Visserij: Aanvullende quotamaatregelen voor 2026
In haar zitting van 9 december 2025 heeft de quotacommissie het visplan 2026 besproken en op basis daarvan ook meerdere adviezen geformuleerd voor aanvullende quotamaatregelen. De adviezen van de quotacommissie voor de toewijzing van de vangstmogelijkheden voor de verschillende bestanden zijn gebaseerd op de toen beschikbare informatie omtrent de quota onderhandelingen, de wetenschappelijke adviezen van ICES en de voorstellen van de quotacommissie met betrekking tot het visplan van 2025. Aanpassingen als gevolg van de finale beslissingen van de Raad van 11 en 12 december 2025 zullen indien nodig worden aangebracht in de loop van januari 2026 na de eerste vergadering van de quotacommissie.
Op 5 december 2025 werd een akkoord gesloten tussen het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Europa over de totaal toegestane vangsten in 2026 voor de gezamenlijk beheerde bestanden in de Noordzee. Onder dit akkoord vallen de bestanden zoals schol, kabeljauw, zwarte koolvis, schelvis, haring en wijting. Er werd pas op 18 december 2025 een akkoord getekend betreffende de jaarlijkse ruil tussen de Europese Unie en Noorwegen. Dit had vooral te maken met het feit dat eerst nog gewacht moest worden op een akkoord tussen Noorwegen en Rusland alvorens Noorwegen het ‘Agreed Record’ kon ondertekenen. De onderhandelingen met het VK over de gedeelde bestanden vanaf 1 januari 2026 werden op 10 december 2025 tussen de onderhandelaars van het VK en de EU afgerond.
De toegewezen vangsthoeveelheden werden vastgelegd voor de volledige eerste toewijsperiode, namelijk van 1 januari 2026 tot 30 juni 2026 voor vaartuigen van het groot vlootsegment (GVS) en van 1 januari 2026 tot 31 oktober 2026 voor vaartuigen van het klein vlootsegment (KVS).
1. DAGENBEPERKING
1.1 Vaartdagenregeling
Het aantal vaartdagen wordt op jaarbasis vastgesteld op 285. Binnen dit jaarquotum wordt het voor alle vissersvaartuigen verboden om meer dan 200 vaartdagen te realiseren in de westelijke wateren.
De dienst heeft deze bepaling opgenomen omdat het duidelijk is dat er door beperkingen in quota meer spreiding nodig is om nog een volledig jaar op een rendabele wijze te vissen. ICES heeft positieve adviezen afgeleverd voor verschillende bestanden in de Noordzee (tong +25%, rog +25%, tarbot +36%, wijting +42%...). Gelet ook op het feit dat de vangstmogelijkheden in de westelijke wateren afnemen (tong Bristolkanaal -14%, kabeljauw -70%, schelvis -71%, schartong -20%, pladijs Ierse Zee -60%,…) moet meer worden ingezet op de toegenomen vangstmogelijkheden in de Noordzee waar veel bestanden tot dusver ook sterk onderbenut zijn.
Er zal een evaluatie van deze maatregel voorzien worden na 6 maanden.
1.2 Tongherstelgebied (ICES-gebied VIIe)
Zoals elk jaar is er ook in de Europese TAC en Quotaverordening 2026 een hoofdstuk opgenomen over het tongherstelgebied VIIe. Het aantal zeedagen welke gepresteerd moeten worden door vaartuigen met de boomkor met een maaswijdte van ten minste 80mm in dit gebied, bedraagt 176.
De boomkorvaartuigen die in de referentieperiode 2003 – 2024 gevist hebben in het westelijk deel van het Engels Kanaal, krijgen een vismachtiging VIIe. Visserij met de boomkor is in het ICES-gebied VIIe vanaf 1 februari 2026 tot en met 31 januari 2027 enkel toegestaan mits het vissersvaartuig over een vismachtiging herstelgebied tong VIIe beschikt. Deze vismachtiging moet aan boord gehouden worden. Rederijen van vissersvaartuigen, die aan de voorwaarden voldoen, worden spontaan per afzonderlijke zending een vismachtiging herstelgebied tong toegestuurd.
Overdracht van dagen op vaartuigniveau is verboden.
Niet naleving van deze communautaire dagenregeling kan tevens leiden tot intrekking van de visvergunning voor vijf opeenvolgende dagen.
2. VISSERIJ-INSPANNING
Binnen het ICES-gebied VII wordt afzonderlijk een maximaal jaarlijks visserijinspanningsniveau bepaald voor demersale soorten in het BSA-gebied. Het betreft een gebied dat omsloten wordt door de kust van Ierland, ten zuiden van 53°30'NB, en ten westen van 07°00'WL en de rechte lijnen die achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten verbinden:
-
het punt op de kust van Ierland op 53°30'NB;
-
53°30'NB, 12°00'WL;
-
53°00'NB, 12°00'WL;
-
51°00'NB, 11°00'WL;
-
49°30'NB, 11°00'WL;
-
49°30'NB, 07°00'WL;
-
het punt op de kust van Ierland op 07°00'WL.
Bij de overschrijding van de grenzen van de ICES-gebieden of van het BSA-gebied, registreren de kapiteins van vissersvaartuigen in hun elektronisch logboek, de dag, het tijdstip en de positie van de overschrijding.
De registratie van visuren in het elektronisch logboek is verplicht.
3.VERGUNNING BRITSE WATEREN 2026
De reders worden eraan herinnerd om de ontvangst van hun vergunning Britse wateren 2026 goed op te volgen. Er dient ten allen tijde een kopie van deze vergunning aan boord te worden gehouden.
4. GESLOTEN GEBIEDEN, VISVERBODEN EN TECHNISCHE MAATREGELEN
4.1 Skagerrak
Vermits het de bedoeling is om alle Belgische quota in het Skagerrak in de loop van 2026 met Denemarken te ruilen, blijft het Skagerrak gesloten in 2026 voor de Belgische vissersvaartuigen. Bij het ruilen zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de noden van de vloot.
4.2 West van Schotland (VIa)
De visserij is het gehele jaar 2026 verboden in ICES-gebied VIa.
