Erosiebestrijding

Bodembewerkingsbeheer om erosie tegen te gaan (GLMC 5)

Bodemerosie vermindert de bodemvruchtbaarheid en de opbrengsten op lange termijn, draagt bij tot het ontstaan van modderstromen en overmatige ruimings- en baggerspecie.

Samenvattende info:

  • Op percelen met een zeer hoge en hoge erosiegevoeligheid (paarse en rode percelen) moeten maatregelen toegepast worden uit vier maatregelpakketten, afhankelijk van de teelt en erosiegevoeligheid.
  • Via de Flowchart paarse en rode percelen kunt u naagaan welke maatregelen van toepassing zijn op uw perceel, afhankelijk van de teelt en erosiegevoeligheid. U vindt deze op de overzichtspagina van Conditionaliteit onder het punt Erosiebestrijding
  • De noden gekoppeld aan deze maatregel zijn terug te vinden in de tabel: ‘Noden volgens maatregelen’ op de pagina ‘Gebundelde fiches, tabellen, formulieren’.

Norm

Op percelen met een zeer hoge en hoge erosiegevoeligheid (paars en rood) bent u verplicht om maatregelen te nemen om erosie tegen te gaan; afhankelijk van het type teelt en de erosiegevoeligheid van het perceel moet u maatregelen kiezen uit 4 maatregelenpakketten.

De erosiegevoeligheid van een perceel wordt bepaald door de subentiteit van het beleidsdomein Omgeving bevoegd voor bodembescherming, op basis van de modelmatige berekening van de gemiddelde potentiële jaarlijkse erosie per hectare aan de hand van de herziene universele bodemverliesvergelijking of RUSLE (Revised Universal Soil Loss Equation). Op die manier wordt zowel hellingsgraad, hellingslengte en bodemtype in rekening gebracht. Er zijn zes erosiegevoeligheidsklassen: zeer hoog (paars), hoog (rood), medium (oranje), laag (geel), zeer laag (lichtgroen) en verwaarloosbaar (groen).

Landbouwers die aan de hand van een analyse van een bodemstaal kunnen aantonen dat het organischekoolstofgehalte minstens 1,7% bedraagt en de pH zich in de optimale zone bevindt (zie tabel 1), kunnen een aanvraag indienen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij om de erosiegevoeligheid van het desbetreffende perceel dat geen blijvend grasland is, met één klasse te laten dalen. Dit kan via het mailadres ‘info@lv.vlaanderen.be’ of via het postadres van de regio’s ‘Agentschap Landbouw en Zeevisserij – dienst Coördinatie Controle - Koning Albert II-laan 15 bus 363, 1210 Brussel’.

De monsterneming en analyse van het bodemstaal wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline bodem, deeldomein bodembescherming.

Tabel 1: Optimale pH-zone volgens bodemtype.
Bodemtype 

Optimale zone zuurtegraad (pH KCl)

Zand

5,0 - 6,0

Zandleem

5,5 - 6,5

Leem

6,5 - 7,5

Klei

7,0 - 8,0

De bodemanalyse heeft een geldigheidsduur van vijf jaar vanaf de datum waarop de staalname heeft plaatsgevonden. De herklassering van een perceel loopt per kalenderjaar: ze vangt aan op 1 januari van het jaar waarin de aanvraag voor herklassering wordt goedgekeurd en eindigt op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de einddatum van de maximale geldigheidsduur van de bodemanalyse. Als het perceel van vorm verandert, blijft de herklassering geldig voor zover het perceel voor minstens 80% overlapt met het oorspronkelijk perceel waarop de staalname die aan de basis lag voor de herklassering, is uitgevoerd.

Alle landbouwteelten zijn opgedeeld in de volgende vier teeltcategorieën:

  • teelten die het jaar rond een volledige bedekking van de bodem bieden, bv. grasland;
  • teelten ingezaaid vóór 1 januari, bv. wintergranen;
  • teelten ingezaaid na 1 januari, bv. suikerbieten, maïs, groenten, ruggenteelten;
  • meerjarige teelten, bv. fruitteelt, boomkwekerij.

