Kwaliteitseisen voor irrigatiewater

Op deze pagina:

Aan welke chemische kwaliteitsnormen moet het beregeningswater voldoen?

I.v.m. waterkwaliteit kunnen normen vooropgesteld worden die elke teler moet toelaten, aan de hand van de ontledingsuitslag van het te gebruiken water, om de geschiktheid ervan voor een teelt te beoordelen. De normen weergegeven in onderstaande tabel zijn drempels waarbij het gewas schade kan ondervinden door de te hoge concentratie aan een bepaalde stof. Meer informatie over het belang van de drempelwaarden voor deze chemische parameters vindt u in de rubriek Chemische parameters.

In sommige gevallen kan echter toch nog beregend worden omdat beregening met water van slechte chemische kwaliteit soms minder erg is dan niet beregenen en droogtestress toe laten. Dit is echter afhankelijk van de teelt en vochtvraag op dat moment.

Voor overheadberegening is een wateranalyse interessant als u gebruik maakt van oppervlaktewater of van grondwater met een risico op een hoog zoutgehalte zoals bijvoorbeeld in de polders. Aan de hand van de wateranalyse kan ingeschat worden of het water van voldoende kwaliteit is voor beregening.

Chemische kwaliteitsnormen voor irrigatiewater

Waterkwaliteit

Normen

ECa bij 25°C

0,8 – 1,5 mS/cm

Natrium (Na)

1,5 – 3,0 mmol/l of 30 - 60 mg/l

Chloor (Cl)

1,5 – 3,0 mmol/l of 50 – 100 mg/l

Calcium (Ca)

<3,0 mmol/l of < 120 mg/l

Magnesium (Mg)

<1,0 mmol/l of < 25 mg/l

Sulfaat (S04)

<1,0 mmol/l of < 100 mg/

Bicarbonaat (HC03)

>4,0 mmol/l of > 60 mg/l

IJzer (Fe)

20 – 30 µmmol/l of 1,1 - 1,7 mg/l

Borium (B)

20 – 50 µmmol/l of 0,2 - 0,6 mg/l

Zink (Zn)

5 – 10 µmmol/l of 0,2 - 0,7 mg/l

Mangaan (Mn)

10 – 20 µmmol/l of 0,5 - 1 mg/l

Koper (Cu)

1 – 3 µmmol/l of 0,06 - 0,2 mg:l

a EC: Elektrische conductivieit. de EC geeft de geleidbaarheid van de bodem weer en is dus afhankelijk van de hoeveelheid opgeloste zouten in de bodem.

 

Aan welke microbiologische kwaliteitsnormen moet het beregeningswater voldoen?

De microbiologische kwaliteit van water is even belangrijk als de chemische samenstelling. Het is belangrijk om de kwaliteit van het eindproduct niet in gevaar te brengen door het water dat tijdens de teelt gebruikt wordt. Bij irrigatie van openluchtgroenten worden momenteel zelden problemen vastgesteld met de microbiologische kwaliteit van het irrigatiewater. Bij oppervlaktewater afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties (KWZI’s of RWZI’s) is een verhoogde waakzaamheid aangewezen. De IKKB (Integraal Keten Kwaliteit Beheersysteem)-standaard voor de ‘Primaire Productie’ bepaalt enkel dat het irrigatiewater geen ongezuiverd rioolwater mag zijn. Beekwater, water van een open put, boorput, leidingwater of regenwater mag wel gebruikt worden om te irrigeren.

Als er twijfel is over de waterbron of de waterkwaliteit dan wordt een risico-evaluatie en indien nodig analyses uitgevoerd. In de ‘Globalgap certificering’ zijn normen opgenomen waaraan het irrigatiewater moet voldoen als het gebruikt wordt om groenten met bestemming voor de versmarkt te beregenen. Het aantal fecale coliformen moet lager zijn dan 1.000 KVE/100 ml. Het water mag bovendien geen schadelijke nematoden bevatten. Voor irrigatie in industriegroenten is er enkel de richtlijn dat het water geen schadelijke nematoden mag bevatten.

Omdat er momenteel te weinig geweten is over normen voor irrigatiewater, werd het Europese Veg-i-trade-project opgestart waarbij onder meer aandacht besteed wordt aan de invloed van beregening op de overdracht van menspathogenen.