Bufferstroken - 2026 (ER)

Aanpassingen 03/04/2026: verduidelijking over wat toegelaten is als 'afvoer van het maaisel'
Aanpassingen 03/03/2026: tabel met voorwaarden werd wat verduidelijkt bij aanleg en onderhoud BMKL en BMAF. En onder het punt "Aandachtspunten" is onderaan een punt toegevoegd
Aanpassing 13/03/2026: minimumbreedte BUG => 9 meter in plaats van 6 meter
Aanpassing 25/03/2026: verduidelijking teeltcodes in kolommen beheer BMKL en BMAF onder specifieke voorwaarden, aanpassing in tabel minimumbreedte BUE => 9 meter ipv 6 meter. Onder punt 1.3 toevoegen van “langs paarse waterloop” in kolom BUB/BUBN
Aanpassing 19/08/2026: onder punt 'Voorwaarden bufferstroken' verduidelijking onderhoud bufferstroken;  onder punt 'Aandachtspunten': verschillende mogelijkheden om maaisel af te voeren en ook voldoen aan de afstandsregels VHA waterlopen
Aanpassing 10/09/2026: verduidelijking onder punt 1.2 in de tabel bij onderhoud en in de tabel met specifieke voorwaarden voor onderhoud BUB/BUBN

 

De ecoregeling ‘Bufferstroken’ stimuleert het aanleggen en beheren van bufferstroken langs landbouwpercelen. Deze bufferstroken zorgen voor een verminderde afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen naar waterlopen, heggen, houtkanten,…. Ze dragen ook bij tot de groene dooradering in het landschap, en door het inzaaien van specifieke mengsels en een gepast beheer  kunnen zij een geschikte biotoop vormen voor verschillende planten en dieren en zo de (functionele) agrobiodiversiteit ondersteunen.

In deze ecoregeling heeft de landbouwer keuze tussen de volgende maatregelen:

  1. Aanleg grasbufferstrook erosiebestrijding
  2. Aanleg grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen
  3. Aanleg bufferstrook met bloemenmengsel
  4. Beheer bufferstrook langs waterlopen met klepelmaaier
  5. Beheer bufferstrook langs waterlopen met afvoer van het maaisel 

 Samenvattende info: 

  • Actieve landbouwer
  • Perceelsmaatregel
  • Eenjarige ecoregeling, jaarlijks aan te vragen
  • Subsidiebedrag: 1.000 – 1.745 euro per hectare, afhankelijk van het type bufferstrook

Op deze pagina:

Subsidievoorwaarden

Algemeen

Voorwaarden voor bufferstroken

Voor elke maatregel rond bufferstroken gelden volgende voorwaarden:

Thema

Voorwaarden

Bemesting of begrazing

Niet toegestaan. 

Bufferstroken tellen niet mee in de mestbalans.

Gebruik gewasbeschermings-middelen

Niet toegestaan (ook geen pleksgewijze behandeling bij probleemonkruiden). 

Onderhoud

  • Minstens 1 keer per jaar klepelen of maaien waarbij het maaisel afgevoerd mag worden (bij ecoregeling ‘Beheer bufferstrook langs waterlopen met afvoer van het maaisel’ is afvoer verplicht).  
  • Herinzaai in het najaar is toegestaan bij BUG/BUE/BUB. Hierbij mag geen gebruik gemaakt worden van gewasbeschermingsmiddelen of bemesting.
  • Ecoregeling BMKL/BMAF: 
    • Het gedeelte dat overlapt met de beschermingsstroken langs VHA-waterlopen mag slechts 1 keer om de 3 jaar heraangelegd worden. 
    • Het gedeelte van de strook dat niet overlapt met de beschermingsstrook, mag wel in het najaar heraangelegd worden (geen gebruik gewasbeschermingsmiddelen of bemesting). Dit mag, indien nodig, jaarlijks.
  • Beschermings­stroken langs VHA-waterlopen (bij ecoregeling ‘Beheer bufferstrook’) mogen slechts 1 keer om de 3 jaar heraangelegd worden.
  • Strook aanhouden tot 31 december 2026 tenzij inzaai winterteelt.
  • Bij aanleg onderaan hellende percelen: ploegvoor of ploegwal nivelleren

Afmetingen

Minimum- en maximumbreedtes zijn vastgelegd (zie overzicht). Minimumoppervlakte is 1 are mits respecteren minimum- en maximumbreedtes.

Voor elke maatregel rond bufferstroken zijn er nog specifieke voorwaarden waaraan voldaan moet zijn.

 

Aanleg grasbufferstrook Erosie (BUG)

 

Aanleg grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen (BUE/BUEN)

Aanleg bufferstrook met bloemenmengsel

(BUB/BUBN)

Beheer bufferstrook langs waterlopen met klepelmaaier ( (BMKL)

Beheer bufferstrook langs waterlopen met afvoer van het maaisel  (BMAF)

Voorwaarden voor het aangrenzend perceel 

In eigen gebruik 

Bouwland

Grotere oppervlakte dan bufferstrook

Geen grasachtige

Niet verwaarloosbaar erosiegevoelig (dus niet donkergroen)

In eigen gebruik

Bouwland

Grotere oppervlakte dan bufferstrook

Geen grasachtige

In eigen gebruik

Langs bouwland en blijvende teelten

Grotere oppervlakte dan bufferstrook

Duidelijk onderscheid in vegetatie t.o.v. bufferstrook

Niet langs paarse, rode of oranje percelen

Langs bouwland, blijvend grasland en blijvende teelten

 

Langs bouwland, blijvend grasland en blijvende teelten

 

Landschapselementen 

Nooit langs VHA-waterloop (blauw)

Alleen mogelijk langs niet-VHA waterloop (paars), houtkant, heg, poel, holle weg, bomenrij, groep van bomen, bos, of ander kwetsbaar landschapselement

Nooit langs VHA-waterloop (blauw)

Altijd langs VHA-waterloop (blauw) 

Altijd langs VHA-waterloop (blauw)

Gebruik bufferstrook

In gebruik voor de hoofdteelt

In gebruik voor de hoofdteelt

In gebruik voor de hoofdteelt

In gebruik voor de hoofdteelt

In gebruik voor de hoofdteelt

Ligging bufferstrook

Ofwel onderaan afhellend perceel, ofwel grasgang in zonk of droge vallei

Onderaan afhellend erosiegevoelig perceel (BUE)

Niet erosiegevoelig perceel of niet onderaan erosiegevoelig perceel (BUEN)

Onderaan afhellend erosiegevoelig perceel (BUB)

Niet erosiegevoelig perceel of niet onderaan erosiegevoelig perceel (BUBN)

Langs VHA-waterloop

Langs VHA-waterloop

Teelt op bufferstrook

Grassen 

(teeltcode 60, 63, 638, 660, 700 en 745)

 

 

Grassen 

(teeltcode 60, 63, 638, 660, 700 en 745)

Bloemenmengsel (teeltcode 9831) 

Þ zie verder voor voorwaarden samenstelling 

Spontane vegetatie of meerjarig buffergewas naast 1 meter-teeltvrije-strook (teeltcode 60, 63, 660, 700, 722, 723, 732, 745, 82 en 9828)   

Geen miscanthus of houtige gewassen

Spontane vegetatie of meerjarig buffergewas naast 1 meter-teeltvrije-strook (teeltcode 60, 63, 660, 700, 722, 723, 732, 745, 82 en 9828)    

Geen miscanthus of houtige gewassen

Aanleg bufferstrook

Inzaai in het voorgaande najaar of al aanwezig 

Inzaai in het voorgaande najaar of al aanwezig

Inzaai voor 1 mei of al aanwezig

Aanwezig als hoofdteelt

Aanwezig als hoofdteelt

Onderhoud bufferstrook

Zie algemene voorwaarden voor bufferstroken

Zie algemene voorwaarden voor bufferstroken

Maai de strook in de periode van 15 september tot en met 31 december 

Maai min 1x jaar

Bij het maaien keuze tussen klepelmaaien of maaien met afvoer 

Maaien is niet toegestaan van 20 maart tot en met 15 juli

Maai min 1x jaar 

Bij elke maaibeurt wordt het maaisel afgevoerd 

Maaien is niet toegestaan van 20 maart tot en met 15 juli

Gebruik als wendakker

Kan maar grasmat moet intact blijven

Kan maar grasmat moet intact blijven

nee

Kan maar vegetatie moet intact blijven

Kan maar vegetatie moet intact blijven

Plantaardige dam 

Mag aanwezig zijn

Mag aanwezig zijn

Mag aanwezig zijn

Mag binnen de eerste 5 m alleen met toestemming waterloopbeheerder

Mag binnen de eerste 5 m alleen met toestemming waterloopbeheerder

Subsidiebedrag

1.025 €/ha

1.025 €/ha

1.745 €/ha

1.000 €/ha

1.250 €/ha

Bijkomende bestemming in VA-percelenlijst

BUG

BUE

BUEN (niet onderaan een erosiegevoelig perceel)