Tot welke teeltcategorie een teelt behoort, is terug te vinden in de kolom erosiegevoeligheid van de ‘Tabel teeltcodes - combinaties ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen‘ onder de rubriek ‘Perceelsaangifte en teeltcodes’ op de pagina ‘Gebundelde fiches, tabellen, formulieren’.

Verplichtingen op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid (paarse percelen):

Afhankelijk van de teeltcategorie moet u de volgende maatregelen nemen:

  • Het omzetten van blijvend grasland naar akkerland is verboden, met uitzondering van blijvend grasland dat is aangelegd ter uitvoering van een beheerovereenkomst of een overeenkomst gesloten in het kader van het erosiebesluit.
  • Voor teelten ingezaaid vóór 1 januari moet u zowel een maatregel toepassen uit het basispakket (zie verder) als een maatregel uit ofwel het keuzepakket bufferstroken (zie verder), ofwel het keuzepakket teelttechnische maatregelen (zie verder), ofwel het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken (zie verder).
  • Voor teelten ingezaaid na 1 januari hebt u 2 keuzemogelijkheden: een maatregel toepassen uit het basispakket alsook een maatregel uit zowel het keuzepakket bufferstroken als het keuzepakket teelttechnische maatregelen, ofwel een maatregel toepassen uit het basispakket en een maatregel uit het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken.
  • Voor meerjarige teelten moet u ofwel er voor zorgen dat de bodem voor minstens 80 % bedekt is door de combinatie van enerzijds de teelt zelf en van anderzijds gras of een andere waterdoorlatende bodembedekking tussen de rijen, ofwel een maatregel toepassen uit het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken.

Verplichtingen op percelen met een hoge erosiegevoeligheid (rode percelen):

Afhankelijk van de teeltcategorie moet u de volgende maatregelen nemen:

  • Voor teelten ingezaaid vóór 1 januari moet u een maatregel toepassen uit ofwel het basispakket ofwel het keuzepakket bufferstroken, ofwel het keuzepakket teelttechnische maatregelen, ofwel het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken.
  • Voor teelten ingezaaid na 1 januari moet u een maatregel toepassen uit het basispakket alsook een maatregel uit ofwel het keuzepakket bufferstroken, ofwel het keuzepakket teelttechnische maatregelen, ofwel een maatregel toepassen uit het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken. Indien u een maatregel uit het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken toepast, is het toepassen van een maatregel uit het basispakket niet verplicht.
  • Voor meerjarige teelten moet u ofwel er voor zorgen dat de bodem voor minstens 80 % bedekt is door de combinatie van enerzijds de teelt zelf en van anderzijds gras of een andere waterdoorlatende bodembedekking tussen de rijen, ofwel een maatregel toepassen uit het keuzepakket bufferstroken ofwel een maatregel toepassen uit het keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken.

Maatregelen vervat in het basispakket en de keuzepakketten:

Basispakket

  • Als de teelt geoogst wordt vóór 15 oktober, moet u minstens één van de volgende maatregelen toepassen:
    • het inzaaien van een groenbedekker vóór 1 december;
    • het inzaaien van een andere teelt vóór 1 december.
  • Als de teelt geoogst wordt na 15 oktober, moet u minstens één van de volgende maatregelen toepassen:
    • het inzaaien van een groenbedekker vóór 1 december;
    • de bodem niet-kerend bewerken vóór 1 december;
    • het inzaaien van een andere teelt vóór 1 december;
  • het behouden van een bodembedekking door oogstresten bij korrelmais, spruiten en andere koolsoorten tot de inzaai van de volgende teelt;
  • het toepassen van winter-voorploegen (winterlabeur) op percelen met een leem- en kleibodem (op basis van de bodemkaart of bodemstaal).
  • Als de teelt niet geoogst is op 1 december, moet u minstens één van de volgende maatregelen toepassen:
    • het behouden van de teelt of van de teeltresten tot de inzaai van de volgende teelt;
    • het toepassen van winter-voorploegen (winterlabeur) op percelen met een leem- en kleibodems (op basis van de bodemkaart of bodemstaal).

