangifteplichtig zijn bij de Mestbank op basis van de productie of opslag van minstens 300 kg P2O5 (fosfaat) uit dierlijke meststoffen, die op basis van de in 2025 aan Rendac aangeboden gewichten in een bepaalde gewichtsklasse vallen, en die wensen gebruik te maken van een abonnementsformule voor hun landbouwhuisdieren, gelden de tarieven zoals vermeld in Hoofdstuk III.
- Houders van landbouwhuisdieren die geen abonnementsformule aangeboden krijgen omdat ze niet aangifteplichtig zijn bij de Mestbank op basis van de productie of opslag van minstens 300 kg P2O5 (fosfaat) uit dierlijke meststoffen, en die in 2025 aan Rendac een beperkt volume hebben aangeboden, betalen een ophaalkost van 45,45 euro per ophaling of ze kunnen instappen in een abonnementsformule die overeenkomt met het goedkoopste abonnement vermeld in Hoofdstuk I.
- Wie een voorstel qua abonnement heeft ontvangen maar daar niet is op ingegaan, betaalt steeds een tarief van 174 euro per ophaling. Er is een bedenktijd van 8 weken om in te stappen in een aangeboden abonnementsformule. Daarna wordt automatisch overgeschakeld op een bedrag per ophaling van 174 euro.
Voorbeelden
- Guy heeft 40 schapen. Hij is niet aangifteplichtig. In 2025 bood hij 390 kg aan, verspreid over 13 ophalingen. Rendac biedt in jan 2026 een abonnement aan op basis van gewicht. Guy kan en mag aantonen dat hij in 2025 volgens Sanitel slechts 40 schapen had en dus recht heeft op een abonnement van 72 euro. Als hij toch niet op dit aanbod zou ingaan betaalt hij in 2026 174 euro per ophaling.
- Thérèse heeft 6 geitjes. In 2025 stierf er 1, ze bood 50 kg aan bij Rendac. Ze is niet aangifteplichtig. Rendac biedt in januari 2026 geen abonnement aan op basis van gewicht. Thérese betaalt in 2026 45,45 euro per ophaling. Of ze kan instappen in een abonnementsformule die overeenkomt met het goedkoopste abonnement van 54 euro.
- Didier bood in 2025 als varkenshandelaar 40 ton varkenskrengen aan, verspreid over 66 ophalingen. Hij stond niet op de lijst van Mestbankaangifteplichtige houders en werd dus als niet-bijdrageplichtig beschouwd. Voor 2026 krijgt hij een aanbod qua abonnement op basis van geleverd gewicht in 2025 van 8.794 euro. Als hij niet op het aanbod ingaat moet hij 174 euro per ophaling betalen, dus voor 66 ophalingen 11.484 euro. Als handelaar krijgt hij niet de mogelijkheid om te kiezen voor een abonnement op basis van dieraantallen.
- Fons heeft in totaal 1.950 varkens (150 zeugen en 1.800 vleesvarkens) en is Mestbankaangifteplichtig. Hij krijgt een abonnement aangeboden van 2.025 euro. Als hij niet op dit aanbod zou ingaan betaalt hij in 2026 174 euro per ophaling.
Koning Albert II-laan 15, bus 360
1210 Brussel
België