BUB

BUBN (niet onderaan een erosiegevoelig perceel)

BMKL

BMAF

Combineer baar met erosiemaatregel binnen de conditionaliteit?

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

naar boven

Aan te houden breedtes

Erosiegevoeligheid van aangrenzend perceel

Grasbufferstrook Erosie (BUG)

 

Grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen (BUE/BUEN)

Bufferstrook met bloemenmengsel

(BUB/BUBN)

Beheer bufferstrook langs waterlopen met klepelmaaier (onder voorbehoud van goedkeuring) (BMKL)

Beheer bufferstrook langs waterlopen met afvoer van het maaisel (onder voorbehoud van goedkeuring) (BMAF)

Donkergroen of niet onderaan een helling

Niet mogelijk

BUEN: Min 6 m, max 1 2m

BUBN: Min 6m of 0.3 ha, max 18m

Min 3 m, max 30 m 

Min 3 m, max 30 m

Lichtgroen/geel

BUG: Min 6 m, max 24 m

BUE: Min 6 m, max 24 m

BUB: Min 6 m of 0.3 ha, max 24 m 

Min 3 m, max 30 m

Min 3 m, max 30 m

Oranje

BUG: Min 6m, max 24m

BUE: Min 6m, max 24m

Niet mogelijk

Min 3 m, max 30 m

Min 3 m, max 30 m

Paars/Rood

BUG: Min 9 m, max 30 m

BUE: Min 9 m, max 30 m

Niet mogelijk

Min 3 m, max 30 m

Min 3 m, max 30 m

Extra voorwaarde als langs waterloop 

 

 

Inzaai bloemenmengsel langs paarse waterloop start naast de 1m teeltvrije strook

 

 

naar boven

Samenstelling Bloemenmengsel (maatregel bufferstrook met bloemenmengsel (BUB/BUBN)

  • Het bloemenmengsel bestaat uit minstens acht verschillende bloeiende kruiden uit de volgende lijst. Deze kruiden vormen samen minstens 70% van het gewichtspercentage van het mengsel. Grassen zijn niet toegelaten. Ook doorzaai in bestaand grasland is niet toegestaan.
    • Duizendblad (Achillea millefolium);
    • Gele ganzenbloem (Glebionis segetum);
    • Gewone margriet (Leucanthemum vulgare);
    • Gewone rolklaver (Lotus corniculatus);
    • Grote klaproos (Papaver rhoeas);
    • Karwij (Carum carvi);
    • Korenbloem (Centaura cyanus);
    • Pastinaak (Pastinaca sativa);
    • Rode klaver (Trifolium pratense);
    • Venkel (Foeniculum vulgare);
    • Voederwikke (Vicia sativa);
    • Wilde peen (Daucus carota);
    • Knoopkruid (Centaurea jacea);
    • Wilde cichorei (Cichorium intybus);
    • Muskuskaasjeskruid (Malva moschata);
    • Grote kaardebol (Dipsacus fullonum).
  • De samenstelling van het bloemenmengsel geeft dus een vrijheid om tot 30% van het mengsel in te vullen met bloeiende kruiden die niet in bovenstaande lijst voorkomen.

Subsidiebedrag

Het voorziene subsidiebedrag per ha aangelegde bufferstrook 

  • Grasbufferstrook-erosie: 1.025 euro/ha;
  • Grasbufferstrook langs kwetsbaar landschapselement 1.025 euro/ha;
  • Beheer bufferstrook langswaterloop met klepelmaaier.  1000 euro/ha;
  • Beheer bufferstrook langswaterloop met afvoer van maaisel: 1.250 euro/ha;
  • Bufferstrook met bloemenmengsel: 1.745 euro/ha.