Let op! Wanneer u het basispakket moet toepassen, moet u ook rekening houden met de verplichtingen voor een minimale bodembedekking (GLMC 6). Wat dat concreet inhoud is beschreven in hoofdstuk drie van de fiche Minimale bodembedekking (GLMC 6).

Keuzepakket bufferstrook voor een perceel met een zeer hoge erosiegevoeligheid (paars perceel)

Minstens één van de volgende maatregelen moet u uitvoeren:

  • het hebben of aanleggen van een grasbufferstrook van minstens 9 m breed bij een perceel met uniforme helling, in samenwerking met een erosiecoördinator;
  • het hebben of aanleggen van een grasgang van minstens 12 m breed bij een perceel met een zonk of een droge vallei, in samenwerking met een erosiecoördinator;
  • het hebben of aanleggen van een graszone bij een perceel met een complexe topografie, in samenwerking met een erosiecoördinator;
  • het hebben of aanleggen van een dam uit plantaardige materialen bij een perceel met complexe topografie, eventueel in combinatie met een grasbufferstrook, in samenwerking met een erosiecoördinator.
  • Raadpleeg op www.erosie.be het overzicht van de erosiecoördinatoren per gemeente.

Keuzepakket teelttechnische maatregelen voor een perceel met een zeer hoge erosiegevoeligheid (paars perceel)

Minstens één van de volgende maatregelen moet u uitvoeren:

  • Bij vlakkeveldsteelten:
    • niet kerende bodembewerking toepassen voor de inzaai van de teelt;
    • directe inzaai toepassen;
    • strip-till toepassen bij de inzaai van de teelt;
  • Bij ruggenteelten:
    • bij niet-biologische aardappelen is het aanleggen van drempels sowieso verplicht;
    • bij biologische aardappelteelt is schoffelen en wieden toegelaten als alternatief voor drempels;
    • bij andere ruggenteelten dan aardappelen is het aanleggen van drempeltjes of het toepassen van een diepe tandbewerking verplicht.

Keuzepakket bufferstrook voor een perceel met een hoge erosiegevoeligheid (rood perceel)

Minstens één van de volgende maatregelen moet u uitvoeren:

  • het hebben of aanleggen van een grasbufferstrook van minstens 9 m breed bij een perceel met een uniforme helling;
  • het hebben of aanleggen van een grasgang van minstens 12 m breed bij een perceel met een zonk of een droge vallei;
  • het hebben of aanleggen van een graszone bij een perceel met een complexe topografie, in samenwerking met een erosiecoördinator;
  • het hebben of aanleggen van een dam uit plantaardige materialen bij een perceel met complexe topografie, eventueel in combinatie met een grasbufferstrook, in samenwerking met een erosiecoördinator.

Keuzepakket teelttechnische maatregelen voor een perceel met een hoge erosiegevoeligheid (rood perceel)

Minstens één van de volgende maatregelen moet u uitvoeren:

  • Bij vlakkeveldsteelten:
    • niet kerende bodembewerking toepassen voor de inzaai van de teelt;
    • directe inzaai toepassen;
    • strip-till toepassen bij de inzaai van de teelt;
    • zaaien volgens de hoogtelijnen bij andere dan ruggenteelten;
    • onbeteelde zones (kopakkers) inzaaien met gras in de groeifase van de teelt
  • Bij ruggenteelten:
    • bij niet-biologische aardappelen is het aanleggen van drempels sowieso verplicht;
    • bij biologische aardappelteelt is schoffelen en wieden toegelaten als alternatief voor drempels;
  • bij andere ruggenteelten dan aardappelen is het aanleggen van drempeltjes of het toepassen van een diepe tandbewerking verplicht;.

Keuzepakket structurele erosiebestrijdingswerken

Het pakket “Structurele erosiebestrijdingswerken” is een keuzemogelijkheid bij alle betreffende percelen om voorzieningen permanent aan te leggen om erosieproblemen van één of meerdere percelen te vermijden. Deze structurele werken worden aangelegd om afstromend water en sediment tijdelijk op te vangen in een bufferzone of in een uitgegraven erosiepoel achter een (aarden) dam, waarbij het sediment bezinkt en het water vertraagd wordt afgevoerd of om het afstromend (modder)water af te leiden van bedreigde locaties naar een lager gelegen structureel erosiewerk. Op deze manier vermindert de kans op bodemerosie stroomafwaarts en worden wegen en bebouwing beschermd tegen water- en modderoverlast en wordt het afvoerdebiet naar het grachtenstelsel en waterlopen beperkt.

In tegenstelling tot de meeste andere maatregelen, zijn structurele erosiewerken ook effectief bij extreme neerslagbuien. M.a.w. structurele erosiewerken bieden een ‘ultieme’ bescherming van afwaarts gelegen woonwijken, infrastructuur en waterlopen bij extreme weersomstandigheden.

Minstens één van de volgende maatregelen moet u uitvoeren:

  • het hebben of aanleggen van een bufferende aarden dam met een erosiepoel (eventueel met een geleidende aarden dam);
  • het hebben of aanleggen van een bufferbekken (eventueel met een geleidende aarden dam).

De maatregelen zijn gebonden aan de volgende voorwaarden:

  • De aanleg van de structurele erosiebestrijdingswerken voldoet aan de code goede praktijk voor erosiebestrijdingswerken en gebeurt verplicht onder coördinatie van een erosiecoördinator. De aanleg van de maatregel moet goedgekeurd worden door de overheid of uitgevoerd worden in het kader van het Erosiebesluit van de Vlaamse Regering.
  • Ook reeds aangelegde structurele erosiebestrijdingswerken komen in aanmerking nadat deze zijn goedgekeurd door de overheid of aangelegd werden in het kader van het erosiebesluit.
  • De maatregel moet aanwezig zijn op een akkerbouwperceel dat de landbouwer zelf gebruikt; maatregelen aanwezig op een openbaar domein komen niet in aanmerking.
  • Enkel het oorspronkelijke perceel waarop de maatregel is aangelegd voldoet aan het pakket ‘structurele erosiebestrijdingswerken’. Andere percelen waarvan water en sediment in de buffervoorziening terecht komen, voldoen niet aan het pakket structurele erosiebestrijdingswerken. Voor deze percelen moet u maatregelen uit de andere pakketten kiezen.

Enkele begrippen uit de keuzepakketten:

  • Directe inzaai: het direct inzaaien in een voldoende bodembedekking. Om gunstige zaaicondities te creëren wordt bij directe inzaai toegestaan dat de bodem, vóór de insnijding van de zaaikouters, wordt geopend en verkruimeld. Concreet gaat het om schijven of een combinatie van schijven en tanden die werkzaam zijn in dezelfde lijn als de zaaikouter en met een werkbreedte per schijf van maximaal 3 cm;
  • Strip-till: de techniek waarbij de teelt ingezaaid wordt op een strook bewerkte grond van maximaal 30 cm breed, terwijl de rest van het veld onbewerkt blijft en een voldoende bodembedekking heeft;
  • Drempeltjes: aanaardingen aangebracht dwars tussen de ruggen met een aangepaste machine.
  • In samenwerking met een erosiecoördinator: De standaardinvulling van het keuzepakket bufferstrook bestaat uit de aanleg van een grasbufferstrook van minstens 9 m breed onderaan elk afhellend gedeelte van het perceel en de aanleg van een grasgang van minstens 12 m breed in elke droge vallei in het perceel. Wanneer u van deze standaardinvulling afwijkt, moet u aan de hand van een schriftelijk attest of een equivalent bewijs kunnen aantonen dat de genomen maatregelen gevalideerd zijn door een erosiecoördinator. In gemeenten waar een erosiecoördinator actief is, is deze persoon het eerste aanspreekpunt. Wanneer er geen erosiecoördinator actief is in de gemeente, kunt u beroep doen op een bedrijfsplanner van de Vlaamse Landmaatschappij. Indien u een passende beheersovereenkomst heeft afgesloten, volstaat dit om de samenwerking aan te tonen.

Gespecialiseerde productiemethode ‘ECJ’ en ‘ECN’

Als u bufferstroken hebt aangelegd kunt u deze stroken niet gebruiken om én te voldoen aan de conditionaliteit ‘bodembewerkingsbeheer erosie’ (GLMC 5) én om de steun voor de ecoregeling ‘grasbufferstroken’ aan te vragen. Indien er verplichtingen zijn in het kader van erosiegevoeligheid, moet u beslissen of u de bufferstrook wilt gebruiken voor bodembewerkingsbeheer (GLMC 5) of als ecoregeling. 

  • Wilt u de strook voor conditionaliteit gebruiken dan moet u de gespecialiseerde productiemethode ‘ECJ’ opgeven. De resterende oppervlakte van de bufferstrook kan dan uitbetaald worden voor de ecoregeling op voorwaarde dat de minimale breedte van de ecoregeling bovenop de verplichte breedte voor de conditionaliteit wordt behaald.
  • Wanneer u de bufferstrook niet wilt gebruiken om aan uw verplichting te voldoen omdat u uw verplichting via een andere maatregel kunt invullen, kunt u de gespecialiseerde productiemethode ‘ECN’ gebruiken.
  • In beide gevallen geeft u de gespecialiseerde productiemethode en de overeenkomstige bijkomende bestemming voor bufferstroken op en zal de steun voor ecoregeling bufferstroken volledig of deels worden uitbetaald.

Welke informatie vind ik terug op de verzamelaanvraag of het e-loket?

De beschikbare gegevens in verband met de erosiegevoeligheid van een bepaald perceel worden voorgedrukt op de verzamelaanvraag. Zo heeft u een duidelijke indicatie op welke percelen u erosiemaatregelen moet nemen.

Het bodemtype van uw perceel kunt u raadplegen in de kolom ‘Bodemtype’ onder ‘Overzicht – Perceelsinfo’ in de verzamelaanvraag op het e-loket, alsook in het tabblad ‘Bodem’ in uw Bodempaspoort op het e-loket. Op de website van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij kunt u meer info over het Bodempaspoort terugvinden.

Waar vind ik meer informatie over erosiebestrijding?

De Vlaamse erosiecoördinatoren hebben hun expertise gebundeld op de website www.erosie.be waar landbouwers kunnen nagaan welke maatregelen het meest geschikt zijn om hun percelen te wapenen tegen afstromende modder.

Aandachtspunten

De erosiebufferstrook moet gedurende heel het kalenderjaar er liggen. In het najaar mag de bufferstrook enkel ondergewerkt worden voor de inzaai van een wintergraan of voor de inzaai van een groenbedekker. Drempels zijn aanaardingen aangebracht dwars tussen de ruggen met een aangepaste machine. De drempels zorgen ervoor dat water niet zomaar kan afstromen tussen de ruggen. Ze moeten daarom voldoende hoog zijn en met de gepaste frequentie aangelegd worden zodat de drempels het regenwater kunnen opvangen.

Bij een niet-kerende bodembewerking moeten er voldoende gewasresten op de bodem liggen zodat deze na de bewerking in de toplaag zijn terug te vinden.

Via de Flowchart paarse en rode percelen kunt u nagaan welke maatregelen van toepassing zijn op uw perceel, afhankelijk van de teelt en erosiegevoeligheid. U vindt deze op de overzichtspagina van Conditionaliteit onder het punt Erosiebestrijding.

Delen: