Insecten

Op deze pagina:

Zie ook: informatie over bijen

Strategisch platform insecten

logo strategisch platform insectenOm tegemoet te komen aan de groeiende nood aan een duidelijk kader en een gezamenlijk platform m.b.t. insectenteelt, heeft de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw in 2015 een strategisch platform insecten opgericht. Dit platform komt op regelmatige basis samen om de kennis over en ervaringen met insectenteelt van onderuit te structureren, sturen en de knelpunten aan te kaarten. Het strategisch platform insecten is drieledig en bestaat uit een:

Stuurgroep

Doelstelling

De stuurgroep is een kleine kerngroep van een 15-tal organisaties die het strategisch platform insecten stuurt, terugkoppelt met de werkgroep onderzoek, de wettelijke knelpunten aankaart en adviezen geeft aan het beleidsniveau.

Deelnemende organisaties

Departement Landbouw en Visserij, ILVO, FAVV, FOD Volksgezondheid/SPF Santé, OVAM, OVOCOM, VCM, VLM, Belgian Insect Industry Federation (BIIF), Belgian Feed Association (BFA), Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), Flanders FOOD en diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

Werkgroep onderzoek

Doelstelling

In de werkgroep onderzoek zijn alle onderzoekpartners betrokken bij onderzoek rond insecten en de sectorfederatie BIIF (Belgian Insect Industry Federation) vertegenwoordigd. Deze werkgroep heeft als voornaamste doelstelling de afstemming van bestaande en ontwikkeling van nieuwe onderzoeksprojecten. Hierbij wordt eveneens teruggekoppeld met de stuurgroep en wordt een prioritering gemaakt van de grootste onderzoeksnoden.

Deelnemende organisaties

Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAIO, Belgian Insect Industry Federation (BIIF), BIOBEST N.V., Gembloux (CRA Wallonie), Inagro, Innovatiesteunpunt Boerenbond, Thomas More, KULeuven, UGent, Vives, VITO, Renewi, VLAIO, UZ Leuven.

Lopende onderzoeksprojecten

Overzicht van onderzoeksprojecten rond insecten

Jaarlijkse stakeholdersmeeting

Doelstelling

Via een jaarlijkse stakeholdersmeeting zal teruggekoppeld worden met het bredere publiek zoals landbouwers, beleidsmakers en andere geïnteresseerden. De resultaten van de platformwerking, nieuwe projecten of beleidsontwikkelingen worden hier gepresenteerd. Daarnaast is dit ook een netwerkevent om alle actoren uit onderzoek, beleid en praktijk binnen de insectensector met elkaar in contact te brengen.

De eerste editie ging door op 7/12/2016 te Leuven en werd samen met de partners van het TETRA-project IN2BROILER georganiseerd. Zie stakeholdersmeeting 2016 voor het volledige programma, de abstracts en vrijgegeven presentaties.

De tweede editie ging door op 30/01/2018 te Rumbeke en werd samen met VIVES en Inagro georganiseerd. Zie het insectenloket voor het volledige programma.

De derde editie zal doorgaan op 10 december 2019 te Brussel. Het thema is 'Hoe duurzaam zijn insecten écht? De rol van insecten in de circulaire economie'. Zie stakeholdersmeeting 2019 voor het volledige programma met inschrijvingslink.

Wetgeving

Hieronder vindt u een overzicht van de van kracht zijnde regelgeving met betrekking tot insecten als:

Voor een snelle samenvatting: Een overzicht van de Europese insectensector en de belangrijkste van toepassing zijnde Europese wetgeving vindt u in deze factsheet.

Feed

Noot: In de Europese verordening 1069/2009 wordt bepaald dat insecten, indien door de mens gehouden voor de productie van voedsel, wol, bont, veren, huiden of een ander dierlijk product of voor andere veeteeltdoeleinden, behoren tot de landbouwhuisdieren. Dit impliceert dat houders van insecten eveneens moeten voldoen aan de diervoederregelgeving. Ook wanneer de insecten zelf niet bestemd zijn voor diervoeder.

  • Verordening 999/2001 (BSE-verordening): N.a.v. de BSE-crisis, waarbij slecht behandeld diermeel afkomstig van rundvee verantwoordelijk was voor de verspreiding van BSE, is eind 2000 besloten door de Europese Unie om het gebruik van al het diermeel, inclusief insectenmeel, in het veevoeder te verbannen (= feedban). Tegenwoordig zijn er reeds versoepelingen van de feedban toegelaten. Het verwerken van vismeel in diervoeder voor niet-herkauwers is toegestaan sinds 1 september 2005. Het gebruik van diermeel afkomstig van niet-herkauwers voor visvoer is toegelaten sinds 1 juni 2013. Ook insectenmeel van 7 insectensoorten is vanaf 1 juli 2017 toegelaten als voeder in de aquacultuur.
  • Verordening 1069/2009 (verordening dierlijke bijproducten): Deze verordening bepaalt dat insecten verwerkt dienen te worden volgens de Europese regels m.b.t. dierlijke bijproducten vooraleer ze als verwerkte dierlijke eiwitten vervoederd kunnen worden aan voedselproducerende dieren. Deze verwerkingsmethoden zijn vastgelegd in de uitvoeringsverordening 142/2011.
  • Naast bovenstaande verordeningen, moeten insectenkwekers eveneens voldoen aan de algemene regelgeving rond handel, voederhygiëne en diergezondheid, vervat in volgende verordeningen:
    • Verordening 767/2009 (voorwaarden voor gebruik en in handel brengen van diervoeders)
    • Verordening 183/2005 (voorschriften voor diervoederhygiëne, zie ook FAQ van FAVV)
      • Exploitanten die insecten voor diervoeder produceren, moeten zich registreren bij de nationale bevoegde autoriteiten i.e. het FAVV (art. 9) en voldoen aan de algemene eisen die zijn opgenomen in bijlage I, deel A van de tekst. Bijlage I, deel B bevat verschillende aanbevelingen voor de ontwikkeling van gidsen voor goede praktijken met betrekking tot primaire productieactiviteiten. Bijlage III beschrijft algemene praktijken met betrekking tot het voederen van hun insecten (inclusief opslag en distributie)
      • Exploitanten die insecten produceren voor diervoeder in 'andere stadia dan de primaire productie' - dat wil zeggen vanaf het stadium van doden tot verdere verwerkingsfasen - moeten voldoen aan de specifieke hygiëne-eisen die zijn vastgelegd in bijlage II. Deze eisen hebben betrekking op de faciliteiten en uitrusting, het personeel, de opslag- en transportactiviteiten, de verplichte bemonsteringsplannen, maatregelen voor het bijhouden van gegevens, klachten en het terugroepen van producten)
    • Verordening 2002/32 (ongewenste stoffen in diervoeding).

Voor meer info, zie:

Contactpersonen: christophe.keppens@favv.be (FAVV) of quentin.dumontdechassart@sante.belgique.be (FOD volksgezondheid)

Food

Stand van zaken van het Belgisch aangepaste tolerantiebeleid vanaf 1 januari 2018: https://www.health.belgium.be/nl/Stand_van_zaken_commercialisatie_van_insecten_na_01012018_op_de_Belgische_markt

  • Verordening 2015/2283 (bijgenaamd novel food verordening): zie www.afsca.be/levensmiddelen/insecten/ voor alle laatste info. Zie ook de Q&A van FAVV over toepassing van novel food-wetgeving inzake insecten.
  • Daarnaast moeten producenten, -verwerkers, -handelaars en -verdelers van insecten bedoeld voor humane voeding eveneens voldoen aan de algemene hygiënevoorschriften die van toepassing zijn op levensmiddelen. Deze zitten vervat in volgende verordeningen:
    • Verordeningen 178/2002 (algemene wetgeving voor levensmiddelen)
    • Verordening 852/2004 (levensmiddelenhygiëne)
      • Exploitanten die insecten voor menselijke consumptie produceren, moeten zich bij de nationale bevoegde autoriteiten (FAVV) registreren, hen op de hoogte stellen van de activiteiten die onder hun controle vallen (art. 6.2) en voldoen aan de algemene eisen in de bijlage I, deel A van de tekst. Bijlage I, deel B bevat verschillende aanbevelingen voor de ontwikkeling van gidsen voor goede praktijken met betrekking tot primaire productieactiviteiten.
      • Exploitanten die insecten voor menselijke consumptie produceren, in 'andere stadia dan de primaire productie', dwz vanaf het stadium van het doden tot de verdere verwerkingsfasen, inclusief distributie, moeten voldoen aan de hygiëne-eisen uit bijlage II. Dit betreft faciliteiten en uitrusting, personeel, opslag- en transporthandelingen, verplichte bemonsteringsplannen, maatregelen voor het bijhouden van gegevens, klachten en terugroepen van producten.
    • Verordening 853/2004 (hygiënevoorschriften van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong)
    • Verordening 854/2004 (organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong)
    • Verordening 183/2005 (voorschriften voor diervoederhygiëne, zie ook FAQ van FAVV)
      • Ook exploitanten die insecten produceren die niet voor diervoeder bestemd zijn, moeten voldoen aan bijlage III. Deze bijlage beschrijft algemene praktijken met betrekking tot het voederen van hun insecten (inclusief opslag en distributie).

Voor meer info, zie:

Contactpersoon: novelfood@health.belgium.be (FOD volksgezondheid)

Wettelijke vereisten voor restsubstraat insecten

De bevoegde Gewestelijk overheden hebben een gezamenlijke nota opgesteld om het statuut van dit restsubstraat te verduidelijken. Dit restsubstraat zal immers naast de uitwerpselen van de insecten ook ongebruikt voeder voor de insecten en resten van de insecten zelf bevatten.

Kort samengevat zijn volgende eisen van toepassing voor het restsubstraat, ongeacht het substraat waarop insecten gekweekt worden:

  • Grondstoffenverklaring OVAM

Alle info m.b.t. deze grondstoffenverklaring vindt u op https://ovam.be/grondstofverklaringen

Contactpersoon: katleen.van.den.eynden@ovam.be

  • Hygiënisatie (1u op 70° verhitten):

Dit kan gebeuren door erkend verwerker of erkend vergister/composteerder. Een overzicht van erkende verwerkingsinstallaties in het kader van de verordening dierlijke bijproducten vindt u op de website van VLM (Vlaamse Land Maatschappij).

Contactpersoon: Bart.Willaert@vlm.be

Noot: Naast de grondstoffenverklaring en hieropvolgende hygienisatie (i.e. sterilisatie) van het restsubstraat, moet voldaan worden aan bijkomende verplichtingen naargelang het verkregen statuut van het product (bv. ontheffing FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voor het verhandelen van een meststof, bodemverbeterend middel of teeltsubstraat)

Vergunningen

Een vergunningsplichtig project is een project dat onderworpen is aan de vergunningsplicht inzake ruimtelijke ordening (stedenbouwkundige handelingen en verkaveling van gronden) en/of inzake milieu (exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten). Voortaan is de aanvraag voor een stedenbouwkundige en milieuvergunning gebundeld in 1 enkele procedure: de omgevingsvergunning. Die is definitief in werking getreden op 1 januari 2018. Voor een nieuwe inplanting of verandering van een bestaande inrichting  die nodig is voor insectenkweek, zal u doorgaans steeds een aanvraag moeten doen via het omgevingsloket.

Het  omgevingsvergunningsdecreet en het omgevingsvergunningsbesluit leggen de procedures vast m.b.t. de omgevingsvergunning. In een omgevingsvergunning zit een ruimtelijk luik en een milieuluik.  

  • De inhoudelijke bepalingen inzake de ruimtelijke ordening, zoals de regels die een vergunningsplicht of meldingsplicht opleggen, zijn opgenomen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en in zijn uitvoeringsbesluiten. 
  • De inhoudelijke milieubepalingen zijn opgenomen in titel IV en V van het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en in VLAREM II en III (Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne). VLAREM II bevat ook de indelingslijst (bijlage I) en de milieuspecifieke procedures zoals de evaluaties en de afwijkingsprocedure. 

Hoewel de kweek van insecten (uitgezonderd soorten die door hun agressiviteit, giftigheid of gedrag een gevaar inhouden cf. Rubriek 9.2.1) als activiteit op zich niet indelingsplichtig is conform bijlage 1 van VLAREM II, is dit vaak wel het geval voor de andere activiteiten of infrastructuur die verbonden zijn aan deze insectenkweek. Hierbij kan je denken aan verwarmingstoestellen, airco’s, compressoren, opslag van gevaarlijke producten/gassen, enz. In de meeste gevallen zal een bedrijf dat zich toelegt op de kweek van insecten een inrichting van de tweede klasse zijn op basis van deze aanhorigheden. Hiervoor is het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente bevoegd, tenzij het bedrijf op grondgebied van twee gemeenten gelegen is waardoor de deputatie van de betrokken provincie bevoegd zal zijn.

Ga dus steeds na of de inrichtingen of activiteiten en stedenbouwkundige handelingen nodig voor uw project vergunningsplichtig zijn!

Voor meer info, zie https://lv.vlaanderen.be/nl/bedrijfsvoering/opstarten-overnemen/te-vervullen-formaliteiten/omgevingsvergunning 

Voor specifiek advies met betrekking tot de ruimtelijke en milieu-aspecten van uw omgevingsvergunningsaanvraag kan u contact opnemen met gop.omgeving@vlaanderen.be (Departement omgeving) 

Meer info

Zie http://www.insectinfo.be/ voor een overzicht van alle komende events, lopende projecten, wetgeving en een infoloket waar u terecht kunt voor meer specifieke vragen of problemen over insectenkweek.

Voor meer vragen m.b.t. (de initiatieven van) het strategisch platform insecten kan u volgende contactpersonen binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij contacteren:

  • Departement Landbouw en Visserij (voorzitter stuurgroep en strategisch platform insecten): Evelien Decuypere, e-mail: evelien.decuypere@lv.vlaanderen.be, Tel. 02 552 79 70
  • Instituut voor Landbouw, Voeding- en visserijonderzoek (voorzitter werkgroep onderzoek): Veerle Van linden, e-mail: veerle.vanlinden@lv.vlaanderen.be, Tel. 09 272 28 11