Binnen de melkveehouderij nemen in 2024 de nonfactorkosten met 357.100 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 151.800 euro een stuk lager.
Binnen de vleesveehouderij nemen in 2024 de nonfactorkosten met 157.100 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 90.300 euro een stuk lager.
Binnen de varkenshouderij nemen in 2024 de nonfactorkosten met 653.300 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 109.500 euro een stuk lager.
Binnen de legpluimveehouderij nemen in 2024 de nonfactorkosten met 833.400 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 160.000 euro een stuk lager.
Binnen de slachtpluimveehouderij nemen in 2024 de nonfactorkosten met bijna 2.062.500 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met ruim 110.600 euro een stuk lager.
Binnen de glastuinbouw nemen in 2024 de nonfactorkosten met 751.600 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 401.200 euro een stuk lager.
Binnen de gespecialiseerde sierteeltbedrijven onder glas nemen in 2024 de nonfactorkosten met ruim 1.119.900 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 343.500 euro een stuk lager.
Voor de totale landbouw nemen in 2024 de nonfactorkosten met bijna 360.600 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 144.000 euro een stuk lager.