Binnen de glastuinbouw nemen in 2024 de nonfactorkosten met 751.600 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 401.200 euro een stuk lager.
Binnen de gespecialiseerde sierteeltbedrijven onder glas nemen in 2024 de nonfactorkosten met ruim 1.119.900 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 343.500 euro een stuk lager.
Voor de totale landbouw nemen in 2024 de nonfactorkosten met bijna 360.600 euro het grootste deel van de totale kosten in. De factorkosten liggen met 144.000 euro een stuk lager.
Sinds 2021 starten jaarlijks gemiddeld 1.362 bedrijven en stoppen jaarlijks gemiddeld 1.856 bedrijven. Het aantal bedrijven gekend in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) met een landbouwactiviteit neemt licht toe: van 23.404 in 2022 tot 23.887 in 2025.
De belangrijkste concentraties van de melkveesector bevinden zich in West-Vlaanderen, het noorden van Oost-Vlaanderen, de Noorderkempen en noord-Limburg.
Haspengouw is het belangrijkste gebied voor de pitfruitteelt. Andere gebieden die oplichten in de kaart zijn vooral te verklaren door de aardbeiteelt (regio Roeselare, Beveren, Hoogstraten).
In 2025 waren er ca. 68.300 paarden in Vlaanderen bij 5.450 klanten. Oost-Vlaanderen en Antwerpen tellen de meeste paarden, respectievelijk 17.500 en 16.300 paarden.
De grootste opbrengsten worden gerealiseerd in de Noorderkempen, centraal West-Vlaanderen, het Noorden van Oost-Vlaanderen, het Noord-Oosten van Limburg en rond Sint-Katelijne-Waver.