Subsidieaanvraag 

Raadpleeg onderstaande tabel om de juiste bijkomende bestemming aan te geven in de verzamelaanvraag.

Maatregel

Bijkomende bestemming

Grasbufferstrook Erosie BUG

Grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen 

Onderaan afhellend erosiegevoelig perceel

BUE

Grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen 

Langs niet erosiegevoelig perceel of niet onderaan erosiegevoelig perceel

BUEN

 

Bufferstrook met bloemenmengsel

Onderaan afhellend erosiegevoelig perceel

BUB

Bufferstrook met bloemenmengsel

Langs niet erosiegevoelig perceel of niet onderaan erosiegevoelig perceel

BUBN
Beheer bufferstrook langs waterlopen met klepelmaaier BMKL
Beheer bufferstrook langs waterlopen met afvoer van het maaisel

BMAF

naar boven

Subsidie combineren met andere subsidies

In bepaalde gevallen kunnen de subsidies voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen gecombineerd worden met elkaar of met andere subsidies. Zie combinatietabellen voor welke combinaties mogelijk zijn.

Aandachtspunten

  • Gebruik codes BUEN of BUBN als de strook niet onderaan het afhellend gedeelte van een erosiegevoelig perceel aangelegd wordt. Hier gelden andere minimale en maximale breedtes.
  • Bemesting en begrazing van de bufferstroken zijn niet toegestaan.
  • Het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen is niet toegestaan (ook niet voor pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden).
  • Klepelen ofmaaien  met afvoer is toegestaan tenzij specifiek anders vermeld.
  • Zowel de minimale breedte van een bufferstrook, maar ook de maximale breedte moeten gerespecteerd worden. Deze breedtes moeten overal gehaald worden, te smalle of te brede stukken mag u niet aangeven als bufferstrook onder ecoregeling. Als de landbouwer toch bredere stroken wenst aan te leggen, is een meerjarige verbintenis op een vast perceel voor graskruidenmengsel het overwegen waard.
  • Op grasbufferstroken (BUG/BUE) moet de vegetatie effectief bestaan uit ingezaaid gras of grasachtig mengsel en de vegetatie moet wel degelijk onderhouden worden. Een sterk verwaarloosde, verwilderde bufferstrook en zeker houtachtige begroeiing op de strook moet door een minimaal onderhoud vermeden worden.
  • Als u bufferstroken hebt aangelegd via de ecoregeling kan u deze stroken niet gebruiken om én te voldoen aan de conditionaliteit bodembewerkingsbeheer erosie (GLMC 5) én om de steun voor de ecoregeling grasbufferstroken aan te vragen. Indien er verplichtingen zijn in het kader van erosiegevoeligheid, moet u beslissen of u de bufferstrook wil gebruiken voor de GLMC 5 of als ecoregeling.
    • Wil u de strook voor conditionaliteit gebruiken dan moet u de gespecialiseerde productiemethode ECJ opgeven. De resterende oppervlakte van de bufferstrook kan dan uitbetaald worden op voorwaarde dat de minimale breedte van de ecoregeling bovenop de verplichte breedte voor de conditionaliteit wordt behaald.
    • Wanneer u de bufferstrook niet wil gebruiken om aan uw verplichting te voldoen omdat u uw verplichting via een andere maatregel kan invullen, kan u de gespecialiseerde productmethode ECN gebruiken.
    • In beide gevallen geeft u de gespecialiseerde productiemethode en de overeenkomstige bijkomende bestemming voor bufferstroken op en zal de steun voor ecoregeling bufferstroken volledig of deels uitbetaald worden.
  • De wateringen, provincies en andere beheerders van waterlopen hebben het recht om landbouwgrond naast de waterlopen te berijden en het uitgehaalde materiaal naast de waterloop te deponeren. Het Agentschap zal dit bij controle beschouwen als een overmachtssituatie en geen sanctie opleggen voor bijhorende schade aan de bufferstrook. Het is wel aangewezen om de strook zo snel mogelijk te herstellen, bijvoorbeeld door herinzaai in het najaar.
  • Een bufferstrook moet ooit deel geweest zijn van het moederperceel. Voorbeeld: een deel van bestaand weiland langs het moederperceel aangeven als bufferstrook is niet toegelaten.
  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de webpagina 'Gebundelde fiches, tabellen, formulieren'.
  • Elke machine die het gras bij het maaien fijn versnippert (zoals een weidebloter) wordt gelijkgesteld aan een klepelmaaier voor het voldoen aan de maatregel ‘Beheer bufferstroken langs waterlopen met een klepelmaaier
  • Elke machine die het gras bij het maaien fijn versnippert (zoals een weidebloter) wordt gelijkgesteld aan een klepelmaaier voor het voldoen aan de maatregel ‘Beheer bufferstroken langs waterlopen met een klepelmaaier’(1).
  • Als u kiest om het maaisel af te voeren bij de ecoregeling beheer bufferstroken langs waterlopen (BMAF of BMKL), dan zijn er verschillende mogelijkheden toegelaten:
    • Maaien met een cirkelmaaier/schijvenmaaier waarna het gras wordt afgelegd en afgevoerd. Het maaisel mag na het afleggen tijdelijk drogen op het veld;
    • Klepelmaaier met afvoersysteem waarbij het maaisel wordt weggeblazen op het naburige perceel of wordt opgevangen om af te voeren;
    • Andere wijze van afvoer waarbij er geen maaisel blijft liggen op de bufferstrook na het maaien.
  • Om te voldoen aan de voorwaarden van de ecoregeling beheer bufferstrook langs waterlopen (BMAF of BMKL), moet u ook voldoen aan de afstandsregels langs VHA-waterlopen. Meer info hierover vindt u op de webpagina van VLM ‘Afstandsregels tot waterlopen (https://www.vlm.be/nl/themas/waterkwaliteit/Mestbank/bemesting/aanwenden-van-mest/afstandsregels-tot-waterlopen/Paginas/default.aspx):
    • 1 m teeltvrije strook;
    • 3 m pesticidevrije en bemestingsvrije strook bij niet-nitraatgevoelige teelt en nitraatgevoelige teelt in GT 0 en 1, met spontane vegetatie of meerjarig buffergewas. Bemesting is verboden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing waarbij begrazing is toegestaan langsheen begraasde weilanden. Langs andere percelen met gewassen kan enkel tijdelijk begraasd worden als onderhoudsmaatregel;
    • 5 m pesticidevrije en bemestingsvrije strook bij nitraatgevoelige teelt in GT 2 en 3 of teelt in groene bestemmingen (bos, natuur en reservaat,…), met spontane vegetatie of meerjarig buffergewas. Bemesting is verboden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing waarbij begrazing is toegestaan langsheen begraasde weilanden. Langs andere percelen met gewassen kan enkel tijdelijk begraasd worden als onderhoudsmaatregel;
    • Beperkingen op grondbewerkingen.

naar boven

Nieuw in 2026

  • De ecoregeling ‘Aanleg van een bufferstrook: grasbufferstrook langs waterlopen (BUW)’ en de ecoregeling ‘Aanleg van een bufferstrook plus: graskruidenmengsel (BUK/BUKN)’ zijn vanaf 2026 niet meer mogelijk.
  • Langs VHA-waterlopen (blauwe waterlopen, dus niet langs paarse waterlopen) zijn op de aan te houden beschermingsstroken twee nieuwe ecoregelingen mogelijk. De voorwaarden zijn in deze fiche terug te vinden.
  • Beheer bufferstrook langs waterlopen, waarbij buiten de periode van het maaiverbod gemaaid wordt met een klepelmaaier (BMKL) met een vergoeding van €1.000/ha;
  • Beheer bufferstrook langs waterlopen, waarbij buiten de periode van het maaiverbod gemaaid wordt met afvoer van het maaisel (BMAF) met een vergoeding van €1.250/ha.
  • De andere acties binnen de ecoregeling bufferstroken (aanleg grasbufferstrook-erosie, aanleg grasbufferstrook langs kwetsbare landschapselementen of aanleg bufferstrook met bloemenmengsel) kunnen vanaf 2026 niet langer aangevraagd worden langs VHA-waterlopen, wel nog langs niet-VHA waterlopen (in het paars aangeduid op kaartmateriaal).

De aanpassingen aan de ecoregeling bufferstroken zijn onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van de Vlaamse Regering.

 

Delen: