Schadevergoeding bij een landbouwramp

Wanneer is er sprake van een landbouwramp?

droge weide met grazende koeWe spreken van een landbouwramp wanneer een natuurverschijnsel (regen, droogte, vorst wind, ...) een uitzonderlijk karakter heeft of van een uitzonderlijke hevigheid is, of wanneer er een massale en onvoorzienbare plaag van schadelijke organismen optreedt, die hebben gezorgd voor belangrijke en algemene vernielingen van gronden, teelten of oogsten. Let op: hagelschade komt niet in aanmerking voor vergoeding uit het landbouwrampenfonds, omdat u zich als land- of tuinbouwer kan verzekeren tegen schade door hagel.

Er is ook pas sprake van een landbouwramp, wanneer de schade aan de landbouwteelten is erkend door de Vlaamse Regering. Hebben niet enkel landbouwgewassen schade geleden en zijn er door het natuurverschijnsel ook andere burgers dan landbouwers getroffen? Dan kan het natuurverschijnsel worden erkend als algemene ramp.

De erkenning van een natuurverschijnsel als landbouwramp wordt geregeld door een besluit van de Vlaamse Regering, op voorstel van de Vlaamse minister van landbouw, en  wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Om een natuurverschijnsel te laten erkennen als landbouwramp, moeten een aantal voorwaarden worden vervuld. Het gaat dan om het totale bedrag van de schade en een maximale terugkeerperiode of frequentie van het natuurverschijnsel.

Wat te doen als landbouwer bij schade?

In de eerste fase is het belangrijk dat u als land- of tuinbouwer zo veel mogelijk bewijsmateriaal van de schade verzamelt. Als land- of tuinbouwer kunt u de gemeente waarin de percelen zijn gelegen, ook vragen dat de gemeentelijke schattingscommissie langskomt om de schade vast te stellen. Het is niet wettelijk vastgelegd hoe u een bezoek van de gemeentelijke schadecommissie vraagt, maar schriftelijk wordt aanbevolen. Bij deze aanvraag deelt u best al zo veel mogelijk elementen mee, zoals: informatie uit de verzamelaanvraag van de lopende campagne, de getroffen percelen en de grootte, de getroffen gewassen, het geschatte schadepercentage per perceel,...

Werking schattingscommissie

De gemeentelijke schadecommissie moet de geleden schade in twee stappen vaststellen: een eerste maal, meteen na het natuurverschijnsel dat de schade veroorzaakte, en een tweede maal, net vóór de oogst (bij een nulopbrengst en totale vernietiging van de oogst is een tweede vaststelling niet nodig en wordt dit zo vermeld op de door de schattingscommissie opgemaakte processen-verbaal).

Gaat een landbouwer niet akkoord met de beslissing die de schattingscommissie opneemt in het proces-verbaal (en als de landbouwer het proces-verbaal niet heeft ondertekend ), dan kan hij na ontvangst van de notificatie met vergoedingsbeslissing bij het Departement Landbouw en Visserij bezwaar indienen. De landbouwer moet zijn bezwaar staven met voldoende bewijsstukken.

Verzameling van de processen-verbaal van de schattingscommissies

Wanneer er zich een landbouwramp heeft voorgedaan, is het de taak van de getroffen gemeente om daar zo veel mogelijk gegevens over te verzamelen.

De gemeente zal deze informatie dan overmaken aan de provinciale buitendienst van het Departement Landbouw en Visserij.

Het Departement Landbouw en Visserij verzamelt alle wetenschappelijke en financiële informatie die nodig is om een dossier samen te stellen om de erkenning van de landbouwramp aan de minister van Landbouw te vragen. De minister van Landbouw legt dat vervolgens aan de Vlaamse Regering voor. Als een natuurverschijnsel effectief als uitzonderlijk beschouwd wordt en de omvang van de schade aanzienlijk is, kan de Vlaamse Regering beslissen over de erkenning als landbouwramp.

Daarna volgt de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Pas na de verschijning in het Staatsblad is er officieel sprake van een erkende landbouwramp.

Vraag om schadevergoeding

Als de landbouwramp officieel erkend werd, dan hebt u drie maanden de tijd (vanaf de maand die volgt op de publicatie in het Belgisch Staatsblad) om uw aanvraag tot schadevergoeding in te dienen bij de provinciale buitendienst van het Departement Landbouw en Visserij. Deze laatste behandelt de dossiers en neemt de beslissing over de vergoeding.

Bij de tegemoetkomingsaanvraag moet u volgende bijlagen meesturen:

Bij de tegemoetkomingsaanvraag worden volgende bijlagen verwacht:

  • het verslag van een expert en de ereloonnota (indien van toepassing);
  • een kopie van de verzekeringspolis voor schade aan gewassen of een attest van de producentenorganisatie indien u verzekerd bent via een producentenorganisatie;
  • bewijsstukken indien u structurele investeringen heeft gedaan om teeltschade door hagel te voorkomen;
  • een attest van de bank in geval van liquiditeitsproblemen.

Indien de schade werd vastgesteld door een gemeentelijke schattingscommissie, dan hoeft u de ’processen-verbaal niet meer mee te sturen met de tegemoetkomingsaanvraag. De ’processen-verbaal zullen rechtstreeks bij de gemeentes worden opgevraagd.

Contact

De documenten dienen overgemaakt te worden  aan de provinciale buitendienst van het Departement Landbouw en Visserij-Inkomenssteun

Vlaams Administratief Centrum
Lange Kievitstraat 111-113 bus71
2018 ANTWERPEN
Inkomenssteun.antwerpen@lv.vlaanderen.be
T 03 224 92 00 – F 03 224 92 01

Vlaams Administratief Centrum
Diestsepoort 6 bus101
3000 LEUVEN
Inkomenssteun.vlaamsbrabant@lv.vlaanderen.be
T 016 66 61 40 – F 016 66 61 41

Vlaams Administratief Centrum
Koningin Astridlaan 50 bus 6
3500 HASSELT
Inkomenssteun.limburg@lv.vlaanderen.be
T 011 74 26 50 – F 011 74 26 69

Vlaams Administratief Centrum
Koning Albert I-Laan 1.2 bus 101
8200 BRUGGE
Inkomenssteun.westvlaanderen@lv.vlaanderen.be
T 050 24 76 20 – F 050 24 76 01

VAC- Virginie Lovelinggebouw
Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 101
9000 GENT
Inkomenssteun.oostvlaanderen@lv.vlaanderen.be
T 09 276 29 00 – F 09 276 29 05