De Belgische commerciële vissersvloot heeft tientallen quota voor verschillende vissoorten, verspreid over verschillende visserijgebieden, ter beschikking. Door quota-uitwisselingen met andere EU-landen kan de Belgische visserij het hele jaar door vissen op de gewenste doelsoorten.
Eind 2025 bestaat de Belgische zeevisserijvloot uit 60 commerciële vaartuigen. De vloot is de afgelopen decennia kleiner geworden, maar het gemiddelde vaartuig is groter geworden.
De eindproductiewaarde blijft nagenoeg stabiel in 2024 met een waarde van 7,9 miljard euro, terwijl de intermediaire kosten dalen met -5,9%. Er zijn grote verschillen tussen de diverse sectoren.
De specialisatie van de land- en tuinbouw in Vlaanderen is vaak regionaal gebonden: fruitteelt in Haspengouw, sierteelt rond Gent, pluimvee en varkens in West-Vlaanderen, (glas)groenten rond Sint-Katelijne-Waver en melk- en rundvee in de Vlaamse Ardennen.
Vlaanderen telt in 2025 1,18 miljoen runderen, 4,9 miljoen varkens en 47,4 miljoen stuks pluimvee. Het aantal zoogkoeien en varkens daalt tegenover 2013, terwijl het aantal melkkoeien en kippen stijgt.