4.3 Golf van Gascogne (VIIIab)
De aanwezigheid van een vissersvaartuig in de Golf van Gascogne is verboden in 2026. In de loop van 2026 zal er nog een specifieke regeling worden uitgewerkt.
4.4 Noorse zone
In het eerste kwartaal van 2026 worden de reders bevraagd over hun bereidheid om vanaf april 2026 de bordenvisserij te beoefenen in de Noorse zone. Bij een positieve respons wordt het beschikbare quotum onder de regelmatig indienende aanvragers verdeeld. Als er meer aanvragen zijn dan beschikbare quota, wordt een loting georganiseerd tijdens de zitting van de Quotacommissie in maart 2026.
4.5 Spanvisserij
De spanvisserij op kabeljauw is in 2026 verboden.
4.6 Sluiting Bristol kanaal
Gedurende het volledige jaar 2026 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIf,g voor vaartuigen van het KVS.
In de periode 1 februari 2026 tot en met 31 oktober 2026 is het enkel aan de vaartuigen van het klein vlootsegment, die beschikken over een “Vismachtiging Bristolkanaal 2026”, toegestaan in het gebied VIIf,g aanwezig te zijn.
Ten einde opgenomen te worden op de lijst dienen geïnteresseerde reders zich vóór 6 januari 2026, 12u00 aan te melden bij de bevoegde dienst van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij via een e-mail gericht aan info@lv.vlaanderen.be.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat naar analogie met vorige jaren de visserij buiten de zes-mijlszone in de ICES-rechthoeken 30E4, 31E4 en 32E3 (zgn. Trevose box) in de periode 1 februari 2026 tot en met 31 maart 2026 verboden wordt.
4.7 Europese sluiting Ierse zee 2026
De bestaande bepalingen (opgenomen als bijlage VI, deel C, punt 3 van Verordening 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019) voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse zee (ICES-sector VIIa) zijn van toepassing.
Het is elk jaar tijdens de periode van 14 februari tot en met 30 april verboden bodemtrawls, zegens of soortgelijke sleepnetten, kieuwnetten, schakelnetten, warrelnetten of vistuig met haken te gebruiken in het gedeelte van ICES sector VIIa dat wordt begrensd door de oostkust van Ierland en de oostkust van Noord-Ierland en rechte lijnen die achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten, die worden gemeten volgens het WGS84-coördinatenstelsel, met elkaar verbinden:
-
tussen 54°30' NB op de oostkust van Noord-Ierland,
-
tussen 54°30' NB 04°50' WL,
-
tussen 53°15' NB 04°50' WL, en
-
tussen 53°15' NB op de oostkust van Ierland.
In afwijking hiervan is in het gebied en de periode die in vorig lid zijn bepaald, het gebruik van bodemtrawls toegestaan, op voorwaarde dat die trawls zijn voorzien van selectiviteitsvoorzieningen die werden beoordeeld door het WTECV, het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (adviseert de Europese Commissie over visserijbeheer).
Er zal worden nagegaan of het mogelijk is deze maatregel in de toekomst op te heffen voor Belgische boomkorvaartuigen.
4.8 Beschermde vissoorten
Volgende soorten worden niet aan boord gehouden en dienen, liefst levend, terug en onmiddellijk over boord gezet te worden:
Sterrog IV en VIId, vleet-soortencomplex (IV,VII en VIII), ruwe haai (IV, VII, VIII), haringhaai, walvishaai, schubzwelghaai (IV), Portugese hondshaai (IV), spitssnuitsnavelhaai (IV), grote lantaarnhaai (IV).
De lijst wordt mogelijks aangepast na de publicatie van de TAC- en Quotaverordening 2026.
4.9 Roggen
De Belgische vissers vangen in de meeste gevallen rog als bijvangst in de boomkorvisserij. Alle roggensoorten worden in de Europese regelgeving samen als één groep beheerd, nl. onder één Total Allowable Catch (TAC) door het tekort aan soortspecifieke visserijdata, en dat schept problemen. Er wordt bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen verschillen in abundantie, biomassa en soort-specifieke gevoeligheden.
Vandaar dat de sector besliste om enkel blonde rog, stekelrog, gevlekte rog (en golfrog enkel voor ICES area VIId,e en met een apart quotum) aan te landen waarvan de bestanden het best gekend zijn. Het is dus verboden om andere roggensoorten te vissen, aan boord te houden en aan te landen dan blonde rog (RJH), stekelrog (RJC), gevlekte rog (RJM) en golfrog (RJU in ICES area VIId,e).
Andere roggensoorten die worden gevangen, worden ongedeerd gelaten en onmiddellijk teruggezet. Hierdoor tracht men te vermijden om de vaak ongekende bestanden niet onder druk te zetten. De vissers worden daarbij aangemoedigd technieken en apparatuur te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting, conform de Europese regelgeving.
De dienst dringt er op aan om de hoeveelheden teruggezette roggen zo nauwkeurig mogelijk in het logboek te noteren onder de code DIS en volgens de correcte drielettercode, zoals bijvoorbeeld RJE (kleinoogrog), RJI (zandrog), RJN (grootoogrog), …
4.10 Verbod op highgrading
Een soort, waarvoor een quotaregeling geldt en die gevangen wordt tijdens visserijactiviteiten, wordt aan boord van het vaartuig gebracht en vervolgens aangeland, tenzij dit indruist tegen de communautaire visserijwetgeving, waarbij technische, controle- en instandhoudingsmaatregelen zijn vastgesteld. Deze verplichting geldt in alle gebieden.
4.11 Verplicht gebruik van de zeeflap
Vaartuigen uitgerust met TR3 (bordenvisserij op garnaal) dienen gans het jaar uitgerust te zijn met een zeeflap.
4.12 Staand tuig op zeebaars
Het gericht vissen op zeebaars met staand tuig met maaswijdte kleiner dan 120 mm is verboden gedurende het gehele jaar 2026.
4.13 Staand tuig op rog
Het gericht vissen op rog met staand tuig is verboden gedurende het gehele jaar 2026.
4.14 Vissen op paling
Het vissen, het aan boord houden en het aanlanden van paling is verboden.
4.15 Technische maatregelen in alle ICES-gebieden
De technische maatregel die het gebruik van een paneel voor de kuil verplicht stelt voor BT1 en BT2 tuigen in bepaalde gebieden (het zgn. Vlaams paneel), blijft verder behouden teneinde te kunnen genieten van een de-minimis uitzondering voor tong.
Bovendien moeten de vistuigen BT2 (boomkor 80-119 mm) van het GVS uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel om te kunnen genieten van de uitzondering voor hoge overleving voor schol. De vaartuigen uit het KVS moeten slepen doen van maximaal 90 minuten.
Vanaf 1 januari 2019 is het verboden boomkortuigen onder zich te hebben en te gebruiken waarvan de laatste 3 meter van de staart, vóór de kuil, niet bestaat uit netmateriaal met minimale maaswijdte van 120mm, gemeten tussen de knopen. Bovendien moet de korre uitgerust zijn met een flip-up rope of een bentisch paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 170 mm en een lengte en breedte van 1,8 meter.
4.16 Technische maatregelen kabeljauw en wijting in de Europese wateren van de Keltische Zee
Deze technische maatregelen gelden voor vaartuigen met sleepnetten in VIIf, VIIg en een deel van VIIh (ten noorden van 49° 30’, en een deel van VIIj (noorden van 49°30’ NB en oosten van 11° WL).
Vaartuigen met sleepnetten of seines die meer dan 20% schelvis in hun vangst hebben, mogen niet in deze gebieden vissen tenzij die gebruik maken van volgende opties:
-
110 mm kuil met 120 mm vierkante mazenpaneel
-
100 mm T90 kuil
-
120 mm kuil
-
100 mm met 160 mm vierkante mazenpaneel
In aanvulling mogen vaartuigen met sleepnetten die ten minste 20% schelvis in hun vangst hebben, gebruik maken van een vistuig met ten minste 1 meter ruimte tussen vislijn en bodemtuig
Vaartuigen met sleepnetten en seinevissers in VIIg tot VIIk wiens vangstsamenstellingen minder dan 20% schelvis bevatten, moeten ten minste een maaswijdte van 100 mm kuil gebruiken.
Deze vereiste is niet nodig voor vaartuigen die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten, gewogen vóór de teruggooi, voor minder dan 1,5 % uit kabeljauw bestaan, op voorwaarde dat de waarnemersdekking op zee geleidelijk toeneemt tot ten minste 20 % van al hun visreizen.
Een overzicht van de technische maatregelen en de aanpassingen als gevolg van de besprekingen met het VK en opgenomen in de TAC en Quotaverordening 2026, zullen via een afzonderlijk rondschrijven in januari 2026 worden toegelicht.
4.17 Gecombineerde visreizen Bristolkanaal en Ierse Zee (ICES VIIfg en VIIa) én Oostelijk Engels Kanaal en zuidelijke Noordzee (ICES VIId en IVc)
In de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 is het verboden om gecombineerde visreizen uit te voeren tussen ICES-gebieden VIIfg en VIIa en tussen ICES-gebieden VIId en IVc.
In afwijking van dit verbod en rekening houdende met o.a. de Europese bepalingen inzake het invullen van het visserijlogboek zijn gecombineerde visreizen toegestaan voor vissersvaartuigen die volgende realtime data aanleveren aan de bevoegde entiteit, zodat de vangst van visserijproducten voor iedere gecombineerde reis kan getraceerd worden overeenkomstig de bepalingen uit de Europese controleverordening:
-
het gewicht in combinatie met geografisch gebied per visserijverrichting (per trek);
-
gps-gegevens;
-
gegevens betreffende het brandstofverbruik;
-
in voorkomend geval, gegevens betreffende de trekkracht.
Om van deze afwijking gebruik te kunnen maken, dient de eigenaar van een vissersvaartuig een aanvraag in bij de bevoegde entiteit per aangetekende brief of per e-mail. Er wordt hiervoor een formulier ter beschikking gesteld dat kan worden opgevraagd bij de dienst. Het gebruik van dit formulier en de ontvangst ervan gelden als vormvereisten.
Na ontvangst van het aanvraagformulier stuurt de dienst visserij een schriftelijke bevestiging waarin de datum vermeld staat vanaf wanneer de gecombineerde visreizen in de ICES-gebieden VIIfg en VIIa enerzijds en VIId en IVc anderzijds kunnen aangevat worden.
Vanaf het moment dat de realtime data niet (meer) (kunnen) worden aangeleverd, kan er geen beroep meer gedaan worden op de uitzondering in de regelgeving die toelaat gecombineerde visreizen uit te voeren in de ICES-gebieden VIIfg en VIIa enerzijds en VIId en IVc anderzijds.
5. SCHOL
5.1 Vangstbeperkingen voor schol in de Noordzee
Op basis van de gemiddelde opname van het scholquotum in de jaren 2023-2024-2025 wordt 87% opgevist door vissersvaartuigen van het GVS en 13% door vaartuigen van het KVS.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 is het in het ICES-gebied IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 460 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW voor 15 maart 2026 worden opgevist.
Van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 is het in de ICES-gebied IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW voor 15 maart 2026 worden opgevist.
Ingeval gedurende een visreis, met inachtneming van de vereiste van het aanleveren van realtime data, de vangsten zowel in de ICES-gebieden IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per visreis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :
-
800 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
-
1600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.
5.2 Vangstbeperkingen voor schol in andere gebieden
De scholvangst van vissersvaartuigen wordt, in de andere gebieden dan de Noordzee, behoudens uitzonderingen zoals in ICES 7hjk, per visreis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betrokken gebieden en wel als volgt:
-
voor vissersvaartuigen van het KVS :
-
maximaal 800 kg per vaartdag in VIId,e;
-
maximaal 10 kg per vaartdag in VIIfg.
-
-
voor vissersvaartuigen van het GVS :
-
maximaal 1600 kg per vaartdag in VIId,e
-
maximaal 10 kg per vaartdag in VIIf,g;
-
maximaal 250 kg per vaartdag in VIIa.
-
500kg per vaartuig in VIIhjk in de periode 1 januari 2026-30 juni 2026.
-
6. TONG
6.1 tong Noordzee
Op basis van de gemiddelde opname van het tongquotum in de jaren 2023-2024-2025 wordt 70% opgevist door vissersvaartuigen van het GVS en 30% door vaartuigen van het KVS.
-
Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium tot 30 juni 2026 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 20 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.
-
Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de Noordzee en het Schelde-estuarium tot 31 oktober 2026 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 70 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.
-
Er worden geen gecombineerde visreizen toegestaan tussen ICES-gebied IV en VIIf, g en tussen ICES-gebied IV en VIIa.
-
Bij gecombineerde visreizen tussen ICES-gebied IV en een ander gebied dan hierboven vermeld, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per visreis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :
-
200 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
-
400 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.
-
6.2 Tong VIIa
-
In de periode 1 januari 2026 tot 30 juni 2026 is het voor het GVS in het ICES-gebied VIIa een hoeveelheid tong toegestaan gelijk is aan 9 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.
Een beslissing in verband met het wetenschappelijk tongquotum in het ICES-gebied VIIa wordt genomen na de quotacommissie van 9 januari 2026. De reders zullen hiervan zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.
6.3 Tong VIIf,g
-
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 is het voor een vissersvaartuig van het KVS verboden in de ICES-gebieden VIIf, g aanwezig te zijn.
-
Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 februari 2026 tot en met 31 oktober 2026 de mogelijkheid geboden om in te schrijven op een lijst van vaartuigen met een vismachtiging Bristolkanaal.
Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 vastgesteld op 24 ton productgewicht (gebaseerd op de verhouding 4% KVS/96% GVS en de gemiddelde opname uit 2023-2024-2025)
Teneinde ingeschreven te worden, dient de reder vóór 6 januari 2026, 12u00 een verzoek bij de dienst in per mail gericht aan info@lv.vlaanderen.be.
Meer gedetailleerde informatie zal worden meegedeeld zodra er meer duidelijkheid komt over definitief toe te wijzen hoeveelheden. Conform het advies van de Quotacommissie in het Visplan 2026 wordt gestreefd om deelnemende vaartuigen minimum 4 ton te kunnen toewijzen. Op basis van 24t komt komt dit overeen met maximaal 6 deelnemende vaartuigen. Het minimum wordt aangepast in functie van het effectief aantal ingeschreven op 6 januari 2026. Indien er zich meer dan 6 vaartuigen inschrijven, zal er geloot worden. -
Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 8 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
Bij overschrijding van de toegewezen quota is de volgende administratieve maatregel van toepassing: er zal een korting van de overschreden hoeveelheid worden toegepast in hetzelfde of het daarop volgende jaar vermenigvuldigd met een correctiecoëfficiënt van 1,2, en dat in combinatie met een mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.
In de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 is het voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de tongvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 8 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.
6.4 Tong VIIh,j,k
In de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 is het in het ICES-gebied VIIh,j,k voor een vissersvaartuig verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 500 kg.
Een beslissing in verband met het wetenschappelijk tongquotum in het ICES-gebied VIIh,j,k wordt genomen na de quotacommissie van 9 januari 2026. De reders zullen hiervan dan zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.
6.5 Tong VIId
Op basis van de gemiddelde opname van het tongquotum in de jaren 2023-2024-2025 wordt 72% opgevist door vissersvaartuigen van het GVS en 28% door vaartuigen van het KVS.
De tongvangst in ICES-gebied VIId bedraagt :
-
GVS: 4 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW voor de periode 1 januari 2026 - 30 juni 2026;
-
KVS: 200 kg/vaartdag voor de maand januari 2026. Vanaf 1 februari 2026 daalt dit naar 150kg/vaartdag, binnen de beschikbare hoeveelheid tong voor de vaartuigen van het KVS.
In geval van gecombineerde zeereizen tussen VIId en Noordzee, met inachtneming van de vereiste van het aanleveren van realtime data, worden deze hoeveelheden in VIId gereduceerd tot:
-
100 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
-
400 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.
In geval van gecombineerde zeereizen tussen VIId en VIIe of tussen VIId en VIIfg worden deze hoeveelheden in VIId gereduceerd tot:
-
90 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
-
200 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.
6.6 tong VIIe
Voor vissersvaartuigen die beschikken over een vismachtiging om in VIIe te vissen, worden de volgende hoeveelheden toegekend:
-
Aan vaartuigen van het GVS wordt in het ICES-gebied VIIe voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 een hoeveelheid toegekend dat gelijk is aan 1600 kg tong per vaartuig;
-
Aan vaartuigen van het KVS wordt in het ICES-gebied VIIe voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 een hoeveelheid toegekend dat gelijk is aan 800 kg tong per vaartuig.
Ingeval van gemengde visreizen met aanwezigheid in de ICES-gebieden VIIe en VIIf,g, is het in ICES-gebied VIIe voor vaartuigen van het GVS verboden een hoeveelheid te overschrijden van 300 kg per vaartdag gerealiseerd in ICES-gebied VII e, rekening houdend met de beschikbare hoeveelheden,
7. KABELJAUW
7.1 Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee
De kabeljauwvangst van vaartuigen wordt in de Noordzee per visreis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in dat gebied en wel als volgt:
-
50 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
100 kg voor vaartuigen van het GVS.
-
De hierboven vermelde hoeveelheden worden bijkomend met 500 kg per vaartdag verhoogd, als het vaartuig in kwestie gedurende de gehele visreis gebruik maakt van netmaaswijdtes van groter dan 100 mm in de bordenvisserij (TR 1) of groter dan 120 mm in de boomkorvisserij (BT 1).
7.2 Kabeljauw VIIa
Voor de periode 1 januari 2026 tot 30 juni 2026 is voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 50 kg.
7.3 Kabeljauw VIIb-c, VIIe-k, VIII
-
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 wordt in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend voor een vissersvaartuig van het KVS van 50 kg.
-
In de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 is het in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII voor een vissersvaartuig van het GVS verboden een totale kabeljauwvangst te realiseren die groter is dan 100 kg.
7.4 Kabeljauw VIId
Van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 1,5 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.
8. SCHELVIS
In de ICES-gebieden VII b-k, VIII is de schelvisvangst voor een vissersvaartuig beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht:
-
100 kg per vaartuig voor vaartuigen van het KVS voor de periode 1 januari-31 oktober 2026;
-
200 kg per vaartuig voor vaartuigen van het GVS voor de periode 1 januari-30 juni 2026.
Het is in ICES-gebied VIIa voor een vissersvaartuig verboden voor der periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 bij de schelvisvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg per vaartuig.
In de Noordzee geldt een vrije visserij voor alle vaartuigen.
9. ROG
De rogvangst van vissersvaartuigen wordt in de ICES-gebieden IV , VIId en VIIa-c, e-k per visreis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de betrokken gebieden en wel als volgt:
-
voor vissersvaartuigen van het KVS :
-
maximaal 350 kg per vaartdag in IV;
-
maximaal 200 kg per vaartdag in VIId;
-
maximaal 400 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k.
-
-
voor vissersvaartuigen van het GVS :
-
maximaal 700 kg per vaartdag in IV;
-
maximaal 400 kg per vaartdag in VIId;
-
maximaal 800 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k.
-
Opmerkingen:
- De hoeveelheden toegekend in de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.
- In de Noordzee is de bijvangstregel bij rogvangst zoals die in 2011 ingevoerd was, voorlopig nog behouden: de rogvangsten voor vaartuigen met een L.O.A. groter dan 15m mogen per visreis niet meer bedragen dan 25% van de totale aan boord gehouden vangsten in levend gewicht.
- De gevangen hoeveelheden rog boven de toegekende hoeveelheden hierboven vermeld, moeten worden teruggezet wegens hoge overleving volgens de bepalingen van de discardplannen Noordzee en westelijke wateren. (zie verder)
10. WIJTING
De wijtingvangst van vissersvaartuigen wordt in ICES-gebied VIId per visreis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de betrokken gebieden. Voor de wijtingvangst in de ICES-gebieden VIIbc-ek en VIIa is de vangst beperkt tot een hoeveelheid per vaartuig.
In de Noordzee is er een vrije visserij op wijting.
Concreet:
-
voor vissersvaartuigen van het KVS :
-
maximaal 200 kg per vaartuig in VIIbc-ek voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2026;
-
maximaal 500kg per vaartdag in VIId.
-
vrije visserij in IV
-
-
voor vissersvaartuigen van het GVS :
-
maximaal 400 kg per vaartuigin VIIbc-ek voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026;
-
maximaal 1000kg per vaartdag in VIId;
-
maximaal 50 kg per vaartuig in VIIa voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025
-
vrije visserij in IV
-
Opmerking:
De hoeveelheden voor het Oostelijk Engels kanaal (VIId) worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken of met de zegen.
11. HEEK
De heekvangst van vissersvaartuigen wordt in alle gebieden beperkt tot een bijvangstregeling. De totale heekvangst door een vissersvaartuig mag per visreis maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 300 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis.
12. BOT EN SCHAR
In de loop van 2017 werden die soorten als quotumsoorten geschrapt.
Afzonderlijke rapportering blijft evenwel van toepassing.
13. TONGSCHAR EN WITJE
De totale vangsten van tongschar van een vissersvaartuig worden per visreis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:
-
175 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
350 kg voor vaartuigen van het GVS.
De totale vangsten van witje van een vissersvaartuig worden per visreis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:
-
25 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
50 kg voor vaartuigen van het GVS.
14. TARBOT EN GRIET
De totale vangsten van tarbot van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:
-
150 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
300 kg voor vaartuigen van het GVS.
De totale vangsten van griet van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt
-
75 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
150 kg voor vaartuigen van het GVS.
N.B. Voor tarbot geldt een hoge overlevingsuitzondering voor 2024-2027.
15. MAKREEL
De totale makreelvangst per visreis van een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium.
De makreelvangsten in andere ICES-gebieden zijn verboden totdat er hiervoor is bijgeruild.
16. HARING
In de ICES-gebieden IV en VIId, zijnde Noordzee en Oostelijk Engels Kanaal, is het voor een vissersvaartuig verboden bij de haringvangsten per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 150 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis.
Het is verboden om haring uit andere gebieden dan deze vermeld in de eerste paragraaf aan te voeren.
17. ZWARTE KOOLVIS
De totale vangsten van zwarte koolvis van een vissersvaartuig worden per visreis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:
-
40 kg voor vaartuigen van het KVS;
-
80 kg voor vaartuigen van het GVS.
Deze hoeveelheden worden verdubbeld voor de vaartdagen waarop het vaartuig het vistuig TR1 gebruikt heeft.
18. LENG
De totale vangsten van de leng van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per visreis beperkt tot 30 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die visreis.
19. HORSMAKREEL
De totale vangsten van horsmakreel van een vissersvaartuig worden in de Noordzee en het Oostelijk Kanaal per visreis beperkt tot 50 kg per vaartuig voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026.
20. ZEEDUIVEL
Het is in de Noordzee en het Schelde-estuarium verboden bij een zeeduivelvangst per visreis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 600 kg levend gewicht vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die visreis in de desbetreffende ICES-gebieden.
21. MINIMUM INSTANDHOUDINGSREFERENTIEMATEN
Nationaal zijn volgende minimum instandhoudingsreferentiematen van toepassing:
| tong | 24 cm |
| tarbot | 32 cm |
| griet | 32 cm |
| tongschar | 25 cm |
| bot | 25 cm |
| schar | 23 cm |
| poon | 20 cm |
| rog | 50 cm |
| steenbolk | 20 cm |
| zeebaars | 42 cm |
| zeeduivel (geheel) | 500 g |
| zeeduivel (gekopt) | 200 g |
Het vissen, het aan boord houden en de aanvoer in communautaire havens van deze soorten beneden de respectievelijke minimummaten is voor soorten gevangen door visserijen die niet onder de aanlandingsplicht vallen verboden.
Voor soorten die onder de aanlandplicht vallen, moeten de vangsten kleiner dan de MCRS aan boord gehouden, gedeclareerd, aangeland en voor niet-rechtstreekse menselijke consumptie voorbehouden worden. Bovendien worden deze vangsten van het quotum afgetrokken. Uitzonderingen voor hoge overleving of de-minimis zijn voor bepaalde soorten voorzien en moeten afzonderlijk gerapporteerd in de dagvangsten.
Aan de reders/schippers wordt gevraagd ook deze hoeveelheden goed bij te houden.
Zie verder onder punt 24 voor verdere uitleg over de aanlandplicht.
De vis moet in een staat worden aangeboden die controle van de minimummaat mogelijk maakt.
Opmerking; in de Britse wateren van de ICES-gebieden 7d en 7e zijn volgende minimuminstandhoudingsreferentiematen van kracht:
| tongschar | 25cm |
| tarbot | 30cm |
| griet | 30cm |
22. NATIONALE CONVERSIEFACTOREN
Voor de soorten en presentatievormen, waarvoor geen communautaire conversiefactor geldt ter berekening van het equivalent levend gewicht, worden volgende conversiefactoren aangenomen:
| Gegutte platvis | factor 1,05 |
| Gegutte rondvis | factor 1,18 |
| Gekopte visserijproducten | factor 3,00 |
| Krabbenpoten | factor 4,00 |
23. INRUIL VAN VAARTDAGEN
Het principe van inruilen van vaartdagen bij overschrijding van dagplafonds is niet meer van toepassing.
24. Diversen
Reders die wensen in te stappen in het kustvisserssegment kunnen daartoe vóór 1 maart 2026 een aanvraag richten tot de Dienst. Eventuele begunstigden zullen daartoe door de Dienst Visserij worden aangeschreven.
Gezien de overeenkomsten een looptijd hebben van 5 jaar, moeten de reders van vaartuigen die vanaf 2021 deel uitmaken van het kustvisserssegment hun aanvraag hernieuwen willen ze voor de volgende 5 jaar tot het segment behoren.
Wat de vangstmogelijkheden van het kustvisserssegment betreft, gelden volgende bepalingen:
-
de hoeveelheden, bepaald voor het kleine vlootsegment voor haring, makreel, kabeljauw, tong en schol worden verdubbeld,
-
er zijn geen Vlaamse vangstvolumebeperkingen voor de andere vissoorten,
De overtredingen van de verschillende quotamaatregelen kunnen leiden tot het intrekken van de visvergunning voor een opeenvolgende periode van minstens vijf dagen.
Per kalenderdag mogen uit meerdere ICES-gebieden quotasoorten worden aangevoerd, voor zover in deze gebieden nog een overeenkomstig quotum beschikbaar is. Uit ICES-gebieden VIIfg en VIIa én VIId en IVc mogen gedurende dezelfde visreis quotasoorten worden aangevoer indien is voldaan aan de onder 4.17 opgenomen voorwaarden.
De hoeveelheden quotasoorten die aan een vissersvaartuig worden toegewezen, zijn niet overdraagbaar naar een ander vissersvaartuig.
Aan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot die enkel binnengaats mogen vissen, worden geen hoeveelheden quotasoorten in de Noordzee en Schelde-estuarium toegekend.
Andere vissersvaartuigen dan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot, mogen niet vissen op de Westerschelde binnengaats.
Iedere reder dient zelf de stand van de vangsten van zijn vaartuig bij te houden, net als het aantal vaartdagen van zijn vaartuig. De Dienst Visserij kan over het aantal vaartdagen gedurende de laatste 2 maanden van het jaar en enkel op verzoek, tussenstanden meedelen.
25. ZEEBAARS
Er wordt met een algemeen vangstverbod gewerkt, in ICES gebieden IVb en IVc en VII.
Van 1 januari 2026 tot en met 31 januari 2026 en van 1 april 2026 tot 31 december 2026 is het voor vaartuigen met gesleept tuig en voor de zegenvisserij in de ICES-gebieden IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh toegestaan, dat de hoeveelheid aan boord gehouden zeebaars niet meer dan 20% van de totale aan boord gehouden vangst van mariene organismen in levend gewicht per visreis bedraagt, binnen de limiet van maximaal 10 ton per vaartuig en jaar.
Visserij op zeebaars met staand tuig is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 5,4t per vaartuig op jaarbasis.
26. HENGELAARS
Van 1 januari 2026 tot 28 februari 2026 is het aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan maximaal 5 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in gehele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden.
Europees werd voor de recreatieve visserij (inclusief de kantvisserij) op zeebaars bepaald dat er in de periode 1 februari 2026 tot 31 maart 2026 enkel catch en release mag plaatsvinden. In januari 2026 en van 1 april tot en met 31 december 2026 mogen recreatieve vissers drie exemplaren van zeebaars per persoon en per dag bijhouden. De MCRS bedraagt 42 cm.
27. AANLANDINGSPLICHT DEMERSALE VISSERIJEN
Zoals gekend werd de aanlandingsplicht in de demersale visserij in 2019 verplicht gesteld voor alle soorten met vangstbeperkingen.
De aanlandingsplicht (LO) van een bepaalde soort gevangen door een bepaalde visserij betekent in principe dat de vangsten van die soort door betrokken vaartuig uitgerust met dit bepaald tuig in dit gebied niet mogen teruggegooid worden. Dus ook de ondermaatse exemplaren moeten aan boord blijven en van het quotum afgetrokken worden. Ingeval het quotum in het gebied is benut, wordt voor de rest van het jaar de gehele visserij in het gehele gebied voor de vaartuigen die onder de LO vallen, gesloten.
Verder zou het nationaal hanteren van dagplafonds ook kunnen botsen met het principe van de LO. Het afschaffen van de plafonds is evenwel geen optie omdat het vrij vissen zou kunnen leiden tot vervroegde uitputting van de quota en daaruit voortvloeiende verplichte sluiting van de visserijen (zie hierboven).
Daarom worden de dagplafonds voor de volgende bijvangstsoorten: schelvis, wijting (m.u.v. wijting VIId), heek, makreel, haring, zwarte koolvis, leng, tongschar en witje, horsmakreel gedefinieerd als maximum toegekende valoriseerbare hoeveelheden, waarvan de overschrijding aanleiding geeft tot beslagname ten voordele van de BFPO. Controle gebeurt door de P.O. op basis van een afgesloten en om de 3 jaar te hernieuwen protocol tussen overheid en P.O..
Zodoende heeft de individuele schipper geen economisch profijt bij het overschrijden van de aanbevolen hoeveelheid, gezien een mogelijke overschrijding afgeroomd wordt. De overschreden hoeveelheden worden evenwel van het nationaal quotum afgetrokken.
Agentschap Landbouw en Zeevisserij roept de schippers in deze op, hun verantwoordelijkheid te nemen en verstandig om te gaan met de beperkingen.
Voor een groot aantal soorten/gebieden/vistuigen gelden uitzonderingen op de L.O., zoals uitzondering voor hoge overleving en uitzondering met een de-minimis. Het teruggooien in het kader van die specifieke maatregelen mag in principe, maar moet wel in het logboek gerapporteerd worden. De dienst dringt erop aan dit zo nauwkeurig mogelijk te doen.
De reglementering voorziet een aantal uitzonderingen bij dewelke ondermaatse exemplaren wel mogen/moeten teruggezet worden:
-
Exemplaren van kwetsbare/gevoelige of verboden soorten (haaien, roggen, enz.) moeten teruggezet worden;
-
Geschonden vis (parasieten/predatoren) moet overboord gezet worden;
-
Ondermaatse exemplaren van soorten die niet onder de LO vallen, moeten verder overboord gezet worden;
-
Soorten waarvoor een de-minimis (behalve voor tong - zie verder) geldt, mogen overboord gezet worden binnen de daartoe voorziene de-minimismarge;
-
Soorten waarvan een hoge overleving bewezen is, mogen overboord gezet worden.
27.1. Hoge overleving
Hoge overleving wordt bekomen voor de visserij op schol gevangen met boomkor BT2 (80-119 mm) in ICES-gebiedIV, VIIa-g, indien wordt gebruik gemaakt van de hoge overlevingsvoorwaarden beschreven in de teruggooiplannen Noordzee en westelijke wateren. Ook voor de visserij op tarbot in ICES-gebied IV met boomkorren met een maaswijdte in de kuil van groter of gelijk aan 80 mm (TBB), geldt het principe van hoge overlevingsuitzondering zoals beschreven in het teruggooiplan Noordzee.
Tenslotte vallen ook roggen en Noorse kreeften in alle gebieden onder deze uitzondering.
Het toepassen van het principe van hoge overleving impliceert dat exemplaren van die soorten zo snel als mogelijk en ongedeerd worden teruggezet.
Vlaanderen heeft voor schol gekozen voor de technische aanpak: BT2 korren moeten uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel (zie onder 2.15).
Legale discards moeten met de code DIS in de dagvangsten worden opgenomen.
Opgelet: voor schol gevangen met BT1 tuig (>120mm), geldt deze uitzondering niet en dient de volledige vangst (maatse en ondermaatse vis) aangeland te worden en in de aanlandingsverklaring als LSC en BMS vangst) opgegeven.
27.2 De-minimis (DM)
In bepaalde gevallen kan een uitzondering op het teruggooiverbod bekomen worden, waarbij een bepaald maximum percentage van de vangst van de soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, mag teruggegooid worden. Deze uitzondering wordt nationaal per visbestand en per jaar bekeken. Teneinde een hogere DM voor tong te bepleiten in de regionale groepen (Scheveningen groep voor de Noordzeeregio, de Noord Westelijke wateren groep voor de ICES-gebieden VII en de Zuid Westelijke wateren groep voor het gebied VIIIab) is België akkoord gegaan met het verplicht toepassen van meer selectief vistuig, het zgn. Vlaams paneel die onder punt 2.16 werd toegelicht. Zodoende kon voor tong gevangen met de boomkor in de Noordzee een DM van 5%, in de gebieden VII een DM van 3% en in de gebieden VIIIab een DM van 5% bekomen worden.
Teneinde dit te kunnen monitoren heeft de minister beslist nationaal DM-quota vast te stellen, gebaseerd op de TAC en quota van de Raad van 11-12 december 2025:
-
Tong II, IV: 45 ton;
-
Tong VIIa: 8 ton;
-
Tong VIId: 10 ton;
-
Tong VIIe: 1 ton;
-
Tong VIIfg: 17 ton;
-
Schartong VII: 16 ton;
-
Schelvis VIIe-k: 1 ton;
-
Wijting onder MCRS met TR2 (OTB,SSC) in II, IV: 98 ton;
-
Wijting onder MCRS met TBB 80-119mm in II,IV: 2% van jaarlijkse vangsten schol
-
Wijting VIId: 11 ton;
-
Makreel II, IV (OTB met TR2): 6 ton;
-
Makreel VII, VIII: 0 ton;
De teruggegooide hoeveelheden moeten in het elektronisch logboek gerapporteerd worden.
Deze DM-quota zullen door de dienst en de Quotacommissie opgevolgd worden. Ingeval het DM-quotum 2026 volledig benut is, wordt de toepassing van DM verboden en moeten ook de ondermaatse vangsten aan boord blijven en van het vangstquotum afgetrokken worden. De ondermaatse exemplaren van die soorten kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.
Aan de schippers van vaartuigen, die visserijen bedrijven die onder de LO vallen, wordt gevraagd de teruggegooide hoeveelheden zorgvuldig in het logboek te rapporteren. Deze hoeveelheden komen niet in mindering van het vangstquotum zolang er een DM-quotum beschikbaar is. De ervaring in de afgelopen jaren, heeft geleerd dat de gedane rapportering wellicht een onderschatting is van de effectieve hoeveelheden. Dit moet een blijvend aandachtspunt zijn.
Op elk ogenblik van de visreis mag de teruggooi in het kader van DM nooit hoger zijn dan een vastgestelde drempelwaarde in % van de totale reeds verwezenlijkte vangst van die soort in het bepaalde gebied.
Volgende Vlaamse drempelwaarden zijn van toepassing:
-
Tong II, IV: 10%;
-
Tong VIId: 5%;
-
Tong VIIe: 5%;
-
Tong VIIfg: 5%;
-
Tong VIIhjk: 5%;
-
Schelvis VIIe-k: 10%;
-
Wijting II, IV: 10%
-
Wijting VII bc-ek: 10%;
-
Wijting VIId: 10%
Vanaf het ogenblik dat die drempelwaarde wordt bereikt moet de schipper zijn visserijactiviteiten stoppen en het vaartuig minstens 10 nautische mijl verleggen, voor de vaartuigen met een bruto tonnenmaat van minder dan 80 BT wordt het verleggen van de activiteit met minstens drie mijl voldoende geacht.
Zolang het de-minimisquotum niet is opgebruikt is het inroepen van een de-minimis, behalve voor tong, niet verplicht. Een schipper kan er al of niet van gebruik maken en moet de code DIS of BMS (bij het aan boord houden van ondermaatse vis) gebruiken.
Voor tong, een relatief dure soort, waarvoor ondermaatse exemplaren op de zwarte markt mogelijks een zekere waarde kunnen krijgen, moet verplicht een de-minimis gebruikt worden. Met andere woorden de vissers krijgen de L.O. niet als excuus om ondermaatse exemplaren van deze soort aan te landen. We herhalen hierbij dat de minimummaat voor tong 24 cm bedraagt.
Voor garnaalvisserij met TBB in IVb en IVc geldt eveneens een de-minimis van 5% voor alle demersale soorten ten opzichte van de totale vangst. Dit percentage is van toepassing indien gevist wordt met een maaswijdte van ten minste 22 mm en uitgerust met een sorteerrooster, zeefnet of andere voorziening die door de EC is goedgekeurd.
Bijgevoegd vindt u ter informatie een overzicht in tabelvorm van de quotamaatregelen vanaf 1 januari 2026.
|
NOORDZEE (IIa, IV) |
|
Tong |
|
GVS (1/1- 30/6): 20kg/kW KVS (1/1-31/10): 70kg/kW |
|
Schol |
|
GVS (1/1-30/6): 200kg/KW (tot en met 15/3 max. 60kg/kW) KVS (1/1- 31/10): 460kg /kW (tot en met 15/3 max. 60kg/kW) |
|
Kabeljauw |
|
GVS: 100kg per vaartdag op reisbasis KVS: 50kg per vaartdag op reisbasis + TR1/BT1 : +500 kg per vaartdag op reisbasis.
|
|
Rog |
|
GVS: 700kg per vaartdag op reisbasis (x2 indien planken) KVS: 300 kg per vaartdag op reisbasis (x2 indien planken) |
|
Makreel |
|
50 kg/vaartdag op reisbasis |
|
Andere soorten |
|
|
IERSE ZEE (VIIa) |
|
Tong |
|
GVS (1/1-30/6): 9kg/kW per vaartuig |
|
Kabeljauw |
|
GVS (1/1-30/6): 50kg per vaartuig |
|
Wijting |
|
GVS (1/1-30/6): 50kg per vaartuig |
|
Schol |
| GVS: 250kg per vaartdag op reisbasis |
|
WESTELIJKE WATEREN (VIIb-c, e-k) |
|
Kabeljauw |
|
GVS (1/1-30/6): 100kg per vaartuig KVS (1/1-31/10): 50kg per vaartuig |
|
Rog (+ VIIa) |
|
GVS: 800kg per vaartdag op reisbasis KVS: 400kg per vaartdag op reisbasis |
|
Wijting (-VIId): GVS (1/1-30/6) 400kg/vaartuig KVS (1/1-31/10) 200kg/vaartuig Wijtging VIId: GVS: 1000kg per vaartdag, KVS 500kg per vaartdag op reisbasis (x2 voor planken/zegen) |
|
Schelvis (+VIId) |
|
GVS (1/1-30/6) 200kg/vaartuig ; KVS(1/1-31/10) 100kg/vaartuig
|
|
ENGELS KANAAL (VIId,e) |
|
Tong (VIId) |
|
GVS (1/1-30/6): 4kg/kW per vaartuig KVS (1/1-31/1): 200kg per vaartdag op reisbasis, vanaf 1/02 is dit 150kg per vaartdag op reisbasis |
|
Tong (VIIe) |
|
GVS (1/1-30/6): 1600kg per vaartuig KVS (1/1-31/10): 800kg per vaartuig |
|
Schol |
|
GVS: 1600kg per vaartdag op reisbasis. KVS: 800kg per vaartdag op reisbasis. |
|
Kabeljauw (VIId) |
|
GVS & KVS (1/1-31/10): 1,5kg/kW |
|
Rog (VIId) |
|
GVS: 400kg per vaartdag op reisbasis KVS: 200kg per vaartdag op reisbasis |
|
BRISTOLKANAAL (VIIf, g) |
|
Tong |
|
GVS (1/1-30/6): 8kg/kW KVS (1/2-31/10): inschrijving vóór 6 januari 12h00 |
|
Schol |
| GVS, KVS: 10kg per vaartdag op reisbasis |
|
7h,j k |
|
Tong |
|
GVS (1/1-30/6): 500kg per vaartuig |
Merk op: Langoustines en haring in noordwestelijke wateren gesloten zolang niet is bijgeruild
[*] Informatieve tabel, in de eerste plaats rekening houden met de toelichting bij vangstbeperkingen zoals opgenomen in dit rondschrijven
Een actuele stand van zaken van de tijdelijke aanvullende quotamaatregelen en eventuele wijzigingen vindt u steeds op onze website bij Vissen in Europese wateren
Koning Albert II-laan 15, bus 360
1210 Brussel
België