Behoud van meerjarig grasland - 2026 (ER)

Grasland dat meerdere jaren aanligt en niet geploegd en vernieuwd wordt, zorgt voor een grote koolstofopslag in de bodem, waardoor meerjarig grasland een belangrijke rol kan spelen in de strijd tegen de klimaatverandering. Deze ecoregeling beloont landbouwers om percelen waar al minstens 10 jaar grasland op staat nog langer aan te houden als blijvend grasland en deze belangrijke bronnen van koolstofopslag niet om te ploegen en te vernieuwen. 

Samenvattende info:

  • Steun aan te vragen door actieve landbouwer
  • Eenjarige ecoregeling, jaarlijks aan te vragen
  • Voor percelen van minimum 0,30 ha
  • Voorziene subsidiebedrag 115 euro/ha voor percelen met 10 tot 14 jaar grasland, 145 euro/ha met minstens 15 jaar grasland

Op deze pagina:

Subsidievoorwaarden

  • U leeft de voorwaarden na die vermeld zijn op de webpagina ‘Ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen: Overzicht en algemene voorwaarden’.
  • U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) (zie fiche ‘GLB – Actieve landbouwer’ op de webpagina ‘Actieve landbouwer’).
  • Het perceel is gelegen in het Vlaams Gewest of Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • De oppervlakte van het perceel bedraagt minstens 0,30 ha.
  • Het perceel grasland moet het huidige jaar en minstens de 9 voorgaande jaren als grasland aangegeven zijn in de verzamelaanvraag.
  • Het perceel grasland is in de laatste 6 jaar en het huidige jaar niet vernieuwd (omgeploegd en opnieuw ingezaaid). Doorzaai van het grasland is wel toegelaten.
  • Er is op het perceel geen verbod op omzetten of verbod op wijziging van vegetatie of vergunningsplicht voor vegetatiewijziging van toepassing (bv. percelen ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG), percelen beschermd onder onroerend erfgoed, historisch permanente graslanden met verbod of vergunningsplicht voor vegetatiewijziging, percelen met natuurbeheerplannen T3 of T4, percelen die overlappen met kwetsbaar gebied water, wetlands en veengebieden, Dudzeelse Polders,…).
  • De andere bestaande percelen blijvend grasland in het Vlaamse Gewest of in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die u in gebruik heeft in het jaar voorafgaand aan de betalingsaanvraag of in het jaar van de betalingsaanvraag, moeten behouden blijven als blijvend grasland. Dat geldt ook voor percelen die in gebruik waren door een andere landbouwer in het jaar voorafgaand aan de betalingsaanvraag of eigen percelen die in het jaar van de betalingsaanvraag in gebruik genomen worden door een andere landbouwer.
  • Het perceel moet van 1 januari tot 31 december in eigen gebruik zijn. 

Teeltcodes die in aanmerking komen zijn 60 grasland, 63 graskruiden mengsel, 638 festulolium, 660 grasluzerne, 700 grasklaver, 745 mengsel van gras en vlinderbloemigen, 9827 weiland met oogstbare hoogstam bomen (> 200 bomen/ha), 9828 natuurlijk grasland met onderhoud.

naar boven

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt berekend per hectare blijvend grasland dat aan de voorwaarden voldoet:

  • Voor grasland dat 10 jaar tot 14 jaar aanligt, is het voorziene subsidiebedrag 115 euro/ha.
  • Voor grasland dat minstens 15 jaar aanligt, is het voorziene subsidiebedrag 145 euro/ha.

Subsidieaanvraag

Het perceel wordt aangegeven in de verzamelaanvraag met de bijkomende bestemming ‘BMG’.

Subsidie combineren met andere subsidies

In bepaalde gevallen kunnen de subsidies voor ecoregelingen gecombineerd worden met elkaar of met andere subsidies zoals agromilieuklimaatmaatregelen of bio-hectaresteun. Zie de combinatietabellen voor welke combinaties mogelijk zijn. Bijvoorbeeld de ecoregeling ecologisch beheerd grasland (zie webpagina ‘Ecologisch beheerd grasland’) is combineerbaar met deze maatregel.

Aandachtspunten

  • Is bijvoorbeeld door droogte het gras op (een deel van) een BMG-perceel verdwenen, dan moet dat worden gemeld en toestemming worden gevraagd om het perceel (deels) te ploegen en opnieuw in te zaaien om zo de steun ‘BMG’ te kunnen blijven aanvragen op de overige percelen in de lopende campagne. De bijkomende bestemming ‘BMG’ moet dan wel van het betrokken perceel worden gehaald. Hoewel de status ‘BG’ van het betrokken perceel blijft behouden, kan op het perceel de komende 6 jaar geen steun voor ‘BMG’ worden aangevraagd. 
    Wordt slechts een deel van het perceel geploegd en heringezaaid, dan kan dat deel worden afgesplitst, de bijkomende bestemming ‘BMG’ worden verwijderd en komt enkel dat deel de komende 6 jaar niet in aanmerking voor steun ‘BMG’.

    Wanneer de teelt van gras op het perceel kan worden hersteld door een oppervlakkige bewerking (zonder ploegen) en inzaai (doorzaai) van gras, dan moet de regio hiervan op de hoogte gebracht worden en mag de bijkomende bestemming ‘BMG’ behouden blijven op het perceel. 

  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de webpagina 'Gebundelde fiches, tabellen, formulieren'.

Invloed wegvallen bijkomende bestemming ‘BMG’ op instapvoorwaarde voor steun duurzame zoogkoeienhouderij 

Het behoud van blijvend grasland op het bedrijf als voorwaarde voor de maatregel ‘behoud meerjarig grasland’ is strenger dan dezelfde voorwaarde van behoud van blijvend grasland voor de gekoppelde steun voor duurzame zoogkoeienhouderij (zie fiche zoogkoeienhouderij op de webpagina 'Duurzame zoogkoeienhouderij'). ). 

Bij de maatregel ‘behoud meerjarig grasland’ mogen percelen blijvend grasland die van een andere landbouwer overgenomen worden of naar een andere landbouwer gaan, niet omgezet worden. Deze percelen moeten blijvend grasland blijven, ook als de ecoregeling ‘behoud meerjarig grasland’ niet op die percelen wordt aangevraagd. 
Wordt een van die percelen blijvend grasland toch omgezet dan is niet meer voldaan aan de voorwaarde van behoud van blijvend grasland op het bedrijf. Het gevolg daarvan is dat de bijkomende bestemming ‘behoud meerjarig grasland’ vervalt op alle percelen van het bedrijf waarvoor de steun werd aangevraagd. 

Voor de ‘duurzame zoogkoeienhouderij’ blijft wel voldaan aan de instapvoorwaarde ‘behoud van blijvend grasland op het bedrijf’ als een perceel met status ‘BG’ door een andere landbouwer wordt omgezet. 

Het omzetten van blijvend grasland heeft als gevolg dat de bijkomende bestemming ‘BMG’ van alle graslandpercelen verwijderd wordt, wat mogelijk wel een invloed heeft op het aantal punten voor de instapvoorwaarde ‘duurzaam graslandbeheer’.

Ecoregeling ‘Behoud meerjarig grasland’ is niet mogelijk waar reeds beperkingen gelden

Op percelen waar steun voor het behoud van meerjarig grasland wordt aangevraagd, mag geen verbod op het omzetten van de teelt van kracht zijn en mag geen verbod op wijziging van vegetatie of een vergunningsplicht voor vegetatiewijziging van toepassing zijn.

Impact omzetten grasland op de aanvraag van steun voor behoud meerjarig grasland (bijkomende bestemming ‘BMG’)

Als er op het bedrijf steun voor ‘behoud meerjarig grasland’ wordt aangevraagd, moeten alle percelen blijvend grasland van het bedrijf worden aangehouden en niet alleen de percelen die voldoen aan de voorwaarden voor BMG. Zo mogen ook percelen die in het voorgaande jaar de status BG5 hadden (deze komen niet in aanmerking voor ‘BMG’) niet worden omgezet. In onderstaand schema zijn enkele percelen blijvend grasland te zien waarop een verschillende situatie van toepassing is. Krijgt op het bedrijf 1 perceel een rood kruis door omzetten dan kan op het bedrijf in het huidige jaar geen steun worden aangevraagd voor ‘behoud meerjarig grasland’.

Raadpleeg ook de flowchart ‘behoud blijvend grasland’ om de impact op de maatregel behoud meerjarige grasland te bekijken: 

naar boven

 

Ecoregeling 'behoud meerjarig gralsen den amkm Tijdelijk naar blijvend grasland - voorwaarden behoud blijvend grasland
Delen: