Teelt van meerjarige milieu-, biodiversiteitsvriendelijke of klimaatbestendige teelten - 2026 (AMKM)

Aanpassingen 14/04/2026: toevoegen ‘als dusdanig aangegeven in de Verzamelaanvraag' onder ‘Algemene voorwaarden’

Via dit formulier kunnen erkende praktijkcentra en onderzoeksinstellingen een nieuwe ecoteelt aanvragen: Aanvraagformulier nieuwe ecoteelt

Via deze maatregel wordt de inzaai van teelten met een positief effect op milieu, klimaat of biodiversiteit gestimuleerd. Verschillende milieu-, biodiversiteitsvriendelijke en/of klimaatbestendige meerjarige gewassen, de ‘meerjarige ecoteelten’, kunnen hiertoe bijdragen. Ecoteelten dragen bij aan onder andere een betere bodemkwaliteit, klimaatmitigatie en -adaptatie, verhoogde biodiversiteit, verminderde eiwitafhankelijkheid en verhoogde resistentie tegen droogte en wateroverlast. Het potentieel van deze meerjarige ecoteelten is echter nog onderbenut. 

Samenvattende info:

  • Steun aan te vragen door actieve landbouwer
  • Meerjarige agromilieuklimaatmaatregel, jaarlijks betaling aan te vragen
  • Verbintenis per vast perceel (geen samenvoeging met andere percelen mogelijk in verbintenisjaren)
  • Voor percelen bouwland met akkerbouwteelten die minstens 0,30 ha groot zijn
  • Subsidiebedrag van 230 euro/ha tot 600 euro/ha.

Zie ook Al gedacht aan een éénjarige of meerjarige ecoteelt? | Landbouw en Zeevisserij

Subsidievoorwaarden

Algemene voorwaarden 

  • U leeft de voorwaarden na die vermeld zijn op de webpagina ‘Ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen: Overzicht en algemene voorwaarden’.
  • U bent actieve landbouwer in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) (zie fiche ‘GLB – Actieve landbouwer’ op de webpagina ‘Actieve landbouwer’).
  • Het perceel is gelegen in het Vlaams Gewest.
  • Het perceel is minstens 0,30 ha groot.
  • Het perceel is gedurende de volledige looptijd van de verbintenis in eigen gebruik gedurende de teeltperiode van de voor-, hoofd- en nateelt.
  • De verbintenis wordt afgesloten voor meerdere jaren op een vast perceel. Het perceel kan in de komende jaren dus ook niet worden samengevoegd of gesplitst.
  • Het perceel is bij aangifte in het jaar van de verbintenisaanvraag en in de twee jaar die voorafgaan aan dat jaar, bouwland of blijvende teelt en als dusdanig aangegeven in de verzamelaanvraag (1). Een perceel met een status ‘blijvend grasland’ in het eerste verbintenisjaar komt niet in aanmerking.

Actie 1: Meerjarige eiwitteelten

  • De verbintenis is een kortlopende verbintenis van twee jaar en kan vrijwillig verlengd worden met een derde jaar indien de vlinderbloemige teelt nog duidelijk aanwezig is op het volledige verbintenisperceel.
  • De verbintenis kan enkel in het eerste jaar tot 31/12 geschrapt worden. Vanaf het tweede jaar is schrappen niet meer mogelijk. Het derde jaar geldt als een (vrijwillige) verlenging en wordt niet als eerste jaar van verbintenis beschouwd. Een aangevraagde verlenging kan na 31/05 niet meer geschrapt worden.  
  • Bij de start van de verbintenis wordt er een nieuwe teelt ingezaaid VANAF het najaar voorafgaand aan de verbintenis. Voor de verbintenis ‘Inzaai van meerjarige luzerne met uitgestelde maaidatum’, moet de luzerne verplicht IN het najaar voorafgaand aan de verbintenis zijn ingezaaid.
  • Doorzaai in een bestaand perceel grasland is niet toegelaten bij de start van de verbintenis.
  • Herinzaai tijdens de teeltperiode is alleen toegestaan na een voorafgaande schriftelijke melding bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Pas na deze melding mag de teelt worden omgeploegd. De herinzaai moet gebeuren binnen twee weken na het omploegen.
  • De teelt wordt in het laatste jaar van de verbintenis (2° jaar of in geval van verlenging het 3° jaar) aangehouden tot en met 31 december. Uitzondering hierop zijn percelen in polders en duinen, waar de teelt in het laatste jaar van de verbintenis moet behouden blijven tot en met 15 oktober.
  • Zaaizaadfacturen moeten op uw naam staan en ter beschikking worden gehouden voor mengsels met zaaidichtheden.
  • U plaatst bij de start van de verbintenis de juiste bijkomende bestemming op het perceel. Vanaf het tweede jaar wordt de bijkomende bestemming automatisch voorgedrukt. Indien u niet meer kan voldoen aan de voorwaarden door overmacht, moet u dit melden aan het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
  • Na afloop van de verbintenis (dus na 2 of 3 jaar) is het niet mogelijk om op datzelfde perceel in de twee daaropvolgende jaren een nieuwe verbintenis voor dezelfde maatregel (meerjarige ecoteelt) aan te vragen.
  • Als u kiest om de verbintenis met een derde jaar te verlengen, moet u de verbintenis naleven op de volledige verbintenisoppervlakte. Het perceel kan niet worden gesplitst om de verbintenis verder te zetten op een deel van de verbintenisoppervlakte.
  • Als bij een verlenging de verbintenis niet worden nageleefd wordt het derde jaar stopgezet en volgt een terugvordering van de volledige verbintenis in de 2 vorige jaren. 

Afhankelijk van de meerjarige eiwitteelt zijn de volgende specifieke voorwaarden van toepassing:

Vlinderbloemige teelten 

  • Volgende hoofdteelten komen in aanmerking:
    • Rode klaver - teeltcode 723;
    • Meerjarige luzerne - teeltcode 732;
    • Grasklaver - teeltcode 700;
    • Grasluzerne - teeltcode 660.
  • De vlinderbloemige moet tijdens het groeiseizoen steeds duidelijk zichtbaar aanwezig zijn
  • De mengsels worden ingezaaid met één van volgende minimale zaaidichtheden:
    • Grasklaver: klaver met minimale zaaidichtheid:
      • Witte klaver (Trifolium repens): 3 kg/ha;
      • Rode klaver (Trifolium pratense): 6 kg/ha;
      • Combinatie van witte en rode klaver: 6 kg/ha.
    • Grasluzerne: luzerne met minimale zaaidichtheid van 12 kg/ha

TIP: om een goed grasmengsel te bekomen waar de vlinderbloemige duidelijk zichtbaar is met een goede kans op slagen, is het aangewezen om maximaal 30 kg/ha graszaad aan te houden.

Graskruidenmengsel

  • Het in te zaaien mengsel (teeltcode ‘63’) als hoofdteelt bestaat uit minstens twee soorten gras en in totaal vijf vlinderbloemigen en kruiden, waarvan minstens twee kruiden en minstens één vlinderbloemige.
  • Het mengsel bevat minstens 50% grassen van het gewichtsprocent.
  • De vlinderbloemigen en kruiden moeten samen minstens 25% van het gewichtspercentage van het mengsel zijn.

TIP: om een goed graskruidenmengsel te bekomen waar de vlinderbloemige en de kruiden duidelijk zichtbaar zijn en een maximale ontwikkelkans hebben, is het aangewezen om maximaal 30 kg/ha graszaad te gebruiken

  • De grassen in het graskruidenmengsel zijn minstens twee van onderstaande soorten:
  • Engels raaigras (Lolium perenne);
  • Beemdlangbloem (Festuca pratensis);
  • Frans raaigras (Arrhenatherum elatius);
  • Italiaans raaigras (Lolium multiflorum);
  • Kropaar (Dactylis glomerata);
  • Festulolium (Festulolium);
  • Rietzwenkgras (Festuca arudinacea);
  • Timoteegras (Phleum pratense subsp. Pratense);
  • Veldbeemdgras (Poa pratensis).
  • De kruiden in het graskruidenmengsel zijn minstens twee van onderstaande soorten:
  • Wilde chicorei (Cichorium intybus);
  • Duizendblad (Achillea millefolium);
  • Kleine pimpernel (Sanguisorba minor);
  • Smalle weegbree (Plantago lanceolata);
  • Karwij (Carum carvi);
  • Peterselie (Petroselinum crispum);
  • Wilde peen (Daucus carota);
  • Venkel (Foeniculum vulgare);
  • De vlinderbloemige in het graskruidenmengsel is minstens één van onderstaande soorten:
  • Hopklaver (Medicago lupulina);
  • Rolklaver (Lotus corniculatus);
  • Luzerne (Medicago sativa);
  • Rode klaver (Trifolium pratense);
  • Gele honingklaver (Melilotus officinalis);
  • Basterdklaver (Trifolium hybridum);
  • Wondklaver (Anthyllis vulneraria) ;
  • Witte klaver (Trifolium repens);
  • Esparcette (Onobrychis viciifolia).
  • Het graskruidenmengsel wordt ingezaaid vanaf het najaar voorafgaand aan de start van de verbintenis.
  • De kruiden en vlinderbloemigen zijn tijdens het groeiseizoen steeds duidelijk zichtbaar aanwezig. 

Faunavriendelijke variant ‘luzerne met uitgestelde maaidatum’: 

Enkel mogelijk in beheergebieden voor soortenbescherming voor hamsters, akkervogels, grauwe kiekendief of het beheergebied voor bruine kiekendief op Linkerscheldeoever. Dit kan u terugvinden onder het grafische luik van de verzamelaanvraag als beheergebieden akkerfauna. De luzerne (teeltcode ‘732’) moet IN het najaar voorafgaand aan de verbintenis ingezaaid zijn. Maaien van de meerjarige luzerne, de eerste snede, mag ten vroegste vanaf 2 juni.

TIP: het is aangeraden een tweede snede te maaien ten vroegste 60 dagen na de eerste snede en om de luzerne na 15 oktober te maaien en te oogsten zodat de teelt kort de winter ingaat. 

Actie 2: Meerjarige teelten met positieve impact op milieu, klimaat en/of biodiversiteit

  • De looptijd van deze verbintenis is 5 jaar met een jaarlijkse betalingsaanvraag in de verzamelaanvraag.
  • Er is tijdens de verbintenistermijn geen enkele vorm van bemesting toegelaten.
  • De teelt wordt aangehouden gedurende de volledige looptijd van de verbintenis op het volledige perceel.
  • Volgende teelten komen in aanmerking:
    • Miscanthus - teeltcode ‘884’
    • Teeltcode bebossing – korte omloophout (teeltcode ‘883’) – wijmenaanplanting (teeltcode ‘963’)
    • Korte omloophout kan met de volgende boomsoorten:  
      • Zwarte els;
      • Fladderolm;
      • Gladde olm;
      • Hazelaar;
      • Gewone esdoorn;
      • Gewone es;
      • Alle populieren- en wilgensoorten.
      • Zomerlinde;
      • Winterlinde;
      • Amerikaanse eik;
      • Zomereik;
      • Wintereik;
      • Lijsterbes;
      • Haagbeuk;
      • Ruwe berk;
      • Boskers;
      • Tamme kastanje
  • Voor korte omloophout moeten minstens 1.000 bomen of stekken per ha aangeplant of aanwezig zijn.
  • De maximale omlooptijd voor korte omloophout bedraagt 8 jaar.
  • Voor korte omloophout worden facturen van het plantmateriaal op uw naam ter beschikking gehouden.

Subsidiebedrag

Afhankelijk van de ingezaaide teelt bedraagt het voorziene subsidiebedrag 230 tot 600 euro/ha. 

Actie

Teelten

Bijkomende bestemming

Subsidiebedrag

Actie 1

Meerjarige eiwitteelten – vlinderbloemigen

MEV

230 euro/ha

Actie 1

Meerjarige eiwitteelten – graskruiden

MEG

350 euro/ha

Actie 1

Meerjarige eiwitteelten – luzerne met uitgestelde maaidatum  

MEL

600 euro/ha

Actie 2

Meerjarige teelten met voordeel voor milieu, klimaat en biodiversiteit

MET

600 euro/ha

Subsidieaanvraag

  • Om een nieuwe verbintenis aan te gaan, moet in de verzamelaanvraag 2026 een bijkomende bestemming (zie onderstaande tabel) op het betrokken perceel worden aangegeven. 
    De verzamelaanvraag geldt als verbintenisaanvraag en als betalingsaanvraag voor het eerste jaar.
  • Voor de lopende verbintenissen wordt de bijkomende bestemming vanaf het tweede jaar automatisch opgeladen in de kolom ‘Vaste BO en AMKM’. Daarmee is voldaan aan de jaarlijkse betalingsaanvraag. U kan deze bijkomende bestemming niet wijzigen of verwijderen. Neem contact op met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij indien dit niet correct zou zijn of u niet meer kan voldoen aan de voorwaarden.
  • Om een verlenging met een derde jaar aan te vragen voor de eiwitteelten, moet dezelfde bijkomende bestemming (MEV, MEG of MEL) opnieuw aangegeven worden op het betrokken perceel in de kolom bijkomende bestemming zonder dit perceel te splitsen of samen te voegen. Let op de verlenging kan na 31 mei niet meer worden verwijderd. Indien u de verlenging wil stopzetten na 31 mei zal er ook een terugvordering zijn voor de 2 voorgaande jaren.
  • Om subsidie aan te vragen in 2026 op de betrokken percelen komen de volgende teeltcodes (als hoofdteelt) en bijkomende bestemmingen in aanmerking: 

Actie

Hoofdteelt

Teeltcode

Bijkomende bestemming

Actie 1

Rode klaver

723

MEV

Actie 1

Meerjarige luzerne

732

MEV

Actie 1

Grasklaver

700

MEV

Actie 1

Grasluzerne

660

MEV

Actie 1

Graskruidenmengsel

63

MEG

Actie 1

Luzerne met uitgestelde maaidatum

732

MEL

Actie 2

Korte omloophout

883/963

MET

Actie 2

Miscanthus

884

MET

Subsidie combineren met andere subsidies

In bepaalde gevallen kunnen de subsidies voor ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen gecombineerd worden met elkaar of met andere subsidies. Zie combinatietabellen voor welke combinaties mogelijk zijn.

Aandachtspunten

  • Er is een gelijkaardige maatregel voor ‘eenjarige eiwitteelten’. In dat geval gaat het wel om een eenjarige ecoregeling – zie de webpagina ‘Inzaai van eenjarige milieu-, biodiversiteitsvriendelijke en/of klimaatbestendige teelten’.
  • Meerjarige ecoteelten zijn perceelsgebonden maatregelen en moeten dus op een vast perceel (verbintenisperceel) op dezelfde plaats en op de volledige verbintenisoppervlakte worden toegepast tot het aflopen van de verbintenis. Vanaf het tweede loopjaar van de verbintenis wordt de bijkomende bestemming automatisch opgeladen op dit ‘verbintenisperceel’. Percelen met een lopende verbintenis kunnen niet samengevoegd of gesplitst worden.
  • Een verbintenis kan NIET gedeeltelijk overgedragen worden. Er is voor elke verbintenis maar één gebruiker mogelijk. De landbouwer die actief is op de uiterste wijzigingsdatum van de verzamelaanvraag, dient de subsidie aan te vragen in zijn verzamelaanvraag. Bij overname na de uiterste wijzigingsdatum zal de overlater uitbetaald en ook verantwoordelijk gesteld worden bij eventuele niet-naleving van de verbintenis. Een verbintenis kan NIET gesplitst worden over twee landbouwers.
  • Overname van een perceel met een lopende ME-verbintenis en het tijdig (uiterlijk 31 mei) aangeven met de bijkomende MEx-bestemming in de verzamelaanvraag is nog GEEN overdracht van de verbintenis. Een verbintenis wordt ENKEL overgedragen als er een overdrachtsformulier (liefst zo snel mogelijk) wordt ingediend! Het overdrachtsformulier kan u vinden op de webpagina Extra-formulieren
  • Bij aanvraag van de MEV-premie op grasklaver, moet u er ook effectief op toezien dat er klaver duidelijk zichtbaar aanwezig is op het veld gedurende de volledige aanhoudingsperiode.
  • In het laatste jaar van de verbintenis moet de teelt aangehouden blijven tot 31 december. Dit betekent dat er geen nateelt of een winterteelt kan ingezaaid worden voor het komende seizoen. Enkel voor de polders en duinen is er een uitzondering voor winterploegen.
  • Bij controle ter plaatse op de teelt van vlinderbloemigen moet de landbouwer facturen en certificaten kunnen voorleggen. De landbouwer moet deze documenten dus goed bijhouden tijdens de campagne.
  • Het gebruikte zaaizaad van gereglementeerde soorten moet voldoen aan de regelgeving voor het in de handel brengen van zaaizaden, zie link Handel in plantaardig teeltmateriaal | Landbouw en Zeevisserij.
  • Nuttige tips en teeltfiches voor de teelt van vlinderbloemigen vindt u op de website van LCV vzw (www.lcvvzw.be) onder ‘Publicaties’.
  • Luzerne heeft een grote aantrekkingskracht op grauwe gorzen. Deze sterk bedreigde vogelsoort vindt hierin een ideaal leefgebied om een nest te maken en jongen groot te brengen. Bij aanwezigheid van een koppel op een perceel, zal het Agentschap Natuur en Bos de betrokken landbouwer vragen om de luzerne niet te oogsten voor de jongen uitgevlogen zijn. In ruil hiervoor kan de landbouwer beroep doen op compensatiesteun nestbescherming van het Agentschap Natuur en Bos. Meer informatie over deze steunmaatregel is terug te vinden op de site van het Agentschap Natuur en Bos waar u de Infobundel nestbescherming.pdf kunt downloaden.
  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de webpagina 'Gebundelde fiches, tabellen, formulieren'.
Delen: